Duurzaam voedselbeleid – Voorbeeldprojecten

    Print       Email

Duurzaam voedselbeleid | Voorbeeldprojecten | Publicatie | Praktijkkring Duurzaam Voedselbeleid voor gemeenten | Nieuw: Stedennetwerk stadslandbouw 2.0

Overal ontstaan initiatieven van ondernemers en burgers die, vanuit allerlei verschillende motieven, duurzaam voedsel willen aanbieden of kopen. Hieronder vindt u een aantal voorbeeldprojecten uit binnen-en buitenland.

Londen: London Food Strategy

Londen heeft sinds 2006 haar “London Food Strategy”. De voedselstrategie bevat verschillende doelen zoals het bevorderen van de gezondheid van de bewoners (jongeren én volwassenen), het stimuleren van consumptie en aanbod van duurzaam voedsel, het promoten van de voedselcultuur en het reduceren van milieuoverlast. Bijzonder van de London Food Strategy is dat de oud-burgemeester Ken Livingstone zich hiervoor enorm inzette. Aangezien hij erg populair was, kreeg hij veel steun om de London Food Strategy in praktijk te brengen. De gemeente Londen heeft verschillende rollen. Door een voedselstrategie op te stellen en die vast te leggen in een actieplan, fungeert ze in eerste instantie als beleidsmaker. Daarnaast regisseert ze bepaalde ontwikkelingen om doelen te bereiken. Dit doet ze door acties te nemen op het gebied van duurzaam voedsel. De gemeente stimuleert en ondersteunt ook diverse activiteiten. Dit doet zij onder meer door bewoners te adviseren via een expertisecentrum. Tevens fungeert de gemeente als beschermer van milieu en gezondheid. Tenslotte biedt de gemeente subsidiemogelijkheden aan om initiatieven te ondersteunen.

Amersfoort: Hoofdstad van de Smaak 2012

Noelle Sanders, gemeenteraadslid D66 Amersfoort: “Amersfoort is Hoofdstad van de Smaak 2012. Een prachtige promotie voor de stad! In Amersfoort bestaan al veel verschillende initiatieven op het gebied van gezond en lekker voedsel uit de regio. Denk aan het gebruik van streekproducten in de horeca, ‘Moesie, de tuincoach’, ‘de tuinmakelaar’, kooklessen en schooltuinen voor kinderen en een ‘voedselkollektief’. Initiatieven die het voedselbewustzijn van mensen vergroten, maar er ook voor kunnen zorgen dat de stad mooier wordt en mensen meer bij elkaar betrokken raken. Als gemeente willen we die projecten daarom nog verder stimuleren, faciliteren en verbinden. Een mooi voorbeeld van stadslandbouw is Tuinpark Laakzijde in de nieuwbouwwijk Vathorst. Zolang de grond nog niet bebouwd kan worden, geeft de projectontwikkelaar de grond gratis in bruikleen aan bewoners om te tuinieren. De gemeente kan hierop beleid ontwikkelen door bijvoorbeeld minder leges te vragen voor de wijziging van het bestemmingsplan die hierbij nodig is. Zo kun je als gemeente stimuleren dat er meer voedsel verbouwd wordt in de stad.”

Amsterdam: Proeftuin Amsterdam

‘Gezonder en duurzamer eten in de metropoolregio Amsterdam’ was het motto van Proeftuin Amsterdam, een project dat liep tussen 2007 en 2011. Proeftuin Amsterdam, waarin de gemeente Amsterdam, de gemeente Zaanstad, de provincie Noord Holland en het toenmalige ministerie Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit samenwerkten, verbond en versterkte initiatieven van bedrijven, organisaties en andere partijen op het gebied van duurzaam en gezond voedsel uit de regio.
Het ging bij Proeftuin Amsterdam om samen genieten van gezond en lekker eten en om de verbetering van de relatie tussen stad en platteland. Aandacht dus voor de gezondheid van de Amsterdammers, voor het milieu en voor lokale producten uit de streek. Agrariërs in de nabijheid van de stad kregen nieuwe economische perspectieven door de afzet van hun producten en diensten aan stedelingen. Terwijl stedelingen zicht bewuster werden van de betekenis van het platteland.
In Proeftuin Amsterdam werkten de initiatiefnemers in verschillende allianties samen met maatschappelijke partijen, ondernemers en andere overheden. De bestuurlijke kerngroep Proeftuin Amsterdam kwam regelmatig bijeen en nam de besluiten over de uitvoering van het actieprogramma en bijbehorende projecten. Zo kwam er een programma waarbij stadskinderen regelmatig de boerderijen in het buitengebied bezochten. Maar Amsterdam keek ook naar een duurzamer voedseldistributie voor de stad. Een deel van het vervoer is inmiddels elektrisch. Ook zijn er meer streekmarkten en publieksevenementen rond duurzaam voedsel. Er zijn inmiddels gezonde lunches op een aantal scholen en er is gewerkt aan duurzamere maaltijden in verzorgingstehuizen.
Voor al die initiatieven hoefde de gemeente niet altijd meteen de portemonnee te trekken. De rol van de gemeente was vooral regisseren en verbinden. Voor de continuïteit en de energie in het project, was het belangrijk dat er iemand bij de gemeente dit allemaal coördineerde en dat er een wethouder was die zich regelmatig over het onderwerp uitsprak.

