Gebiedsprocessen

    Print       Email

Tussen 2007 en 2010 voerde Alterra (onderdeel van Wageningen UR), in opdracht van het toenmalige ministerie van LNV, het onderzoeksprogramma ‘ILG en gebiedsprocessen’ uit. De analyses, ervaringen en uitgebreide casebeschrijvingen in de reeks bieden interessante nieuwe perspectieven op gebiedssamenwerking.

Het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) is een bundeling van de verschillende rijksbudgetten, die zijn bedoeld voor aankoop, inrichting en beheer van het landelijke gebied. Het is vooral een verandering van bestuurlijke verhoudingen en een nieuwe manier van werken. Het rijk bemoeit zich niet met de uitvoering van beleid voor de inrichting van het landelijk gebied, dat is aan provincies en hun partners in de gebieden. Wel wilde het toenmalige ministerie van LNV de provincies en gebieden hierbij ondersteunen, onder meer door het financieren van onderzoek en kennisuitwisseling.
► Lees meer

Implementatievragen

Centraal in het onderzoeksprogramma stonden sturings- en procesvragen rond de implementatie van het ILG. In de eerste plaats vragen over de ILG-systematiek: welke betekenis krijgt de nieuwe sturingsfilosofie in de praktijk, wat levert deze decentralisatie-operatie nu op en hoe kan de verantwoording over de resultaten het beste worden vormgegeven? In de tweede plaats ging het werden in het onderzoek ook allerlei vragen van provincies en gebiedspartijen betrokken.  Bijvoorbeeld over de organisatie van gebiedsprocessen, publiek-private samenwerking, het betrekken van burgers, doorgaande decentralisatie, het versterken van het zelforganiserend vermogen en het afstemmen van integrale gebiedsontwikkelingen op sectoraal beleid.

In samenwerking met gebiedspartijen

Het onderzoek werd uitgevoerd in gebieden als de Brabantse Wal, Gelderse Vallei, Noardwest Fryslân, de Achterhoek, Zuidwest Twente, de Baronie en de Vechtstreek. Het werd in nauwe samenwerking met gebiedspartijen opgezet. Op die manier sloot het aan bij de specifieke vragen en uitdagingen in de betreffende gebieden.

Toch zijn de resultaten ook interessant voor andere gebieden en samenwerkingsverbanden. Kwesties als het verbreden van de gebiedssamenwerking, het omgaan met nieuwe beleidsontwikkelingen en de rol van gemeenten in gebiedsontwikkeling spelen immers ook elders.

Hieronder vindt u een overzicht van de rapporten, met mogelijkheid om ze te downloaden (pdf). De rapporten zijn ook digitaal beschikbaar via www.alterra.wur.nl, onder Alterra-rapporten, zoeken op rapportnummer.

Het onderzoeksprogramma ILG en gebiedsprocessen werd gefinancierd uit het beleidsondersteunend onderzoek van het Ministerie van LNV, cluster Vitaal Landelijk Gebied (BO-01-008) en later domein Natuur, Landschap en Platteland (BO-11-004).

Rapporten

 

1.

De stille revolutie van het ILG. Een literatuurstudie over verwachtingen, zorgen en discussies vanuit rijk en provincies.
W. Kuindersma en T.A. Selnes, 16 jul 2008; 59 pp, rapportnummer 1688.

Literatuurstudie over verwachtingen, zorgen en discussiepunten rond de implementatie van het ILG in 2001. Met aandacht voor verticale sturing (tussen overheidslagen), horizontale sturing (tussen overheden en maatschappelijke organisaties) en integrale sturing (tussen verschillende sectoren).

Vooral van provincies wordt in het ILG veel verwacht, zoals het combineren van een regierol met het betrekken van maatschappelijke organisaties, gemeenten, waterschappen en burgers bij planvorming en uitvoering. Provincies verwachten van het rijk vooral een terugtredende en bescheiden rol.

Zorgen zijn er over de mate waarin het rijk aan deze verwachting kan voldoen, over de betrokkenheid van burgers en maatschappelijke organisaties en over spanning tussen integraal en sectoraal werken binnen de provincies.Discussiepunten liggen vooral op het gebied van de nieuwe rollen, de afstemming met ander sectoraal beleid, de noodzaak tot het decentraliseren van rijksdiensten zoals DLG en het uitwisselen van ervaringen tussen provincies en gebieden.
► Download rapport (pdf)

2.

