Loading...
U bent hier:  Home  >  Landbouw en Maatschappij  >  Artikel

Je voedsel waarderen. Waarom eigenlijk?

Door   /  21 oktober 2011  /  Landbouw en Maatschappij, Stad-Land relaties  /  10 Reacties
Trefwoorden: , , , , , ,

    Print       Email

Begin deze maand vond de Week van de Smaak plaats. Toegegeven, da’s alweer even geleden en omdat u hem alweer bijna was vergeten, hier nog eens een blogje n.a.v. het Foodlogcafé over de Betekenis van ons eten (4 okt, Groningen).

Voedsel is voor het gros van de afgelopen 10.000 jaar onderling ruilmiddel geweest tussen mensen. Pas met de industrialisatie tweehonderd jaar terug, lieten we de prijs van ons voedsel dalen om andere economische sectoren de ruimte te geven om te groeien, aldus Dick Veerman (Foodlog). Wat Veerman betreft breekt nu een derde fase aan en gaat de prijs van ons voedsel niet weer omhoog, maar gaan we ons eten wél meer waarderen.

Hoewel de deelnemers aan het Foodlogcafé het eens lijken te zijn met de noodzaak voor waardering van ons eten, krijg ik het idee dat we belangrijke gaten hebben laten vallen in de discussie. Want wat zet waardering nou voor zoden aan de dijk? Welke problemen lost het op? En welke problemen worden nog niet opgelost?

Veerman definieert twee problemen die er eigenlijk spelen: het agrarisch probleem en het sociale probleem. Klinkt heel logisch, maar als ik een (waardering) en andere (problemen) bij elkaar op ga tellen kom ik er toch nog niet helemaal uit.

Bij het sociale probleem stel je je bijvoorbeeld overgewicht en individualisering van de samenleving voor door slechte eetgewoontes – hoewel het daarbij niet zozeer gaat om het waarderen van voedsel op zich, maar om het waarderen van respectievelijk gezond voedsel c.q. ons lijf of een gezonde eetcultuur van gezamenlijke maaltijden. Ook de onderwaardering en onderbetaling van bepaalde beroepen waaronder die van voedselproducent kun je een sociaal probleem noemen. Door voedsel meer te waarderen kun je daar wellicht verandering in aanbrengen, maar dan wel via een materiële uitdrukking van de waardering, lijkt me. Meer inkomsten voor de boer, en dus een duurdere voedselprijs. Hoe Dick Veerman dit gescheiden wil houden (gewaardeerd maar goedkoop voedsel) of welke alternatieve problemen hij nog bedoelt, is mij niet duidelijk.

Ook nadenkend over het agrarisch probleem brengt me nog niet veel verder. Want wat is ‘het agrarisch probleem’? Veel boeren doen het eigenlijk prima. Kleintjes houden niet het hoofd boven water, net als familiebedrijven zonder opvolgers, maar dat geldt voor elke bedrijfstak in onze economie. Is het agrarisch probleem dan de verschraling van het landschap, vermindering van de biodiversiteit? In hoeverre is dat agrarisch te noemen of is het juist breder? En hebben we het dan over de waardering van voedsel, of over waardering van landschap en biodiversiteit?

Na afloop van het café, blijf ik vooral over bovenstaande vragen kauwen. Waardering is belangrijk. Dat voelen we allemaal. Maar waar die waardering nou beweging brengt in ons steunende en krakende voedselsysteem kan ikzelf niet de vinger op leggen. Wellicht betekent de waardering voor voedsel in elk geval dat burgers en overheden, consumenten en bedrijven, en iedereen daar omheen met elkaar in gesprek wil gaan over wat en hoe we een toekomstbestendig voedselsysteem in elkaar sleutelen. En dan is het vervolgens zaak om niet in het praten te blijven, maar om ook echt aan de slag te gaan. Bijvoorbeeld met een voedelstrategie voor de regio Groningen-Assen. Niet dat iemand weet hoe zo’n strategie er nou precies uit moet zien, maar daar komen we allemaal gaandeweg wel achter.

