Loading...
U bent hier:  Home  >  Beleid  >  Artikel

Logboek POP3

Door   /  25 juni 2013  /  Beleid, Landbouw en Maatschappij, Leefbaarheid en krimp, Lokale energie, Natuur en landschap, POP3, Stad-Land relaties  /  Geen Reacties
Trefwoorden: , ,

    Print       Email

Het Nederlandse speelveld rond plattelandsontwikkeling is in beweging, maar welke kant het op gaat blijft onduidelijk. In de aanloop naar een nieuwe periode voor het Plattelandsontwikkelingsprogramma zal Netwerk Platteland in dit logboek inzichtelijk maken hoe dit proces verloopt.

 

Najaar 2014

Het wachten is nu op de goedkeuring van het POP3 in Brussel.

Zomer 2014

Augustus

Budget vastgesteld
Op 22 augustus stemt  de Europese commissie  in met het door Nederland opgestelde partnerschapscontract voor de structuur- en investeringsfondsen. Daarmee is in totaal 607 miljoen euro vastgesteld voor POP. Daarvan is jaarlijks 87 miljoen beschikbaar voor plattelandsontwikkeling. Lees meer >>

Informatiebijeenkomsten LEADER in POP3
In juni zijn vier landsdelige informatiebijeenkomsten georganiseerd over LEADER in de periode 2014-2020. De termijnen voor het indienen van de Lokale Ontwikkelingsstrategie moet eerst worden gewacht op goedkeuring van het POP3. De gebieden gaan zich gericht voorbereiden en een LOS opstellen. Meer informatie over de voortgang in het Logboek LEADER >>

Voorjaar 2014

Mei

Indiening
Het POP3 wordt ter goedkeuring ingediend in Brussel.

Kameroverleg en moties
Op 22 mei is er een VSO (Verslag Schriftelijk Overleg) over POP3 in de Tweede Kamer. Twee moties zijn ingediend:

  1. Ondersteun via POP3 kwetsbare sectoren die financieel extra worden geraakt door wijzigingen in de 1e pijler van het GLB (Jaco Geurts, CDA)
  2. Besteed budget voor LEADER aan innovatie en duurzaamheid binnen de agrarische sector ‘en niet aan sportclubs en golfbanen’ (Gerard Schouw, D66, lees motie)

De motie van Schouw wordt aangenomen, die van Geurts verworpen. Het zou binnen de Europese kaders van POP niet mogelijk zijn om POP-geld op die manier in te zetten.

Maart – april

Slotconferentie POP3 (15 april)
Ter afsluiting van de maatschappelijke consultatie vindt op 15 april de slotconferentie POP3 plaats in het provinciehuis te Lelystad, met toelichtigen, mogelijkheid om vragen te stellen en met elkaar in gesprek te gaan. Lees de blog van Lotty Nijhuis of het officiële verslag (pdf).

Kamerbrief (2 april)
Op 2 april informeert staatssecretaris Dijksma de Tweede Kamer over de stand van zaken m.b.t. het POP3. Daarin dringt zij onder meer aan op een landelijk uniforme uitvoering van de jongeboerenregeling gericht op innovatieve investeringen, dat loonwerkers in samenwerkingsverbanden met agrariërs binnen de maatregelen gericht op innovatie in aanmerking kunnen komen voor POP3-subsidies en dat stadslandbouw in aanmerking kan komen voor POP3-subsidie (onder andere LEADER), dus ook in stedelijk gebied.
Lees nieuwsbericht of download kamerbrief (pdf)

Maatschappelijke consultatie
Het ministerie van EZ en de provincies organiseren tussen 13 maart en 9 april een internetconsultatie over het concept-POP3. Dit biedt iedereen de mogelijkheid een reactie te geven op of vragen te stellen over het Nederlandse concept-POP3. Er zijn ongeveer 75 reacties ingediend door zo’n dertig verschillende organisaties; veel over LEADER en het agrarisch natuurbeheer.

Winter 2013/2014

December

Novemberbrief

Begin december verscheen ‘de novemberbrief’ van staatssecretaris Dijksma, waarmee zij de Tweede Kamer inlichtte over de nationale invulling van het GLB. Over POP3 staat daarin onder andere het volgende:

Er is voor de periode 2014-2020 voor Nederland €607 miljoen (per jaar circa €85 miljoen) beschikbaar uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO). Daar komt nog nationale cofinanciering bij.