Naar effectieve uitvoeringsarrangementen in gebiedsgericht beleid. Het gebied Utrecht-Midden Noord.
W. Kuindersma, F.G. Boonstra en D. Brunt, 6 aug 2008; 72 pp, rapportnummer 1689.

De invoering van het ILG is aanleiding voor veel provincies om op hun hele grondgebied gebiedsgericht werken te stimuleren. Hierbij kunnen ze soms voortbouwen op bestaande organisatieverbanden maar soms ook moeten ze nieuwe ontwikkelen.Het gebied Utrecht-Midden Noord is een voorbeeld van de laatste categorie.

Deze studie reikt principes aan die bij de vorming van een effectief uitvoeringsarrangement een rol kunnen spelen en past ze toe op het gebied Utrecht-Midden Noord. Dit resulteert in een aantal concrete keuzemogelijkheden voor de provincie Utrecht.
► Download rapport (pdf)

3.

Sturen op afstand. Lessen uit de stedelijke vernieuwing voor het landelijk gebied.
D.A Kamphorst, 4 aug 2008; 78 pp, rapportnummer 1690.

Met de start van het ILG is de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het beleid voor het landelijk gebied in handen gegeven van provincies. Voor het ministerie van LNV betekent dit een verandering naar sturen op afstand en nieuwe verhoudingen met provincies.

Dit onderzoek beschrijft wat LNV kan leren van de ervaringen die het ministerie van VROM heeft opgedaan bij het vormgeven van contacten met gemeenten in het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing. Lessen liggen onder meer in bewustwording van effecten van het uitdragen van verschillende visies op prestatiesturing en het vormgeven van informatievoorziening vanuit een relationeel perspectief.
► Download rapport (pdf)

4.

Leren van de evaluatie reconstructie zandgebieden. Methode, proces en politiek-bestuurlijke inbedding.
F.G. Boonstra en W. Kuindersma, 3 okt 2008; 60 pp, rapportnummer 1691.

De evalutaie van de reconstructie zandgebieden (2007) is een voorbeeld van een lerende evaluatie. Hierbij zijn beoordeling en leren even belangrijk en participeren stakeholdders uit de beleidpraktijk nadrukkelijk in het evaluatieproces. Dit rapport is een terugblik op het onderzoeksproces en bevat aanbevelingen voor vervolgonderzoek.
► Download (pdf)

5.

Tegen de stroom in. Evaluatie van de zevende EO Wijersprijsvraag voor de Robuuste Ecologische Verbinding de Beerze.

J. Kruit en H. Bleumink, 17 apr 2009; 127 pp, rapportnummer 1779.

Deze evaluatie brengt in beeld of de gevolgde prijsvraagaanpak voor de Beerze handvatten biedt voor het omgaan met complexe, integrale, ruimtelijke vraagstukken elders in het landelijke gebied. Deze zevende Eo Wijersprijsvraag is de eerste prijsvraageditie geweest in het teken van zowel ideevorming als uitvoering.

De meerwaarde van het doorlopen planvormingsproces voor het beekdal van de Beerze is beoordeeld en verklaard ten opzichte van een meer traditionele aanpak van beekherstel. Hierbij was de provinciale rol in het project vertrekpunt, met ruimtelijke kwaliteit, integraliteit, uitvoerbaarheid en uitstraling als beoordelingscriteria.Een prijsvraagaanpak waarbij naast ideevorming ook een uitvoeringsgericht ontwerp wordt gerealiseerd, blijkt perspectief te bieden voor het vasthouden van de (vernieuwende) ideeën naar een mogelijke uitvoering toe.

Een uitvoeringsgericht ontwerp is echter niet hetzelfde als een uitvoeringsgereed plan. Het betrekken van alle relevante partijen, helderheid over de beleidsstatus van de winnende prijsvraaginzending en duidelijkheid over wie in welke fase van het proces welke besluiten neemt, blijkt van groot belang om ervoor te zorgen dat de uitvoeringsambitie ote doen gelden. De creativiteit en ruimte om vrij te denken die nodig is geweest voor het maken van het ontwerp zal ook gemobiliseerd moeten worden om tot een uitvoerbaar plan te komen.
► Download (pdf)

6.