Dank aan Gemeente Groningen, Foodlog, Urgenda en YFM voor de interessante avond.

Blogt voornamelijk over lokaal en duurzaam voedsel

10 reacties

  1. josien kapma zegt:

    Ik deel eigenlijk ook wel de vraag van Dorine: ja, het opnieuw en anders waarderen van ons voedsel is bleangrijk, maar hoe gaat het concreet iets oplossen?

    Maar waar Dorine wel een oplossing ziet in de lokale voedselstrategie voor de stadsregio Groningen-Assen denk ik dat ook dát maar een kleine niche kan zijn.

    Wereldhandel in grondstoffen stop je niet zomaar, en brengt ook veel goeds. Als we daarbij het WTO systeem van open markten blijven hanteren, zal lokaal eten of meerwaarde producten nooit groter dan een klein aandeel zijn. Dus heel je productie die kant op transformeren, is hetzelfde als terugstappen van het wereldtoneel en de eigen landbouw redelijk irrelevant maken. Op zich niet erg, maar het creert razendsnel afhankelijkheden. …moeten we dan toch WTO vrije markt denken weer aan gaan pakken?

  2. Dorine je tekst roept een vraag op: als boerenbedrijven het zo goed doen, dan is er toch helemaal geen probleem dat opgelost moet worden?

    Waardering (ik noem het ook wel ‘betekenis’) is – in tegenstelling tot wat je zegt – in dat geval perfect onbelangrijk. Lokaal eten trouwens ook. Eten is eten. Het maakt niet uit waar het vandaan komt. Dat vraag je je over je benzine ook niet af, hoewel ieder druppel toch echt ergens vandaan komt.

    Zullen we eerst de vraag eens proberen te bepalen? Als ik jou lees, is er helemaal geen probleem. Toch maak je je druk om lokaal eten. Waarom?

  3. En voor alle duidelijkheid: ik denk dat er wel een probleem is. Ik denk tevens dat er mensen zijn die heel druk zijn met het oplossen van problemen die er niet zijn.

  4. Dorine, ik popel om te reageren. Vooral omdat ik reacties van boeren hoorde die het Café elitair noemden. Ik kan me daar alles bij voorstellen. Dat zou ik nl. vanuit hun perspectief ook vinden.

    De waardering waar ik het over had – dat was de paradox – was nauwelijks monetair. Jammer genoeg – jij merkte dat op twitter al op – kwam daarover geen discussie.

  5. Dorine Ruter zegt:

    Hi Josien, Dick, een vertraagde reactie van mijn kant!

    Josien, ik denk dat een regionale voedselstrategie geen internationale grondstoffenhandel uitsluit. Naast verkorting van ketens gaat het ook vaak over bewustwording, waardering, betekenis of hoe je het wilt labelen. Ik denk dat de lokale / regionale bril helpt om de verbinding te zien tussen de maatschappelijke eisen die mensen als burger stellen (bijvoorbeeld in het megastallen debat) en de prijseisen / voorkeuren die ze als consument hanteren. Voor internationaal producerende boeren in het gebied betekent dit misschien meer goodwill van omwonenden? Weet ik niet, hoor. Het6 is een gok / hoop.

    Dick, ik zit nog boordevol vragen en zie nog veel problemen. Zou graag je reactie daarop willen. Bijvoorbeeld:

    > Je sprak over een sociaal probleem en een agrarisch probleem. Welke problemen bedoel jij?

    > Met een aantal (groter / efficiënter / innovatiever) wordende boerenbedrijven gaat het goed. Met de omgeving waarbinnen die ondernemers werken gaat het niet altijd even goed. Is dat een agrarisch probleem? Of een maatschappelijk probleem (landschap, milieu, …) . Zie jij dat een verhoogde waardering (of hoe noem ik dat – verscherpte betekenis) van voedsel daar invloed op kan hebben, en hoe dan?

