Mest ~verslag van de twitterchat

“O land van mest en mist, van vuilen, kouden regen” (bron). Nederland staat van oudsher bekend om zijn mest. We zijn een landbouwland, dat levert opeenhoping van mest en van kunstmest, en dat geeft milieuproblemen. Terwijl de rest van de wereld zich opmaakt voor een run op schaarse nutriënten, probeert Nederland er zo goedkoop mogelijk vanaf te komen. Mestbewerking of export van mest zijn alleen in combinatie met elkaar een goede oplossing. Is het slimmer om minder kunstmest te importeren? In de twitterchat* werd de toekomst zichtbaar.
Mest is waardevolle plantenvoeding, op zich dus niet het probleem, maar de distributie ervan wel. Japan heeft zonder goede logistieke oplossing ook een auto overschot. Maar daarom moet het nog wel opgelost worden: de ophoping van mineralen in Nederland is niet duurzaam. Er is pas een mestprobleem sinds kunstmest royaal toegepast wordt. De voordelen van kunstmest zijn constante kwaliteit, eenvoudig toedienen en in het algemeen: het beschikbaar komen van de nutrienten is veel meer te sturen. Opbrengsten zijn enorm gestegen sinds de kunstmest. Dierlijke mest is te ‘veredelen’ via mestbewerking om meer te lijken op kunstmest.
Voor oplossingen voor het nederlandse mestprobleem gelden 3 ‘heilige randvoorwaarden’:
- de nutrientenkringloop moet zoveel mogelijk gesloten worden;
- bodemvruchtbaarheid moet behouden,
- en Nederland kan niet als een eiland beschouwd worden. Mondiaal is veel behoefte aan mineralen, er moeten dus oplossingen zijn die onze concurrentiekracht in de markt verbeteren.
Dan komen de volgende denkrichtingen in zicht: minder kunstmest, export van mest, mestverwerking, minder dieren. Vaak zijn ze alleen in combinatie met elkaar een werkbare oplossing. Dat betekent dat het beleid anders moet.
Minder kunstmest
Moet je dan niet gewoon kunstmest verbieden? In kunstmest zitten de mineralen N, P en K. Vooral de fosforverbindingen (P) worden al op korte termijn schaars, omdat de mijnen uitgeput raken. Op middellange termijn (50 jaar) moet dus toch al naar alternatieven gekeken worden; het probleem lost zichzelf snel op. Maar tegen het nu al verbieden van kunstmest is veel weerstand. Nederland is immers geen eiland en de landbouw kan opdoeken als kunstmest alleen bij ons verboden wordt. Iemand merkt op: de kringloop sluiten is het doel, wel of geen kunstmest is een van de mogelijke middelen.
Export van mest
Mest bevat uiterst waardevolle mineralen. In 90% van de wereld is mest nodig. Mest in Nederland bevat 90% water, dat transporteert dus niet zo efficient. Veredelen dus.
Dan kun je mest vervoeren naar waar diervoedsel geproduceerd wordt, cradle to cradle, kringloop terug sluiten. Bootje graan hierheen, bootje mest terug. Maar daarop zullen veel mensen reageren: zet de intensieve veehouderij maar op de plekken met mesttekort, in plaats van mest te exporteren.
Aan de andere kant, de markt voor mineralen is voor veel producenten maar max 100 km ver weg. In Duitsland is best vraag, maar export wordt nu door de politiek niet geduld. Waarom is het politiek niet mogelijk om mest te exporteren, maar wel om Belgisch en italiaans huisvuil in Nederland te verwerken?
Mestverwerking
Veehouders worden verplicht om een deel van de mest te verwerken. Maar verwerking is geen oplossing op zich: het levert geen vermindering van nutriënten, wel betere vorm, van vloeibaar naar bijvoorbeeld korrels. Het bewerken kost veel geld; daarmee maak je het eindprodukt duurder. Dat levert de uitspraak op: Mestverwerking/raffinage is tot nu toe alleen goed geweest voor verkleinen van liquide middelen (in dubbele betekenis)- het lost niet het probleem op. De vraag is of droog product exporteerbaar is en aan een vraag voldoet. En is bewerkte mest wel net zo goed voor het bodemleven? Sommige bewerking van mest moet grootschalig, zoals Groen gas. De zuivering van biogas tot groengas kost aan installatie alleen al 1,5 milj. euro.
Dus mestverwerking moet goed berekend worden: is het verwerken van mest wel renderend (op termijn), omdat de reststromen geld opbrengen?
Minder dieren
De hoeveelheid dierlijke mest blijft hoog tenzij diereenheden gaan dalen. Think global, breng niet de stront naar elders, maar de productie en sluit daar de kringloop. Dat betekent minder productie en dus minder inkomsten in Nederland, bovendien kan het betekenen dat problemen meeverhuizen naar de nieuwe productielokaties. Migratie van boeren kan bijdragen aan duurzaamheid als er aandacht is voor integratie en kringloop & ‘being part of the same issue’. Voor ondernemers die belangstelling hebben zou spreiding van vestiging over Europa goed zijn, vooral als het gepaard gaat met betere connecties van instituties en voorzieningen. Op naar een federaal Europa. Dat zou ook betekenen open grenzen, ook voor mineralen.
Meer plantenteelt
De beste mestverwerkers zijn planten. Zij maken er winstgevende producten van. Er is geen mestoverschot, maar een tekort aan plantenteelt. Er is dus een tekort in Nederland aan productief platteland. Dat zou op te lossen zijn door intensieve tuinbouw in verdiepingen onder LED, met (bewerkte) organische mest.