Met POP3 wil het kabinet bijdragen aan internationale doelen op het gebied van natuur, milieu en water. Het boerenland en -erf staat daarbij centraal. Daarnaast moet POP3 bijdragen aan een concurrerende, innovatieve, duurzame en toekomstbestendige agrarische sector.

In overleg met provincies is besloten in te zetten op de volgende thema’s:

  • Versterken van innovatie, verduurzaming en concurrentiekracht. Hieronder vallen onder andere: het ondersteunen van samenwerkingsverbanden (zoals operationele innovatiegroepen EIP), landbouwstructuurversterking en een brede weersverzekering (die voorheen onder pijler 1 viel).
  • De ondersteuning van jonge boeren met 5 miljoen euro per jaar.
  • Natuur en landschap, zoals afgesproken in het natuurpact. Hieronder vallen onder meer: agrarisch natuurbeheer (dat vanaf 2016 uitsluitend uitgevoerd zal worden door collectieven), hydrologische maatregelen in Natura 2000-gebieden in het kader van de PAS en aanleg- en inrichtingsmaatregelen.
  • Verbetering van de waterkwaliteit. Dit sluit aan op het doel van het vijfde actieprogramma Nitraatrichtlijn. Het bevorderen van emissiearme landbouw en het optimaliseren van het waterbeheer voor de landbouw staan centraal.
  • LEADER. LEADER focust op integrale projecten voor de sociaal-economische ontwikkeling van het platteland die bij voorkeur meerdere doelen dienen (inclusief projecten onder het programma Duurzaam Door). Ten opzichte van voorgaande periode moet LEADER professionaliseren: nut en noodzaak van projecten moeten vooraf worden aangetoond.

Samen met de provincies is gekozen voor een beperkt aantal maatregelen (minder dan 10, t.o.v. ruim 20 in POP2) om POP3 een duidelijke focus en samenhang te geven, een versnipperde inzet te voorkomen en de uitvoeringskosten te beheersen.

Het streven is POP3 begin 2014 bij de Europese Commissie ter goedkeuring in te dienen zodat het programma in de tweede helft van 2014 kan starten.
De verdere uitwerking van de uitvoeringsstructuur, evenals uitvoeringskosten en borging van financiële risico’s, wordt opgenomen in een Convenant van rijk en provincies. Daarnaast komt er een Partnerschapsovereenkomst waarin Nederland aangeeft hoe het de middelen uit de ESI-fondsen (waaronder ELFPO) in de periode 2014-2020 in gaat zetten ten behoeve van de Europa 2020-strategie.

De Nederlandse natuur- en milieuorganisaties vrezen dat met de nationale implementatie van het GLB zoals staatssecretaris Dijksma deze voorstelt een doelmatige vergroening niet is zeker gesteld. De sector toonde zich redelijk tevreden, onder andere over het budget voor jonge boeren.

November

Geen geld van eerste naar  tweede pijler

In het nieuwe GLB is vastgelegd dat lidstaten 15% van het budget van de eerste pijler (directe betalingen) mogen verschuiven naar de tweede pijler (plattelandsontwikkeling). Nederland zal van deze mogelijkheid geen gebruik maken. Dat maakte staatssecretaris Dijksma begin november bekend.

Hiermee gaat de staatssecretaris in tegen het advies van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli). In de publicatie ‘Duurzame keuzes bij de toepassing van het Europees landbouwbeleid in Nederland’ (oktober 2013) pleitte de Rli ervoor geld gericht in te zetten voor innovatie en verduurzaming en daarvoor maximaal geld naar pijler 2 over te hevelen. LTO liet eerder al weten tegen overhevelen te zijn.

 

Najaar 2013

Oktober

Op weg naar nieuwe CLLD-gebieden

Als er in de streeknetwerken in Nederland net zoveel energie en dynamiek zit als in de workshop over CLLD tijdens de POP-conferentie van 9 oktober jl., dan komt het goed met plattelandsontwikkeling in Nederland. En dan hopen we maar dat er ook dynamiek komt of blijft in de regio’s die geen CLLD-groep worden. Want dat gaan er aanzienlijk minder worden dan nu het geval is.

Hoe zit het met de procedure op weg naar de selectie van CLLD-groepen? Er is nog veel onduidelijk. We zetten hier op een rij wat we wel weten.

1. Hoeveel CLLD-gebieden gaan er komen?
Dat is afhankelijk van het beschikbare budget. De EU heeft gezegd: zorg per gebied a.u.b. voor minstens 2 miljoen. Als 5% van het POP-budget aan CLLD wordt besteed, is er ongeveer 28 miljoen. In dat geval komen er 14, misschien 15 gebieden. Een aantal provincies wil echter een hoger percentage voor CLLD, bijvoorbeeld 8%. In dat geval is er ruimte voor ongeveer 20 gebieden.