    > Welke link (if any) zie jij tussen betekenis geven aan ons eten en de spagaat waar boeren mee te maken krijgen? Maatschappelijke eisen vs de internationale prijsconcurrentie.

    > En voor zover nog niet bij bovenstaande vragen naar voren komt: nog graag een toelichting op het loskoppelen van betekenis en prijs. Je wilt wél dat ons voedsel meer voor ons gaat betekenen, maar niet dat we er meer voor hoeven (moeten / willen?) betalen, begreep ik. Waarom die stellingname? Ben ik erg nieuwsgierig naar, ook gezien de insteek van bijv het Verbond van Den Bosch dat vleesproducenten een zetje in de rug wil geven aan de maatschappelijke eisen te voldoen, door te beloven dat consumenten ook meer voor het vlees gaan / moeten betalen. Niet nodig? Gaat niet werken? …?

    Lijkt me ook leuk te horen wat voor discussie (aanwezige?) boeren hadden willen hebben. Meer de internationale? Meer financieel? Meer concreet?

  6. Ik betoogde dat we na de Industriele Revolutie de rest van de economie hebben ontwikkeld. Steeds bewuster en uiteindelijk zeer bewust hebben we eten zo goedkoop mogelijk maakt. Dat speelde koopkracht vrij die nodig is om non-agri zich te kunnen laten ontwikkelen. Eten duurder maken brengt die economie zonder meer in gevaar. Als we niet-duur eten zouden waarderen kan het dat beetje duurder worden wat boeren nodig hebben en kunnen we de rest van de economie omvormen tot eentje waarin eveneens minder maar beter wordt geconsumeerd. Waar wil je anders het geld vandaan halen om dat te doen als er geen marge meer gemaakt wordt op de producten uit dat deel van de economie?
    Daarom gaat het om een veel minder-monetair waarderingsvraagstuk. De boer is met een paar centen per eenheid product vaak al klaar; zover is hij al in zijn efficency.
    Er zijn vele mogelijkheden om de boer nog beter te betalen zonder dat de consumentenprijzen omhoog hoeven. Een korte keten is er daar eentje van. Een redesign van het complete voortbrengingsproces is er ook eentje. Zo kunnen Aldi’s met een lichte prijsverhoging enorme verschillen maken. Ik verwacht dat dat ook zal gebeuren. Ik verwacht zelfs dat er nieuwe discounterconcepten gaan ontstaan nu die concepten salonfahig worden. De relatieve goedkoopte daarvan moet echter niet tot nieuwe consumptieve pieken (zoals de economie nu is ingericht) aanleiding geven, maar vanuit waardering juist tot matiging leiden.

    Het boerenvraagstuk heb ik in het bovenstaande opgelost: die moet zodanig betaald kunnen worden dat hij wordt gecompenseerd voor arbeid, risico en marge voor toekomstige bedrijfsontwikkeling.
    Dat is theoretisch denkbaar in een liberale markt, maar dan verdwijnt hier de landbouw, met uitzondering van de niches. Als je dat geopolitiek ongewenst vindt (ik vind dat bijv.) dan zul je naar nieuwe vormen van regulering moeten gaan (ik denk dat die er zijn; bankier Geu Siebengna vertelde me ooit in een interview voor het AGD dingen waar ik me goed in kan vinden – zoek daar dus even als je wilt weten welke).

    Als jij stelt dat boeren het hier prima houden, kan ik me niets voorstellen bij de noodzaak tot een lokale voedselstrategie. Daar zou immers dan al voldoende monetaire waardering voor bestaan.