Het vergroten van uitvoeringskracht in gebiedsgericht beleid. Het gebied de Brabantse Wal.
P. Roza, en F.G. Boonstra, 14 apr 2009, 80 pp, rapportnummer 1825.

De gebiedscommissie van de Brabantse Delta vraagt zich af of in het lopende gebiedsproces van de Brabantse Wal voldoende uitvoeringskracht wordt gemobiliseerd voor de realisatie van de doelen uit het integrale gebiedsplan. Het gebied staat namelijk onder druk van stedelijke en infrastructurele ontwikkelingen en de verdeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden rond het gebiedsproces is diffuus.

Op basis van een netwerkanalyse en confrontatie van de bevindingen met meer algemene succesfactoren van gebiedsgericht werken, komt de studie tot aanbevelingen voor de gebiedscommissie en de provincie Brabant.
► Download (pdf)

7.

Het verhaal achter de cijfers. Lessen uit andere beleidsdossiers over de rol van procesinformatie in de verantwoordingssystematiek van het ILG.
D.A. Kamphorst en F.G. Boonstra, 08 jan 2010, 84 pp, rapportnummer 1969.

Het ILG brengt andere toezichts- en verantwoordingsrelaties met zich mee. Het rijk stuurt niet langer op input, maar op output, maar wil ook tussentijds toezicht houden op de voortgang. De nadruk daarbij ligt op prestatiemeting en financiele voortgang, er is veel minder geregeld voor het verhaal achter de cijfers, zoals de talrijke gebiedsprocessen waarin deze prestaties worden geleverd. Deze studie onderzoekt de rol van procesinformatie in twee andere Brede Doel Uitkeringen, het Grote Stedenbeleid en het Actieplan Cultuurbereik.

Procesinformatie speelt in deze dossiers een rol, zij het niet onder die noemer en niet als zelfstandige informatiestroom. De ervaringen leren verder dat een relationeel perspectief op prestatiesturing waarschijnlijk meer en betere informatie oplevert dan het huidige, overwegend instrumentele perspectief van LNV.
► Download (pdf)

8.

Afstemming van sectoraal beleid en integrale gebiedsprocessen.
W. Kuindersma, F.G. Boonstra, S. van Bommel en D. Brunt, 31 jan 2011, 120 pp, rapportnummer 2056.

Integraal gebiedsgericht beleid maakt al vele jaren deel uit van het overheidsbeleid voor het landelijk gebied. Hierin maken allerlei private partijen en overheden afspraken over de uitvoering van beleid in een specifiek gebied. Nieuw sectoraal beleid stelt deze afspraken soms weer ter discussie.

Dit rapport bevat een analyse van afstemmingsproblemen met nieuw nationaal en Europees natuurbeleid in drie gebieden.
► Download (pdf)

10.

Met vereende krachten. Het instrumenteel en zelforganiserend vermogen van gebiedscoalities in de Baronie, de Gelderse Vallei, Noardwest Fryslân en Zuidwest Twente.
W. Kuindersma, F.G. Boonstra, R. Arnouts, M. Stuiver en R.J. Fontein, 9 sep 2010, 169 pp, rapportnummer 2073

Sinds de invoering van het Investeringsbudget Landelijk Gebied zijn regionale gebiedscoalities niet meer weg te denken uit het beleid voor het landelijk gebied. Ze coördineren de beleidsuitvoering voor provincies, werken aan een gemeenschappelijke aanpak voor de gebiedsproblematiek en jagen projecten aan. Naast instrumenteel vermogen hebben zij hiervoor zelforganiserend vermogen nodig.

Deze studie analyseert de wisselwerking tussen het instrumenteel en zelforganiserend vermogen van gebiedscoalities in de Baronie, de Gelderse Vallei, Noardwest Fryslân en Zuidwest Twente. Hieruit blijkt dat het zelforganiserend vermogen van regionale gebiedscoalities vaak tekort schiet. Afgesloten wordt met conclusies aanbevelingen aan regionale gebiedscoalities, provincies en rijk voor het verbeteren van de balans tussen instrumenteel en zelforganiserend vermogen.
► Download (pdf)

11.