Beleid: van repressief naar belonen
Het huidig mestbeleid is een serie lapmiddeltjes als uiterste uitrijdatums en stalsystemen. De combinatie drijfmest en verplichte mestinjectie is landbouwkundig niet de beste oplossing, het is slecht voor bodemleven (filmpje). Het beleid is repressief, het gaat uit van de boer als vervuiler en pakt de werkelijke problemen niet aan. Mest moet allereerst weer een boerenverhaal worden en geen loonwerkers- en agribuisiness lobby, dus meer boerenerf oplossingen.
Toekomsting beleid zou ruimte moeten bieden aan boerenoplossingen en afrekenen op doel. Het doel is: minder ammoniakuitstoot en minder nitraat en fosfaat. In plaats van een repressief beleid zou je innovatie moeten aanjagen om deze doelen te bereiken, door meer stimulansen voor goed gedrag. Dat kan op twee manieren: de inputs (krachtvoer/kunstmest) terugdringen en ruimte bieden aan mest be/verwerking en composteren. Een certificaat moet aantonen dat een boer een milieuprestatie levert. Dit kringloopcertificaat bestaat inmiddels, zie DBB.
De toekomst (volgens Frank Verhoeven en Wiebren van Stralen ea) is dus een vrijwillig MINAS systeem, met ruimte voor eigen oplossingen. De manier waarop, daar moet de boer vrij in zijn. Dus: Minder import van krachtvoer en kunstmest, kleinschalige mestverwerking of composteren en dan lost de melkveehouderij het probleem wel op. Het is vrijwillig: wie niet mee wil werken komt in systeem terecht van ‘staarten tellen’ (beperkte dierrechten), wie zelf actief meewerkt aan de kringloop en dat kan aantonen moet de ruimte krijgen. Dat laatste moet ook financieel aantrekkelijk worden. Bijvoorbeeld ruimte in wetgeving, misschien wel GLB premies als je bijdraagt aan de oplossing. Het waterschap zou de heffing afhankelijk moeten maken van mate waarin boeren bijdragen aan de oplossing, Rabo misschien ook wel.
Positie NL uniek
In het mestdossier in Nederland is de noodzaak tot oplossingen groot. Het probleem is uniek voor het intensieve Nederland; we nemen binnen Europa een uitzonderingspositie in. Dat maakt kwetsbaar: Europese regels ‘passen’ niet. Mest is ‘de stok waarmee Europa NL kan slaan’. Een interessante vraag is dus: hoe leggen we Europa uit dat Nederland creatief met mest wil zijn. “Zou een kunstmestverbod overtuigen?”, vraagt iemand zich af. Aan de andere kant kan het een voordeel zijn: de rijke nutrientenstromen, de kennis die NL nu snel opdoet in mestverwaarding is toe te passen in metropolitane landbouw (met vergelijkbare ophoping van nutrienten) elders ter wereld. Maar bovendien kan de Nederlandse landbouw concurrentiekracht winnen juist op de kringloop. De boer van morgen is efficienter met fosfaat, via voer/melk en via mest/gewas. De melkveehouderij in NL boert in 2015 als eerste ter wereld zonder traditionele kunstmest, als we nu de juiste kaders stellen.
De nummer één issue?
Tot slot vroegen we chat deelnemers: wat is de no. 1 issue die je morgen zou veranderen in het mestbeleid? Een greep uit de reacties:
- Maak die grenzen open voor onbewerkte mest en probleem is opgelost.. echter politiek helaas niet haalbaar
- De mineralenbalans terug (bij melkvee = BEX+ BEA+ BEN+ BEP) en laat boer maar vrij in creatieve (en goedkope) oplossingen
- Mineralen balans is alleen oplossing voor grondgebonden sectoren, niet voor intensieve boeren zonder grond. Kan wel deel zijn van opl
- mest drogen kan juist makkelijker in de intensieve sectoren: Warmtecapaciteit zit in varkens/kippenstallen
- Ruimte voor bedrijfsspecifieke verantwoording van kringloop sluiting
- BONUS/MALUS systeem voor mineralengebruik op basis van echte duurzaamheid criteria in EUbeleid, dan vliegt kunstmest eruit
- Starheid vs flexibiliteit. Sector verantwoordelijk maken, afrekenen op resultaat tav doelen. Rest ontwikkelingen volgt dan
- Mest “het groene gas” samen met “de witte motor” voor extra inkomen op het veehouderijbedrijf,maar boeren eerst een mestcooperatie
- Certificaat biedt mijn insziens grote oplossing voor de mensen met het probleem
Meer info
Hier is de lijst met alle tweets (pdf) te vinden.
*Iedere dinsdag om 21.00 uur is er op Twitter gedurende een uur een afgesproken uurtje twitteren over een onderwerp dat te maken heeft met landbouw en platteland. We gebruiken de tag #guusnet. Zie meer verslagen.
Categorie: landbouw-maatschappij, np20 l Tags: twitterchat l Comments RSS Feed »
Netwerk Platteland is een nationaal netwerk van mensen en organisaties die zich inzetten voor een sterk en aantrekkelijk platteland. Met de voortzetting van het project 'GUUS' bieden we de gelegenheid online van elkaar te leren over platteland en ontwikkeling; op deze site en in verschillende social media.