    Zoals al gezegd, ik geloof daar niets van. Onze primaire sector moet inkrimpen tot hooguist 10% van het bestaande aantal ondernemers om misschien te kunnen overleven binnen de huidige marktcontext)

    Nu die vraagstukken. Dat totaal verschillende perspectieven op het onderwerp eten. Ik onderscheid er in essentie drie:
    1. esthetische (het moderne boerenbedrijf is niet mooi in de ogen van stadsen die op het platteland komen wonen, cq. het platteland is een woonwijk geworden, zaols bijv. in Brabant met zijn megastallenprobleem)
    2. sociale: goedkoop en gedachtenloos eten maakt moddervet
    3. economische: het eeuwige boerenvraagstuk van een industrie in complete mededinging maar die niet in staat is om zijn commons te regisseren (de liberalisering vd markt heeft dat probleem weer compleet teruggebracht)

    Lokale voedselstrategie is een vat vol misverstanden. De een heeft het over het overleven van die leuke kleine boer (die als niche alle toekomst heeft, maar als ondernemer veelal niet geschikt voor zijn nieuwe mogelijke toekomst). De ander over het steeds groter wordende boeren (dat zich zal ontwikkelen tot het stootblok bancair definitief op is, kijk naar de melkprijs nu weer en de filmpjes waarop Wim Thus van Rabo dingen zegt die mij als bankier alle kranen zouden laten dichtdraaien, cq. waarin ik RFC zou dwingen achterwaarts te integreren naar de beste en grootste boeren en de meest aaneengesloten weidegronden en de rest van de boeren vrij te laten). ‘Burgers’ maken zich zorgen over hun ‘woonbuurtje’ en willen het boertje van weleer dat er zo leuk uitzag . Weer anderen willen gezellig als vermaak naar de boerenmarkt
    .
    Er zijn maar weinigen die naar het systemische beeld kijken en de rol van agri in de totale economie, cq. ons totale welzijn. Het LEI dan? Nee, daar vind je het ook niet. Onderwijl kwekt iedereen gezellig door elkaar. Gefinancierd en wel door een overheid die ook de weg kwijt is.

  7. Dorine Ruter zegt:

    Mooi en mee eens: extra centen voor de boer hebben al effect – hoewel volgens mij ook en vooral de supermarkt nu een lijn moet gaan trekken daarin, aangezien gros van de consument kiest nog steeds op de prijs, althans: waar het vlees betreft?

    Nog 100 vragen over de rest van je stuk. Ik pik er een paar uit anders blijf jij aan het uitleggen (hoewel… jouw verhaal valt mooi buiten die categorie van gewauwel op kosten van de overheid? :)

    Je discounterverhaal. Wat zie je voor je, hoe werkt het? (En denk je écht dat waardering het wint van goedkoopte – dus matiging ipv overconsumptie? Dat is toch niet echt gebaseerd op waarnemingen in het verleden?)

    Het inkrimpen van aantal boeren: met die overgebleven 10% hebben we zelf genoeg te eten en genoeg te exporteren voor de wereldhandel én produceren we een beetje met oog op dierenwelzijn en nutrienten en what not? Volg je de natuurlijke krimp of stuurt er iemand bij? Wie? Hoe? Op basis waarvan? Oftewel, wie willen we dan houden en wie moet stoppen? Als je daarin een beetje wilt reguleren (indien mogelijk) lijkt me dat nou iets voor een heuse voedselstrategie…?

    Campina…?? Die vraag sla ik even over, want mijn hoofd heeft beperkte capaciteit voor nieuwe dingen.

    En in zijn algemeenheid over de lokale voedselstrategie: net waar het interessant wordt stop je! Ja er is van alles te koop aan zin en onzin over voedselstrategieën. Maar met tal van overheden juist nu geïnteresseerd in het voedselsysteem (met voedsel van ver), de lokale boer en van alles daartussen en daaromheen, is nú de tijd er iets zinnigs over zeggen, lijkt me. Welk zinnigs jij daarover wilt zeggen zou ik graag horen. Steeds meer mensen willen wel ‘kijken’ naar het grotere systeem. Maar wie ‘ziet’ er ook echt wat in? Wat zouden ze volgens jou moeten zien dat nu nog in het duister blijft? Bij de voedselstrategie discussies blijft vanuit gemeenten toch een beetje de vraag hangen: Wat heeft een gemeente al dan niet van doen met voedsel en met landbouw. Waar kunnen ze sturen, en waar moeten of willen ze sturen? Zijn dat domme vragen waar die gemeenten al lang het antwoord op hadden moeten weten?