2. Hoe wordt er geselecteerd?
De EU ziet graag selectie op nationaal niveau, op basis van de kwaliteit van het gebiedsplan. In de komende periode gaat dat de Lokale OntwikkelingsStrategie heten, afgekort tot LOS. Hierin moet een gebied duidelijk maken wat ze wil gaan doen en hoe. De basis hieronder is een verplichte sterkte-zwakte analyse.
De provincies willen geen selectie op landelijk niveau, ze willen de zekerheid dat er in ieder geval één CLLD-groep uit ‘eigen’ provincie komt.
Hoe er binnen een provincie of landsdeel wordt geselecteerd verschilt. De ene provincie wil gewoon een gebied aanwijzen, de andere koerst op een selectie op basis van kwaliteit van het Lokale Ontwikkelingsplan. In dat geval kan het dus zijn dat de oude Leadergebieden met elkaar in concurrentie moeten voor één plaats. Er komt een Landelijke Adviescommissie die de kwaliteit van de plannen beoordeelt en hierover een advies afgeeft aan de CLLD-groepen met cc aan de provincies.
Netwerk Platteland heeft o.a. over dit onderwerp een beleidsadvies richting provincies gegeven.

3. Dus er is een kans dat een gebied voor niks een Lokale Ontwikkelingsstrategie opstelt?
Wel als het alleen maar gaat om CLLD-middelen te krijgen. Maar we gaan er vanuit dat het opstellen van een ontwikkelingsstrategie bijdraagt om nieuwe energie en elan los te krijgen waar een gebied ook zonder CLLD-middelen mee vooruit kan. Niet voor niets heeft het NP steeds aanbevolen om gebiedsplannen vanuit meerdere bronnen te financieren om te voorkomen dat een gebied alleen van POP3 afhankelijk is. Dat kan, want er zijn in de afgelopen periode meerdere gebieden in Nederland geweest waar men zonder Leader veel voor elkaar heeft gekregen.

4. Kunnen we op dezelfde voet doorgaan?
Dat zal in veel gevallen moeilijk worden. Niet alleen omdat er minder CLLD-gebieden komen. Ook omdat er steeds meer wordt gelet op de activiteit en kwaliteit van het streeknetwerk of van een Streekcoalitie a la CLLD. De Leadergebieden die –wat cru gezegd- ‘als stempelmachine voor plattelandsontwikkelingsprojecten’ hebben gediend, hebben hun tijd wel gehad. Hier zal een omslag nodig zijn naar een breed en actief streeknetwerk, met een aanjaag- en netwerkfunctie en in staat een geïntegreerde strategie uit te voeren. Als de actoren in het gebied nog niet zover zijn, zal er dus wat moeten veranderen in dat gebied.

5. Wanneer gaat dit selectieproces ‘los’?
Met het nodige voorbehoud ziet de planning er als volgt uit:
Nederland wil in januari haar Plattelandsontwikkelingsprogramma POP3 bij de EU indienen. Vermoedelijk komt er in de zomer goedkeuring voor dit plan. In september 2014 start een eerste tender waar gebieden kunnen meedingen door een Lokale Ontwikkelingsstrategie in te dienen. Althans voor de provincies waar al niet een keuze is gemaakt. In december moet de LOS zijn ingediend. Uiterlijk mei 2015 nemen de provincies een besluit. In het voorjaar van 2015 start een tweede tender voor de latere starters. Daarvoor moeten de plannen uiterlijk in december worden ingediend. Uiterlijk mei 2016 nemen de provincies of de landsdelen hierover een besluit. Ook deze ronde gaat via de Landelijke AdviesCommissie.

Er zijn nog meer bijzonderheden bekend waar Lokale Ontwikkelingsstrategieën aan moeten voldoen, ook voortkomend uit EU-documenten. Deze worden binnenkort op deze website toegevoegd.
Indien u meer informatie wilt kunt u ook contact opnemen met Henk Kieft van het Netwerk Platteland.