Rotterdam: (Moes)Tuin aan de Maas

Eetbaar groen wilden de bewoners van het complex De Eendracht aan de Mullerpier in Rotterdam. Toen hun woningen in 2002 werden opgeleverd, strekte zich tussen hun huizenblok en de rivier een zandvlakte uit. Met elkaar hebben ze het braakliggende terrein inmiddels omgetoverd tot hun Tuin aan de Maas. Natuurlijk is daarin plaats voor bomen en bloemen, maar een groot deel bestaat toch uit moestuin.
Met medewerking van de gemeente is Tuin aan de Maas uitgegroeid tot een voorbeeld van stadslandbouw, dat het Oranjefonds in 2011 heeft beloond door het project een prijs van maar liefst 2500 euro toe te kennen. Daarmee willen de bewoners de tuin uitbreiden, en dat kan want tot 2018 heeft de gemeente geen plannen met het stuk grond.
In 2004 was het nog een simpel rijtje worteltjes en peultjes, maar inmiddels wordt er van alles geoogst: van aardappelen tot courgettes en van frambozen tot pastinaken. En natuurlijk ontbreken de kruiden niet.

Zoetermeer: Adoptiegroen

Al meer dan tien jaar hebben inwoners van Zoetermeer de mogelijkheid openbaar groen te adopteren. En daar wordt driftig gebruik van gemaakt. Meer dan 150 groenperken worden nu door bewoners onderhouden. De manier waarop en de grootte variëren: nu eens adopteert één bewoner niet meer dan een boomspiegel, dan weer neemt een groep bewoners de inrichting en het beheer van 500 vierkante meter groenstrook over. Ook de nieuwe bestemmingen lopen uiteen. ‘Kijkgroen’ verandert in een kruidentuin, een plantsoen in een speel- en smulbosje, en dan zijn er nog de buitenbeentjes, zoals de inheemse tuin, de vogelranch en de bijbelse tuin. Die laatste bestaat uit een waterput, een levensboom en bloemen in liturgische kleuren. De vogelranch is groot uitgevallen vogelvoedertafel en in de inheemse tuin is geen plaats voor afrikaantjes, maar koninginnekruid.
Adoptie past in het natuurbeleid van de gemeente dat is gericht op het streven naar een zo groot mogelijke variatie in planten- en dierenwereld en het vergroten van het natuurbewustzijn van de inwoners.

Flevoland: Broodje van de Streek

Wethouder Wout Jansen nam eind 2011 als eerste het Flevolandse Broodje van de Streek in ontvangst. Een broodje vol lekkere Flevolandse producten. De wethouder deed hiermee de ‘afhap’ van het project Milieuwinst op het Menu: een project waarmee de gemeente Lelystad haar ‘voedselvoetafdruk’ wil verkleinen. De gemeente Lelystad doet mee aan het project van het Centrum Biologische Landbouw (CBL) waarin het verminderen van de milieu-impact centraal staat die de productie en consumptie van voedsel met zich meebrengt. De gemeente geeft daarmee heel concreet vorm aan een (interne) duurzaamheidsbeleid. Bovendien worden de medewerkers van de gemeente zich zo beter bewust van hun zogenaamde ‘voedselvoetafdruk’ op hun werkplek en daarbuiten. Het project beperkt zich overigens niet tot het gemeentehuis: in 2012 zal bij de kantines van instellingen in Flevoland gekeken op welke manieren de voedselvoetafdruk verkleind kan worden.

Ommen: Groene Marke

De Groene Marke in Ommen is een winkel met streekproducten waarin boeren samenwerken om in de eigen omgeving hun producten te verkopen. Ze bedachten dat het veel efficiënter is om de verkoop gezamenlijk te doen, in plaats van tien kleine winkeltjes op te zetten. Aanvankelijk ging het nog om een gezamenlijke marktkraam, maar na twee seizoenen huurden de boeren samen de leegstaande historische stadsboerderij. Ommen is niet zo’n grote plaats, maar de tien aangesloten boeren merken dat er meer dan genoeg vraag is naar hun producten.
Een project dat heel goed draait is het ‘appelsap-project’. Iedereen uit Ommen en omstreken met eigen appelbomen kunnen hun appels bij De Groene Marke brengen en dan maakt de winkel er appelsap van. Dat sap kunnen de mensen dan weer meekrijgen, maar ze kunnen het ook laten verkopen in de winkel. Een ander succesnummer zijn de cadeaupakketten met streekproducten. De gemeente maakt daar graag gebruik van, maar ook verschillende grote bedrijven uit de buurt.

