Loading...
U bent hier:  Home  >  Natuur en landschap  >  Artikel

Agrarisch natuurbeheer: pas op voor de groene woestijn!

Door   /  22 februari 2013  /  Natuur en landschap  /  1 Reactie
Trefwoorden: , , ,

    Print       Email

Zonder natuur kan ik me geen prettig landschap voor stellen. Zonder natuurbeheer dus ook niet. Dat wil niet zeggen dat het huidige natuurbeheer zaligmakend is. Ik heb vragen: Welke natuur moeten we overeind houden? En waarom doen we dat? Voor wie? En nog eentje: ten koste van wat? Dit zijn te veel vragen om snel te beantwoorden. Maar expliciet of impliciet moeten ze aanwezig zijn. En voor mij leiden ze tot de conclusie dat we verder moeten denken dan de paden die nu worden bewandeld.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERAEnkele overwegingen: In de landschappen van tegenwoordig vinden grote veranderingen plaats. De belangrijkste is schaalvergroting. Boerderijen worden groter (en soms mooier, soms ook niet). Voormalige boerderijen krijgen andere functies. Tractoren rijden met grote snelheden door grasvelden met maar weinig koeien. Dit zijn ontwikkelingen die ik grosso modo accepteer maar die ook oproepen tot inventiviteit. Hebben we in 2030 nog een fraai agrarisch landschap? Hoe zorgen we dat er nog mensen in deze landschappen rondlopen? Welke natuur past hierin? Ideeën om natuur op boerengrond te ontwikkelen zoalsde 7% regeling dragen hieraan bij. Maar het is de vraag of ze bijdragen aan dat fraaie landschap waar mensen graag doorheen lopen. Ik hoor daarvoor veel te vaak dat die natuur dienstbaar of zelfs functioneel moet zijn.

Weidevogels zijn niet functioneel maar zijn prachtig. Weidevogelbeheer gebeurt al tientallen jaren.  Het aantal vogels dat we nog hebben is echter nog maar een fractie van enkele decennia geleden. Gezien de grote ontwikkeling, de voortdurende achteruitgang van weidevogels, is de huidige strijd een achterhoede gevecht. De vogelvelden van de jaren 80 (laat staan jaren 50) komen niet meer terug. De zwaar gesubsidieerde zorg voor bijv. een paar kievitten op een bedrijf van vele hectaren voegt aan de beleving van het landschap weinig tot niets toe.

Goedbedoelde inspanningen voor natuur, met klein resultaat, zijn vooral vervreemdend wanneer ze andere goedbedoelde ontwikkelingen in de weg staan.  Vossen, roofvogels en bomen, waar vogels inzitten, zijn ook natuur. Deze moeten nog al eens wijken om ideale omstandigheden te maken voor weidevogels. Het nationaal groenfonds heeft enkele jaren geleden zelfs de kap van bomen gefinancierd om onze natuurdoelen te halen. Er zijn veel bomen niet geplant omdat ze natuurbeheer in de weg zitten. Dit gaat ten koste van nieuwe diversiteit in het landschap en in de natuur.

Pas op dat de natuur een speelveld wordt waarin ‘openheid’ als dogma bestaat en er een groene woestijn wordt gebouwd met een paar weidevogels als excuusnatuur. Dit is een extreem beeld maar wel een die kan ontstaan wanneer natuurbeheer niet effectief blijkt te zijn. Geef me een wandelpad langs een houtsingel door boerenland. En een goede discussie over natuurbeheer.

 

Frank Stroeken

Landschapsarchitect bij Terra Incognita

 

Op dinsdag 26 februari vindt er een videochat plaats over de toekomst van agrarisch natuurbeheer. Wellicht wordt dit de gewenste discussie. Meer informatie is te vinden op www.landwerk.nl.

Netwerk Platteland is een nationaal netwerk van en voor mensen en organisaties die zich inzetten voor een sterk en aantrekkelijk platteland. We brengen organisaties met elkaar en met overheden in contact en bieden ze de gelegenheid om van elkaar te leren.