 

Zomer 2013

Juni 

Terwijl er een GLB-akkoord in Brussel wordt gesloten blijft het spannend hoe het POP3 eruit gaat zien. Het is wel duidelijk dat er minder middelen beschikbaar zijn. Tussen 2014 en 2020 krijgt Nederland een krappe 540 miljoen euro toegewezen, in de huidige periode was dat ruim 593 miljoen.
Ook krijgen we via Veelzijdig Boerenland zicht op de financiële inzet van POP3-middelen voor agrarisch natuurbeheer:
Er is voor agrarisch natuurbeheer jaarlijks een bedrag van 32,5 mln. van de provincies beschikbaar, en vanuit het POP3 wordt dat verdubbeld tot 65 mln. Hier hangt nog wel de onzekerheid van de inzet van de 200 miljoen vanuit het Lenteakkoord voor natuur overheen: blijft deze intact of wordt hier wat afgehaald?
Ook zijn er bedragen bij de groenblauwe projecten van de waterschappen: er is jaarlijks een bedrag van 5 mln. van de waterschappen, en dat wordt eveneens verdubbelt vanuit het POP3.
De toekomst voor CLLD / Leader is meer ongewis. LTO heeft al stelling genomen door een persbericht uit te brengen dat er minder geld naar plattelandsontwikkeling moet en meer naar de boeren. Naar het schijnt heeft LTO dit nog onderbouwd door te melden dat Leaderprojecten  40% overhead kennen. Dit is voor veel regio’s niet correct. Salland zit op 7% en verzucht daarbij dat er nog wel veel overhead bij DLG en Dienst Regelingen overheen gaat.
Mede op basis van de lobby van LTO blijft in discussie of het percentage voor CLLD / Leader op 5% blijft hangen of eventueel toch 8 of 10 % kan worden. De Leadergroepen zullen dus nog stevig aan het werk moeten met eigen lobby om het niet af te leggen tegen het LTO-geweld. De Leadergroepen in Zuid-Holland hebben daar hun bijdrage aan geleverd met de organisatie van een werkbezoek voor gedeputeerde Han Weber. Hierin werd een evaluatierapport van 10 jaar Leader aangeboden. Hierin viel op dat Leader een grote hefboomwerking heeft: de bijdrage vanuit het POP aan de projecten is relatief beperkt. Ook blijkt nadrukkelijk dat Leader nieuwe netwerken en samenwerkingsverbanden heeft gestimuleerd, netwerken die ook vaak duurzaam blijken te zijn.

Lente 2013

April

LEADER in POP3 – Landsdeel Oost
In landsdeel Oost zijn LEADER-coördinatoren en begeleiders Gebiedscommissies bij elkaar gaan zitten omdat zij het belangrijk vinden dat er in de volgende EU-begrotingsperiode voldoende aandacht is voor CLLD (Community Led Local Development). Zij hebben dit bepleit bij de provinciale vertegenwoordigers die betrokken zijn bij het schrijfproces voor het POP3. In dit document hebben ze de argumenten op een rij gezet en enkele voorbeeldprojecten op een rij gezet waarin de kracht van CLLD in de afgelopen periode naar voren komt.
► Download document (pdf)


Van Leader naar CLLD
In april hebben we, met een aantal vertegenwoordigers van het netwerkteam, veelvuldig contact met LEADER-coördinatoren en schrijvers van het LEADER-onderdeel in het POP3. We zijn in Oost, Noord en West aangeschoven bij bijeenkomsten waar uitgebreid is gesproken over de toekomst van LEADER in de volgende periode.
Allereerst de kaders. Zoals het er nu op lijkt is er per jaar 85 miljoen euro voor POP3 beschikbaar. Hiervan zal 35 miljoen worden besteed aan agrarisch natuurbeheer. Dat betekent dat er nog 50 miljoen per jaar beschikbaar is voor de andere prioriteiten. Dat is ongeveer 4 miljoen per jaar per provincie.
LEADER-coördinatoren zijn er van overtuigd dat LEADER, of in moderne termen Community Led Local Development, een serieuze rol verdient in het POP3. Niet alleen in de geoormerkte 5% of evt. 10% voor LEADER, maar ook voor de overige prioriteiten, bijvoorbeeld innovatie, water en klimaat. Door hier met een bottom up-werkwijze aan de slag te gaan, zullen de resultaten een meer blijvend, duurzaam effect hebben. Ook komt er met samenwerking tussen verschillende spelers meer innovatie op gang. De voorstanders van CLLD brengen dit in bij de schrijfgroep POP3.

Provinciale bijeenkomsten
Ondertussen zijn er ook enkele voorbereidingsbijeenkomsten over POP3 geweest, door provincies georganiseerd. In deze blog is een weergave van de bijeenkomst in Utrecht te vinden.