    [Ik heb even nagezocht voor anderen die meelezen: je gesprek met Geu Siebenga in de reeks Waait het of stormt het? http://www.agd.nl/Artikel/141134/Niemand-benoemt-het-probleem.htm ]

  8. Kijk even naar deze tekst: http://www.foodlog.nl/artikel/40-nederlands-landbouwareaal-nodig-om-huisdieren-te-voeden

    Zelfvoorzienendheid is een illusie met onze bevolkingsdichtheid en ons welvaartsniveau. Wel kun je ervoor zorgen dat het land om ons heen wordt bewerkt op een economisch, esthetisch en ecologisch gewenste manier. Dat zal een bijdrage leveren aan onze consumptie die nooit meer dan enkele procenten zal zijn. Op meer moet je niet rekenen.

    In melk, varkens, eieren en groenten (fruit is alweer een stuk lastiger) zijn we als Nederland riant meer dan zelfvoorzienend. Dat kun je dus ook lokaal doen, Dat doen we al, maar we benoemen het niet. Daardoor komt de balans tussen de drie e’s in gevaar. We produceren voor de wereldmarkt in een veel te duur landje. Verplaatsingen en failissementen zijn al aan de orde van de dag, al zitten bank en overheid nog steeds een beetje in de ontkenningsfase. Het is niet ondenkbaar dat we straks zitten zonder boeren zitten maar met weilanden waar waarin de bomen weer beginnen te groeien. Huizen zullen er immers ook niet gebouwd worden, want onze bevolking neemt af én trekt naar de stad.

    Nederland is de varkens-, melk- en AGF-boer van Noord-West Europa. Binnen een straal van 500 km (very local heet dat bij Michael Pollan) hebben we 100 miljoen consumenten die we van van ‘gekend’ hoogwaardig spul kunnen voorzien tegen een nette prijs. De hoeveelheid melk zou ingeperkt moeten worden. Die loopt nl. economisch uit de rails en wordt door Nederlandse koeien obv buitenlands voer gemaakt. Varkens leven voor zo’n 75% van reststromen van weliswaar buitenlands product, maar het komt uit fabrieken die hier nu eenmaal staan. Het is contextgebonden landbouw.

    Lokaal is de uitdaging op de 3 e’s rond het platteland in balans te laten ontwikkelen voor een aantal producten. De rest – de overgrote meerderheid van ons maagaandeel – blijven we importeren. Net zo goed als we zullen moeten blijven exporteren (tenzij we vnl. op een dieet van melk en varken willen gaan leven, wat nogal saai wordt, maar voor NLgrappig genoeg perfect verdedigbaar is als je ‘local’ redeneert). Maar niet overal heen. Local moet modern worden gedefinieerd. Nederland s de achtertuin van een aantal Europese steden. Ook Carolyn Steel – die helaas is vertrut tot knus lokaal – ziet dat zo.

    Wat gemeenten moeten begrijpen? Dat een economische activiteit om hen heen niet meer uit kan door voor de wereldmarkt te produceren. Valt die weg dan komen er werkelozen bij. Die kunnen weer in de vorm van parkbeheerders worden ingezet, maar dat is een beetje zonde. Onze landbouw moet weer meerwaarde krijgen, dwz Nederlanders en onze medelokalen moeten een voorkeur krijgen voor ons product. Dat kan alleen als het meer gewaardeerd wordt. Het moet dus herkenbaar zijn en waarden reflecteren waarin mensen zich herkennen en waar ze voor willen gaan. Anders is het uit. Uit of ‘Aan’, in beide gevallen zal een bepaalde esthetiek en een zekere ecologie gerealiseerd worden.