1 reactie

  1. Peter Harry Mulder zegt:

    20-2-2013. Veldleeuwerik én maatschappij niet blij met GLB-landbouwlobby.
    “Als je het door hebt, ga je het zien”, een uitspraak van Johan Cruyff, maar deze is voor mij ook relevant gebleken. Als boer met enige vogelkennis wist ik niet precies waarom sinds jaar en dag de aantallen “Boerenlandvogels” en dan met name Patrijs en Veldleeuwerik (in 40 jaar tijd met 95%) zijn afgenomen. De Ortolaan en Grauwe gors zijn al geheel van het toneel verdwenen. Van de Grauwe Kiekendief werden in Nederland in 1990 nog slechts 3 nesten van de grauwe kiekendief geteld en die zijn vlak voor de combine gered door Ben Koks, later oprichter van de Stichting Werkgroep Grauwe Kiekendief (WGK). Wat Veldleeuwerik betreft is volgens deskundigen de oorzaak dat na een 1e broedsel in het graangewas (april), nog een 2e en 3e broedsel nodig is om de soort in stand houden. In bouwlandregio’s mislukt dit vaak omdat de Veldleeuwerik na april geen laag en open gewas vindt. Grasland lijkt dan een alternatief, echter wordt daar het nest veelal uit gemaaid. Daarnaast stelt deze akkervogel de voorwaarde dat insecten voor haar kroost binnen 100m van het nest voorhanden moet zijn. Oh, zit dat zo! Dan sceptici: zij wijten de teloorgang (onterecht) aan de roofvogels; er zouden er veel te veel van zijn en op elke paal zit er wel een. Maar de rustige ´paalzitter Buizerd´ is in de winter een gast uit Scandinavië, en is hoofdzakelijk een muizen- en aaseter (zoals verkeerslachtoffers). De Havik, die veel zeldzamer is, slaat met een snelle verrassingstactiek graag duiven. Het ware probleem zit dieper.
    Agrarische natuurmaatregelen wél succesvol! Het eind jaren ’80 landelijk opgezette patrijzenproject en daarna de stichting WGK, leerden mij wat de oorzaken zijn. Het akkerrandenconcept, uniek in de EU, van kleinschalige elementen in het grootschalige landschap, blijkt in de oprukkende landbouwintensivering en verstedelijking van het landschap de remedie te zijn: Niet alleen de Patrijs is gebaat bij deze structuur, vooral in combinatie met enkele struikjes, maar ook de aantallen Grauwe kiekendieven nemen toe (in 2011 wel 63 broedende paartjes!). Zelfs hebben, na lange afwezigheid de Blauwe kiekendief en de Velduil (6 paartjes) weer in Oost-Groningen gebroed! Onderzocht wordt hoe de effectiviteit van natuurmaatregelen in agrarisch gebied verder kan worden vergroot.
    Landbouwlobby. Ondanks de afspraak van EU-regeringsleiders (Göteborg 2001) om uiterlijk in 2020 de achteruitgang van biodiversiteit tot staan te brengen, zet de landbouwlobby maximaal in om het GLB-voorstel van 7% uit productie halen ten behoeve van natuur van tafel te krijgen. Overigens zijn dit in de praktijk vaak de minst productieve gronden. Terwijl natuurbraak ook voor de maatschappij als geheel, een aantrekkelijker platteland op kan leveren (meer natuur). Allerlei argumenten moeten de ingestoken koers verdedigen. Zoals het veiligstellen van de EU-voedselvoorziening. Dit lijkt echter in strijd met de grote arealen die voor biobrandstoffen worden bestemd (in Duitsland 20% van het areaal). Daarnaast de economische betekenis van de agro-industrie voor Nederland, namelijk 10% bijdrage aan BNP en 2e exporteur van de wereld. Echter de primaire producenten (de boeren) blijken, gezien de structurele lage inkomens daarin niet in mee te delen, dus niet de lusten maar wel de lasten (maatschappelijke bezwaren) hebben. De landbouwlobby zet in op duurzaamheidscertificaten, maar refereert op geen enkele manier aan de problematiek van de Boerenlandvogels (certificaat ‘Veldleeuwerik’ redt geen veldleeuweriken).
    Jammer dat opkomen voor akkernatuur door landbouwvertegenwoordigers nog steeds ‘not done’ is. De GLB-voorstellen worden ongenuanceerd afgedaan met “geitenwollensokkenaanpak”, daarmee blijvend een wig drijvend tussen landbouw en natuur. Geen verantwoordelijkheid nemen draagt bovendien niet bij aan ‘Licence to produce’. Op deze houding kunnen we als landbouwers naar de maatschappij toe niet trots zijn.

    Bijsturing publieke opinie en politiek. De intensieve landbouw, met negatieve gevolgen voor de Boerenlandvogels, is voortgekomen uit politieke keuzes, gericht op het voortbrengen van een zo goedkoop mogelijk voedselpakket. Allerlei maatregelen en subsidies, van prijsverlaging voor granen in de jaren ’80, met (afbouwende) ‘Prijsondersteuning’ ter compensatie, tot Herinrichting van het platteland (schaalvergroting), maar ook verbod op productieafspraken (NMA) om kostendekkende prijzen te kunnen realiseren, hebben tot de intensivering geleid. Het is daarom niet fair dat de maatschappij ‘Prijsondersteuning’ als een ordinaire ‘Inkomenssteun’ ziet en aan extra voorwaarden verbindt. “Vergroening“ weegt zwaar in de GLB-voorstellen om de problemen van de intensieve landbouw op de natuur te tackelen. Maar de uitvoering ervan wordt in een aantal sectoren (waaronder de zetmeelsector) eenzijdig op de landbouw afgewenteld, indien uit productie genomen landbouwgrond niet financieel wordt gecompenseerd (gewasvergoeding). Indien de landbouw de problematiek van de Boerenlandvogels erkent en de maatschappij/politiek ook haar verantwoordelijk neemt (via een faire compensatie voor akkernatuur-initiatieven) ligt de weg open voor een serieus akkernatuurherstel.

    Tot slot. In het kader van aandacht voor de achteruitgang van Boerenlandvogels, is 2013 uitgeroepen tot het jaar van de Patrijs. Ik hoop dat de politiek de morele verplichting op zich neemt, om de alom gewaardeerde akkernatuur voor verdere achteruitgang te behoeden. De maatschappij zal dan weer een goedkeurende duim opsteken, niet alleen bij het zien van een kluchtje oer Hollandse patrijzen, maar ook luisterend naar de hoog in de lucht jubelende veldleeuwerik, als teken dat boeren er ook voor de natuur toe doen. Een duurzaamheidscertificaat waardig!

    Peter Harry Mulder, Veenkoloniale akkerbouwer met zetmeelaardappelen en 7% akkerranden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


*

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>