 

Winter 2012/2013

Maart
Update provinciale voorbereiding POP3
Op dit moment zijn vier landsdelige programma’s in voorbereiding. Staatssecretaris Dijksma heeft de provincies hiertoe uitgenodigd.
De vorderingen in het schrijfproces van POP3 lopen per provincie sterk uiteen. Het valt daarbij op dat in de meeste landsdelen de provincies grotendeels afzonderlijk werken aan hun eigen prioritering. Alleen in Oost wordt dit landsdelig opgepakt.

Lees de hele update voor maart>

Februari
Begrotingsakkoord vastgesteld
Op 8 februari 2013 heeft de Europese Raad een akkoord bereikt over het volgende Meerjarig Financieel Kader (MFK). Hierin is vastgelegd waar de budgettaire prioriteiten liggen voor de periode 2014-2020. Voor plattelandsontwikkeling is de begroting vastgesteld op 84,9 miljard euro. Dit is ongeveer 13,5% lager dan in de periode 2007-2013. Tevens is in het akkoord vastgelegd dat lidstaten de mogelijkheid krijgen tot 15% van pijler één (directe betalingen) naar pijler twee (plattelandsontwikkeling) over te hevelen en andersom. Lidstaten met rechtstreekse betalingen per hectare die lager zijn dan 90% van het EU-gemiddelde, mogen daarbovenop nog eens 10% meenemen van pijler twee naar pijler één. Dit voorjaar zal het Europees Parlement stemmen over het begrotingsakkoord.

Januari
Samenwerking goed op gang
Inmiddels is er in het regieteam een goede samenwerking op gang gekomen tussen ministerie en provincies. Met coördinatie van het regieteam gaan de komende periode vier schrijfgroepen aan de slag om landsdelige POP3-programma’s op te stellen. Dat betekent dat er wel vier programma’s komen. Het ministerie van Economische Zaken wil wel dat de uitvoering op nationaal niveau gebeurt. Er is nog geen projectleider vanuit het ministerie benoemd.

Brabant overweegt nieuw systeem Leader
Provincie Noord-Brabant meldt dat men overweegt voor het Leaderdeel van POP3 over te gaan op een nieuw systeem. De wens is om invulling en uitvoering meer aan de gebieden over te laten. Tot nu toe speelt de provincie een belangrijke rol bij de drie Leader-groepen: voor administratie, secretariaat en voorbereiding van procedures. Omdat er minder geld beschikbaar lijkt voor Leader, is de verwachting dat het aantal Leadergebieden in Brabant mogelijk in aantal teruggaat. Dat laatste is nog wel afhankelijk van de verdere invulling van POP3: wordt het landsdelig of landelijk, blijft Leader beperkt tot 5% van de beschikbare middelen of wordt het nog wat meer?

Najaar 2012

Oktober
Kwartiermaker werkt aan Plan van Aanpak voor het POP3
De kwartiermaker werkt tot 1 november aan een Plan van Aanpak waarin staat hoe het proces moet verlopen om te komen tot een goed en gedragen POP3.
In dit proces moet nog rekening worden gehouden met een aantal onzekerheden:

  • wat is het wetgevingskader,
  • hoe groot wordt het budget voor de tweede pijler,
  • welke wensen en ideeën mogen er verwacht worden van het nieuwe kabinet?

Binnen het ministerie leeft de wens om het POP3 samen met de provincies op te stellen. (Maar dan zonder het op te knippen in vier landsdelen en zonder te gaan werken met vier betaalorganen.) Er is een projectorganisatie opgezet waarin ook medewerkers van provincies meewerken. De provincies beslissen ook mee over het plan.

Zomer 2012

6 september
Op weg naar een Plan van Aanpak voor het POP3
Het ministerie van EL&I heeft Willem Schoustra aangewezen als kwartiermaker voor het POP3. In de maanden september en oktober zal er vooral worden gewerkt aan een Plan van Aanpak. In samenspraak met verschillende externe partijen zal een pad worden uitgestippeld naar een goedgekeurd POP3 in januari 2014. Dat betekent dat het POP3 uiterlijk mei 2013 klaar moet zijn, zodat het de procedure-molens in kan.