De praktijk en verankering van regionale kennisarrangementen. Lessen uit Greenport Venlo, het Overijsselse Vechtdal, Enschede, Twente, Westerkwartier en de Veenkoloniën.
M. Stuiver, D. Kamphorst, M. Borgstein, E. van Mil en R. Arnouts, 2011, 96 pp, rapportnummer 2111

De laatste jaren ontstaan in toenemende mate regionale kennisarrangementen, d.w.z. gezamenlijke activiteiten van actoren in regio’s om via samenwerking kennis te delen, te ontwikkelen en te benutten voor verschillende regionale doeleinden. De overheid zet tevens meer instrumenten in om kennis te circuleren tussen de netwerken in regio’s en de kennisinstellingen die verantwoordelijk zijn voor onderwijs en onderzoek.

Deze studie focust op de koppeling tussen wetenschap en de praktijk van de regio. Deze studie analyseert daarom kennisarrangementen in Greenport Venlo, het Overijsselse Vechtdal, Enschede, Twente, Westerkwartier en de Veenkoloniën. Het rapport bevat lessen over de nieuwe rol van kennismakelaars, de ontwikkeling van kennisagenda’s en het experimenteren met een nieuwe kennisinfrastructuur in deze regio’s. Het beschrijft tevens hoe deze regionale kennisarrangementen verankerd kunnen worden in onderzoeksprogrammering en beleid.
► Download (pdf)

12.

Tussen kunnen, willen en mogen. Evaluatie van de pilot bestuurlijke overdracht gemeente Enschede.
F.G. Boonstra en R.J. Fontein, 26 jan 2011, rapportnummer 2125.

In de gemeente Enschede is van 2009 tot juli 2010 geëxperimenteerd met de overdracht van bestuurlijke verantwoordelijkheden van de provincie naar de gemeente voor de inrichting van het landelijk gebied. Daarvan werd versnelling van de beleidsuitvoering, meer samenhang en meer draagvlak onder bewoners verwacht.

Deze studie analyseert of verwachtingen zijn uitgekomen en wat de leerervaringen zijn. Belangrijke conclusie is dat gemeente en Dienst Landelijk Gebied meer zijn gaan samenwerken in de herinrichtingen Enschede-Noord en -Zuid en dat de gemeentelijke regie is versterkt. Minder resultaten zijn geboekt op het vlak van draagvlak onder bewoners en versnelling.
► Download (pdf)

13.

Meerwaarde(n) mogelijk maken. Een onderzoek naar het belang van waarden in gebiedsontwikkeling.
B.C. Breman, R.J. Fontein en M. de Groot, 2011 rapportnummer 2261.

Het komt steeds vaker voor dat waterschappers een coördinerende of regisserende rol hebben in gebiedsprocessen en als zodanig worden zij ook geconfronteerd met uiteenlopende waarden van verschillende stakeholders. Ondanks een groeiend besef van het belang van deze waarden heeft men er toch vaak nog weinig grip op en blijven ze in de praktijk impliciet en verhuld.

In dit rapport zijn deze waarden van gebiedspartijen wél expliciet gemaakt, wat meer inzicht geeft in de aard en invloed van deze waarden en in de wijze waarop ze in het gebiedsproces benut kunnen worden. Het onderzoek laat onder andere zien dat ook de diversiteit aan waarden binnen het waterschap van grote invloed is op het proces. Daarnaast spelen naast inhoudelijke waarden ook waarden ten aanzien van proces en relaties een belangrijke rol. Voor gebiedsprocessen is het cruciaal om de uiteenlopende waarden expliciet te maken.

In dit rapport worden 2 cases van waterschappers geïnventariseerd en geanalyseerd op waarden ten aanzien van de inhoud van plannen, van het proces en van de onderlinge relaties. Daarmee levert deze studie handvatten die waterschappen kunnen benutten in hun rol als gebiedsregisseur.
► Download (pdf)


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


*

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>