    Daarmee zeg ik dus dat het in de grond van de zaak een economisch en een marketingvraagstuk is.

    Ander hoofdstuk: discounters.
    Discounters hebben geen cross subsidie vanuit vers en een hoge omloop. Bij een prijsverhoging van centen blijven ze in vers en vers verwerkt significant goedkoper dan full service supers. Die formule gaat winnen omdat het business model van FS supers achterhaald is, want te kostbaar. De consensus is dat het efficient is. De werkelijkheid is dat het dat niet is omdat nwe vormen van distributie, w.o. de combi Internet en lokale fysieke distributie, die ‘in class efficiency’ op verrassend korte termijn irrelevant zullen maken.

    Nu dit er toch staat: ik zal ‘ns kijken hoe ik wat hier staat kan verwerken tot een tekstje op Foodlog.

  9. Ben Lansdaal zegt:

    Hallo Dorine, Josien en Dick jullie hebben een interessante discussie.

    Ik denk dat de begin sleutel van het probleem is, bewustwording van de consument, wat eten wij en waar komt het vandaan en hoe wordt het geproduceerd.
    Als ik op een stadse school vraag, aan de huidige jeugd: waar komt de melk vandaan? Is het antwoord, uit de fabriek.
    Dit geeft mij aan dat de huidige maatschappij niet veel meer weet hoe ons voedsel wordt geproduceerd en waar het vandaan komt.
    Wat is dan de waarde van ons voedsel?
    Het uiterlijk, de auto, het status gevoel heeft voorrang gekregen op wat eigenlijk een van onze eerste levensbehoefte zou moeten zijn “voedsel”
    Conclusie is dat de waarde van het voedsel is niet erg groot.
    De waarde van voedsel zal bij de ouderen hoger zijn dan bij de jongere mensen.

    Ik denk dat lokale voedsel strategie de bewustwording van de bevolking zal veranderen en dat het bijdraagt aan de waardering van ons voedsel en daarmee ook een andere prijsvorming.
    Daarin kan je een deel van het agrarische en sociale probleem oplossen, maar dan zal de landelijke en plaatselijke politiek meer moeten gaan brainstormen met de branche over de bezwaren die er nu zijn.
    Als je mij vraagt wat voor type bedrijf past in een lokale voedsel strategie, dan denk ik al gauw aan bio/eko bedrijven. Daar voorkom je de discussie over gezondheid en veiligheid.

    Wat betreft de prijs van ons voedsel dat die niet omhoog zou mogen gaan daar zet ik toch mijn vraagtekens bij, zolang er geen compensatie (op wat voor een manier ook) zal de agrarische producenten toch een betere prijs moeten krijgen omdat hun kosten ook ieder jaar stijgen.
    Ze zijn al jaren bezig met kosten besparing d.m.v. automatsering en andere technieken en ik denk dat die slag op dit moment stagneert van wege de prijsvorming.
    Ik moet er niet aan denken dat wij ons voedsel moeten gaan importeren, (omdat het goedkoper is) als je nu al ziet dat het een moeizaam proces is om de politiek binnen Europa op een lijn te krijgen wat betref de politieke verschillen en inzichten.
    Dan ben ik bang dat voedsel een politiek machtsmiddel wordt.
    Als we dan nog eens de bestrijdings middelen er bij halen, in Nederland zijn we behoorlijk kritisch met het gebruik ervan.
    Daarin tegen vind ik in de andere landen nog steeds middelen die bij ons al jaren verboden zijn, dan stel ik mij de vraag wat zou ik liever willen eten en wat is mij dat waard.

    Ik was niet aanwezig bij de discussie van het Foodlogcafé (helaas) en misschien heb ik de discussie iets breder getrokken dan jullie bedoeling is, maar wil ik wel mijn mening geven over de waarde van voedsel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


*

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>