11 juli
Bestuurlijk overleg Staatssecretaris Bleker met provincies
Uit nieuwsbrief SNN – zomer 2012:
Op 11 juli was er bestuurlijk overleg met Staatssecretaris Bleker over de Europese Structuurfondsen in de nieuwe programmaperiode. Belangrijk agendapunt was de uitvoering van deze fondsen, decentraal versus nationaal. Hierover is nog geen besluit genomen. Wel is besloten dat de landsdelen door kunnen gaan met het werken aan regionale EFRO-programma’s. Dit is winst aangezien het Rijk een half jaar geleden nog op het standpunt stond van nationale programmering. De Staatssecretaris hecht er overigens aan dat de landsdelen bij de uitwerking van de programma’s waar mogelijk en voor het landsdeel relevant aansluiting zoeken bij het topsectorenbeleid van het Rijk met de nodige aandacht voor vraagsturing.

— Er is in het bestuurlijk overleg niet gesproken over POP3 —

18 juni
Landbouw- en Visserijraad (met de Europese ministers van Landbouw)
De nadruk in de discussie lag onder meer op het – door de Commissie voorgestelde – minimumbestedingspercentage van 25% voor middelen ten behoeve van agro-klimaat-milieumaatregelen. Staatssecretaris Bleker heeft aangegeven geen voorstander te zijn van minimumbestedingspercentages (voor agro-klimaat-milieumaatregelen): “Dit belemmert mijns inziens de flexibiliteit voor de lidstaten en staat haaks op een meer doelgerichte aanpak in het plattelandsbeleid.”
(Uit brief Staatssecretaris Bleker aan Tweede Kamer 29 juni 2012)

Uit Europabrief van de vertegenwoordiging van de Oost-Nederlandse provincies in Brussel:, over Algemeen Overleg in de Tweede Kamer op 13 juni:
De Staatssecretaris wil de 2e Pijler van het GLB inzetten voor agrarisch natuurbeheer, natuur of innovatie en duurzaamheid en vindt dat dit tot de bevoegdheden van het Rijk behoort. Er moet goede afstemming zijn met provincies en gebiedsafspraken zijn zeker mogelijk, maar waarschuwde hij: “het is niet meer zoals vroeger voor breed plattelandsontwikkelingsbeleid”.

Voorjaar 2012

Juni
Resultaten korte belronde langs de 4 landsdelen.
Ondanks dat staatssecretaris Henk Bleker heeft aangegeven het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP) nationaal te willen invullen, wachten de provincies niet af en komen ze met hun eigen voorstellen. Een korte belronde levert de volgende stand zaken op:

Noord-Nederland (Drenthe, Friesland, Groningen)

Noord-Nederland heeft een eerste houtkoolschets uitgewerkt om te zien waar de verschillende fondsen elkaar kunnen versterken. Noord-Nederland kiest expliciet voor een regionale inzet van alle Europese structuurfondsen, met een gebiedsgerichte benadering. Dat wil zeggen dat er in de provincies gewerkt zal worden via gebiedscommissies waarbij ook gemeenten, waterschappen en maatschappelijke partijen betrokken zijn. De inzet in Noord-Nederland is om het plattelandsbeleid breed in te vullen met daarin zowel landbouw, milieu en natuur als versterking van de regionale economie en leefbaarheid op het platteland, met een gebiedsgerichte benadering. Verdere uitwerking van het plattelandsontwikkelingsprogramma begint in de zomer. Het is echter nog onduidelijk of dit via één programma gebeurt waarin alle fondsen gekoppeld zijn, of dat er voor de verschillende fondsen afzonderlijke programma’s worden uitgewerkt.

Oost-Nederland (Gelderland, Overijssel)

Oost-Nederland heeft een eerste houtkoolschets geschreven waarin de synergie tussen EFRO (Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling) en POP beschreven wordt. Verdere uitwerking komt pas wanneer er meer duidelijkheid is over de kaders. De inzet is om dit samen met partners (waterschappen, gemeenten, maatschappelijke partijen) te doen. Landsdeel Oost zet duidelijk in op synergie tussen de Europese fondsen. Volgens Fons Goselink (Provincie Gelderland) ligt de focus bij het ministerie op nationale doelen. Hij noemt de samenwerking met het Ministerie van EL&I dan ook bedroevend: “Vanuit EFRO is er veel meer duidelijkheid, daar heeft Bleker gezegd: EFRO wordt weer landsdelig ingevuld, regio’s ga aan de slag. Op het gebied van EFRO is er dan ook een afsprakentraject. Dit ontbreekt bij het POP”.
Zo heeft Staatssecretaris Bleker begin juni nog gezegd dat er geen rol voor de decentrale overheid is in de aanloop naar POP3. De regio’s hebben aangegeven dat ze het plattelandsbeleid landsdelig willen invullen, net als EFRO. Het ministerie heeft hierop niet positief gereageerd en een vervolgafspraak staat evenmin gepland.

