Loading...
U bent hier:  Home  >  Landbouw en Maatschappij  >  Artikel

Vertrouwen of controle voor agrarisch natuurbeheer?

Door   /  19 februari 2013  /  Landbouw en Maatschappij  /  2 Reacties
Trefwoorden: ,

    Print       Email

Het was niet erg bemoedigend, het minisymposium over agrarisch natuurbeheer afgelopen vrijdag bij Alterra. Bij de presentatie van promotie- en postdoc-onderzoeken, die onder de hoede van de buitengewoon hoogleraar Agrarisch natuurbeheer worden uitgevoerd, kwam naar voren dat de resultaten voor agrarisch natuurbeheer maar matig zijn.
Achtereenvolgens hoorde ik: (1) botanisch slootkantbeheer in veenweidegebied leidt niet tot een toename van plantensoorten. (2) Akkerranden zijn de belangrijke fourageerplaatsen van de veldleeuwerik. Echter, meer dan dertig procent van de randen ligt op een voor de vogels verkeerde plek. In de afgelopen vijf jaar is in een regio met veel akkerranden het aantal veldleeuweriken met veertig procent afgenomen. (3) Het mozaïekbeheer leidt niet tot trendbreuk in aantallen weidevogels. Het positieve is dat de achteruitgang is omgebogen naar stilstand.

Dat betekent niet dat we er maar mee moeten stoppen, natuurlijk is het goed dat er ervaring wordt opgedaan met agrarisch natuurbeheer. Dat moet ook zeker doorgaan. Het is van groot belang de neerwaartse lijnen van biodiversiteit in het agrarisch gebied om te buigen naar vlakke en liefst stijgende lijnen. Dat zal alleen lukken als er ook goed onderzoek wordt uitgevoerd, zodat we beter weten wat wel en wat niet werkt.

Deze inzichten uit onderzoek kunnen worden door vertaald naar het beleid voor agrarisch natuurbeheer. Het is dus noodzakelijk dat beleidsmakers goed kennis nemen van onderzoeksresultaten. Die beweging is niet vanzelfsprekend, signalen uit het onderzoek worden lang niet altijd opgepakt. Ik meende bij het mini-symposium ook maar weinig beleidsmakers in de zaal te zien.

Op dit moment gaat de aandacht in het beleid voor agrarisch natuurbeheer vooral uit naar de organisatie ervan. Het is de bedoeling dat agrarisch natuurverenigingen als een vooruitgeschoven post van het ministerie van Economische Zaken betalingen, controle en handhaving ter hand nemen. Naar eigen zeggen kunnen agrarische natuurverenigingen (ANV’s) dat beter omdat ze veel beter dan rijksambtenaren kunnen zien waar maatregelen effectief zijn. In dat licht bezien moeten we dus vooral hopen dat ANV’s goed kennis nemen van onderzoeksresultaten. En dat de ecologie belangrijker is dan de wens van een ANV-lid om bijvoorbeeld nog een ‘overhoekje onder een regeling te stoppen’.

Mijn dilemma is: kan ik rustig gaan slapen omdat ANV’s vanzelfsprekend hun beleid gaan aanpassen aan de onderzoeksresultaten uit de wetenschap? Of moet de overheid bij het bepalen van de spelregels voor agrarisch natuurverenigingen hier randvoorwaarden voor stellen? Ouwerwetse strakke subsidieregels? Of zijn we die tijd voorbij en is het beter vertrouwen te hebben in de ANV, als representant van een mooi burgerinitiatief. Want daar zijn we allemaal voor. Of toch: vertrouwen is goed, controle is beter? Ik jojo hier ergens tussenin. Wat is uw advies?

Rob Janmaat
Landwerk

PS. Misschien komt er een antwoord op deze kwestie in de videochat op 26 februari over agrarisch natuurbeheer. Voor meer informatie, zie www.landwerk.nl

NP 256-461, N, 2012-05-21, NL-Cor Bakker, 52.133140 NB-06.867589 OL, Haaksbergen

Foto: Cor Bakker, freenatureimages.eu

Netwerk Platteland

Directeur Communicatiebureau de Lynx en Landwerk. Maakt deel uit van het netwerkteam Netwerk Platteland. Blogt over ontwikkelingen op het platteland.

2 reacties

  1. J. Zevenbergen zegt:

    Wat ik eigenlijk miste in de presentaties van de onderzoeksresultaten is de betrokkenheid van de boeren om zich in te zetten voor agrarisch natuurbeheer. Er kan welhaast eindeloos worden geïnventariseerd waar op basis van grondgebruik de meeste kansen liggen voor agrarisch natuurbeheer, maar zonder betrokken boeren kom je niet ver.
    Overigens werd de Hoeksche Waard positief in beeld gezet. Hier streven we ernaar om geboden en verboden te minimaliseren en vooral van de kracht van het gebied en van de boer uit te gaan.

  2. Peter Harry Mulder zegt:

    Ik ben akkerbouwer en liefhebber van Boerenlandvogels, dus heb ik 7% akkerranden (met een gewasvergoeding) in Groningen. In mijn regio hebben akkerranden voor een aantal soorten effect(grauwe, blauwe kiendief, velduil, div.zangvogels) maar ze zijn niet effectief genoeg om ook de bijv. de veldleeuwerik een toekomst te geven.De ANV is in staat gebleken boeren vrijwillig warm te krijgen voor agr.natuurbeheer. Dat is op zich al een hele prestatie, want opkomen voor natuur is eigenlijk “not done”. Dit als reactie op het ongenuanceerd oordelen van de publieke opinie over het spanningsveld tussen landbouw en natuur. De landbouwlobby voert het spanningsveld op en vindt Vergroeningsvoorstellen een “geitenwollensokkenaanpak”. De feiten; achteruitgang van Boerenlandvogels is een gevolg van keuzes door de maatschappij gemaakt; a)opoffering van landschap voor verstedelijking en b)Overheidssubisidies in het streven naar zo goedkoop mogelijk voedselpakket, met intensieve landbouw tot gevolg.
    De echte kennis ontbreekt bij de ANV en daarmee ook bij de boeren, dus hebben maatregelen onvoldoende rendement. Hierdoor wordt hun bestaansrecht helaas in twijfel getrokken. Advies toekomstig agr.natuurbeheer; 1)zorg voor financiele compensatie voor natuurbraak(gewasvergoeding). 2) aansturing op basis van kennis. 3)bedenk stimulansen/faciliteer voor het beste resultaat. 4) betrek maatschappij erbij (openheid mbt inspanningen/resultaten).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


*

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>