West-Nederland (Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht, Flevoland)

In West-Nederland is er nog geen houtskoolschets geschreven. Men heeft vooralsnog een afwachtende houding omdat er vanuit het ministerie totaal geen duidelijkheid is. Wel is de inzet van West-Nederland op het nieuwe plattelandsbeleid deels beschreven in de houtskoolschets EFRO – Kansen voor West II. In de houtskoolschets EFRO wordt gezegd dat met name maatregelen gericht op de peri-urbane gebieden met klem vragen om een geïntegreerde inzet van EFRO- en POP-middelen, aangezien het hier juist om een geïntegreerde benadering gaat van het platteland en de stedelijke gebieden. De wens is om via het plattelandsontwikkelingsprogramma ook gebiedsprocessen te kunnen faciliteren. De randstedelijke context is hierin erg belangrijk.

Zuid-Nederland (Brabant, Limburg, Zeeland)

Landsdeel Zuid heeft de houtskoolschets EFRO bestuurlijk vastgesteld en die van POP volgt waarschijnlijk bij de eerste gelegenheid na het zomerreces. Het zijn twee gescheiden documenten waarbij beide uitdrukkelijk naar elkaar verwijzen en inspelen op de synergievoordelen door slimme verbindingen op het terrein van agrofood, biobased/energie en stad-platteland relaties.

De partners in de regio worden betrokken middels bijeenkomsten. In dit kader vond op 25 mei 2012 het symposium over de kansen voor het nieuwe GLB in Zuid-Nederland plaats en zijn er expertmeetings rond Natuur en Landschap en Water gehouden.

Met de houtskoolschets POP3 wil Landsdeel Zuid een aantrekkelijk voorstel op tafel leggen bij het Rijk met als doel een positie, beleidsruimte en middelen voor de provincies te organiseren.

14 juni
Bijeenkomst over EFRO
Op 14 juni vond er een bijeenkomst over EFRO plaats, waar onder meer over synergie tussen de verschillende fondsen is gesproken met het Rijk en de Provincies.  Dit krijgt in het najaar een vervolg. Wim Jansen (kwartiermaker EFRO van het Ministerie EL&I) heeft hiervoor een groep gevormd die meedenkt over synergie tussen fondsen waaraan ook een aantal POP mensen zullen aanschuiven: dit is de enige opening op ambtelijk niveau.

Maart
Bestuurlijk overleg
Op 28 maart  heeft een bestuurlijk overleg plaatsgevonden tussen decentrale overheden en staatssecretaris Bleker over decentrale uitvoering en multifund benadering in de Europese structuurfondsen voor de periode 2014-2020:
Er komen vier landsdelige EFRO programma’s, zo is besloten in het overleg met staatsecretaris Bleker en decentrale overheden op 28 maart 2012. Tegelijkertijd heeft Bleker impliciet aangegeven de invulling van het POP niet bij de provincies neer te leggen: in de discussie over de synergie tussen de fondsen gaf Bleker aan het POP-fonds vooral in te willen zetten voor vergroening van het platteland en agrarisch natuurbeheer buiten de EHS.

Komende maanden gaan de provincies aan de slag om de contouren van het nieuwe EFRO programma 2014 – 2020 te schetsen. Afgesproken is om de eerste ‘houtskoolschetsen‘ in het volgend bestuurlijk overleg in eind juni met elkaar te delen. Tijdens de discussie over de invulling van de synergie tussen de Europese Fondsen heeft Bleker toegezegd in juni ook de houtskoolschets voor POP gereed te hebben. In het najaar moeten de programma’s in grote lijnen gereed zijn, om in 2014 van start te kunnen gaan.

Hoe de inzet van de structuurfondsen uiteindelijk bijdragen aan de Europa2020 doelen wordt in de partnerschapscontracten tussen Nederland en de Europese Commissie vastgelegd. De doelen zoals geformuleerd in de partnerschapscontracten zijn bepalend voor de ruimte die er in de verschillende programma’s is voor de regionale beleidsdoelen. Bleker heeft toegezegd dat deze komende maanden in overleg met de decentrale overheden en andere maatschappelijke partners worden opgesteld.
Bron: Europabrief Oost-Nederland 13 april 2012

Winter 2012

Nederlandse ontwikkelingen rond POP3
Er is onduidelijkheid over het proces om tot een POP3 te komen. Voor dit programma wil het ministerie de regie houden, al worden er nog geen initiatieven genomen om tot een programma te komen. De provincies willen niet wachten en nemen in sommige landsdelen initiatief om een programma te schrijven.

Het kabinet heeft een uitgebreide reactie gegeven op de voorstellen van de Europese Commissie, waarbij zij zich allereerst positief uitlaat over de voorgestelde grotere flexibiliteit en een meer doelgestuurde inzet van plattelandsmiddelen. Dit geeft lidstaten beter de mogelijkheid in te spelen op hun eigen situatie om te kunnen bijdragen aan Europese doelen. Verder springt vooral de inzet op duurzaamheid en innovatie en het werken in collectieven in het oog.
Het kabinet wil de focus van de maatregelen in de tweede pijler vooral richten op agrarische activiteiten. Middelen moeten vooral worden besteed aan investeringen voor duurzaamheid en innovatie, met een gerichte inzet op het gebied van klimaat, biodiversiteit, Natura 2000, water en energie. Dit om de concurrentiepositie van de Nederlandse landbouwsector te versterken.

Het kabinet is positief over de aandacht voor de mogelijkheid van het werken in collectieven. Zij denkt dat een collectieve aanpak de deelname aan agro-milieubeheer zal vergroten, waarbij het effect van maatregelen op het milieu in het landelijk gebied– in het bijzonder op het gebied van klimaatverandering, hernieuwbare energie, waterbeheer en biodiversiteit – groter zal zijn.
Bron: Regiebureau POP en de Kabinetsreactie van 28 oktober 2011

2011

De Europese Commissie heeft voorstellen gedaan voor de invulling van de tweede pijler, dit kan worden gezien als een kader voor POP3.
Plattelandsontwikkeling heeft een plek binnen de tweede pijler, dat het Europees landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) omvat. In de nieuwe verordening plattelandsontwikkeling, door de Europese Commissie in oktober 2011 gepubliceerd, staat omschreven op basis waarvan lidstaten gelden uit dit fonds kunnen inzetten. Anders dan nu het geval is, wordt de besteding van de middelen uit de tweede pijler niet alleen afgestemd met de eerste pijler, maar ook met de vier andere Europese Structuurfondsen (het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (Efro), het Europees sociaal fonds (Esf), het cohesiefonds (Cf) en het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (Emvf)). De gemeenschappelijke bepalingen voor de fondsen zijn opgenomen in de Gemeenschappelijke Strategische Kaderverordening.
Inhoudelijk zijn de nieuwe maatregelen vergelijkbaar met die uit het huidige plattelandsontwikkelingsprogramma. Dat betekent dat  onder meer kennisoverdracht, landbouwbedrijfsontwikkeling en compensatie van boeren in gebieden met een natuurlijke beperking na 2013 in aanmerking komen voor subsidie.

Een belangrijk verschil met POP2 is dat de indeling op basis van vier assen met verplichte minimum bestedingspercentages wordt losgelaten. In plaats daarvan heeft de EC de doelen van het EU-plattelandsbeleid – concurrentieversterking, milieu/natuur en leefbaarheid van het platteland – op basis van de Europa 2020-strategie vertaald naar zes kernprioriteiten. Deze zijn:

  1. Kennisoverdracht in landbouw en bosbouw,
  2. Versterking van de concurrentiekracht,
  3. Risicobeheer en versterking van keten organisatie,
  4. Bescherming van ecosystemen die afhankelijk zijn van land- en bosbouw, waaronder de Natura 2000-gebieden,
  5. Duurzaam grondstofgebruik en CO2-reductie,
  6. Stimulering van werkgelegenheid en diversificatie.

Ook wordt de bottom-upwerkwijze van LEADER voortgezet en worden verschillende netwerken ondersteund, waaronder het Europese en Nationale plattelandsnetwerk. Minimaal 5% van de middelen uit de tweede pijler zal aan Leader besteed moeten worden. De cofinancieringseis hiervoor gaat van 50% naar 20%.

Daarnaast is bepaald dat minimaal 25% van de middelen aan het beheer van natuurlijke hulpbronnen / agro-klimaat-milieumaatregelen moet worden besteed.
Bron: Regiebureau POP en de Kabinetsreactie van 28 oktober 2011

 

Netwerk Platteland is een nationaal netwerk van en voor mensen en organisaties die zich inzetten voor een sterk en aantrekkelijk platteland. We brengen organisaties met elkaar en met overheden in contact en bieden ze de gelegenheid om van elkaar te leren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


*

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>