Smakelijk duurzaam

Smakelijk Duurzaam is een netwerk van mensen met een passie voor duurzaam voedsel. De website met de gelijknamige naam vermeldt onder het kopje ‘Initiatieven’ meer dan 40 activiteiten op het gebied van duurzame landbouw en voeding.
Neem Happy Herb uit Hoorn, waar liefhebbers van honderd procent biologische lekkernijen terecht kunnen voor een workshop plantaardig koken. Of Oregional, een boerencoöperatie die verse en smaakvolle producten uit het gebied rondom Nijmegen levert. Het doel van de coöperatie is om op een duurzame en economische wijze de regionale afzet van producten en diensten te bevorderen in zowel Nederland als Duitsland. De coöperatie biedt de deelnemende boeren een alternatief afzetkanaal voor hun producten waarbij de boer minimaal 15% meer marge ontvangt voor zijn producten dan wanneer hij deze via het gangbare kanaal zou leveren.
In Breda opereert de onafhankelijke coöperatie Breda DuurSaam die projecten opzet, begeleidt en uitvoert die bijdragen aan een leefbare en gezonde samenleving. Dat kunnen projecten zijn op het gebied van energiebesparing, duurzame energie, lokaal voedsel, bewust consumeren, wonen en mobiliteit. Op deze manier wil Breda DuurSaam samen met burgers, bedrijven, onderwijs en overheid werk maken van duurzame ontwikkeling in Breda.
De Amsterdamse stichting K-ETEN is scholen behulpzaam die de eetgewoontes van scholieren proberen te veranderen. Die hulp varieert van het opzetten van schooltuinen tot het meedenken over het aanbod in de kantine.
Het netwerk werd geïnitieerd door het ministerie van EL&I en wordt inmiddels ondersteund door Greenwish, Urgenda, Syntens, Netwerk Platteland en anderen. Er is ook een Faceboek-groep gelanceerd om onderling contact te houden.

Utrecht: Lekker Utregs

Zou het niet logisch zijn dat een Utrechter Utrechtse producten eet? Misschien wel, maar de globalisering heeft er voor gezorgd dat ook de Utrechternaar boontjes uit Egypte en vlees uit Argentinië op zijn bord krijgt. De voedselvoorziening wordt daardoor steeds meer afhankelijk van verre landen en dat is slecht voor het milieu. Daarom bestaat sinds 2006 de organisatie Lekker Utregs die deze ontwikkeling wil keren en korte lijnen wil leggen tussen boeren en consumenten. Want Utrecht heeft zo veel mooie producten te bieden: kersen uit de Kromme Rijnstreek, vlees en kaas uit het veenweidegebied, asperges uit De Bilt.
In 2006 startte de stichting een promotiecampagne om regioproducten in het zonnetje te zetten. Tienduizenden mensen bezochten de Zaai- en Oogstfeesten, regiomaaltijden, kookworkshops, markten, ‘Boer zoekt Burger’-dagen en wedstrijden strobalen gooien. De campagne kreeg landelijk navolging. Gemeente, regio, provincie, het ministerie en grote organisaties ondertekenden steunverklaringen. Tientallen producenten, winkeliers, koks, handelaren en organisaties richtten samen de ‘Groene Participatiemaatschappij Lekker Utregs’ op. Deze organisatie functioneert als een netwerk van bedrijven (en enkele organisaties) die iets doen of willen met Utrechts eten en drinken. Het netwerk komt ongeveer tweemaal per jaar formeel en informeel bijeen om elkaar te leren kennen, ervaring uit te wisselen, bedrijfspresentaties mee te maken, te vergaderen en plannen te maken.
Lekker Utregs en voedselproducenten hebben samen een keurmerk ontwikkeld (‘Van Dichtbij’) waarmee ze garanderen dat een product voor 75 tot 100 procent uit de regio Utrecht afkomstig is. Het keurmerk houdt in dat producten meestal biologisch zijn, maar de organisatie accepteert ook gangbare producten, mits aan eisen van dierenwelzijn wordt voldaan en het gebruik van gentech maximaal wordt uitgesloten.
Het idee is om het concept nu te gaan vermarkten zodat er over enkele jaren niet alleen een Lekker Utregs is, maar ook een Lekker Leerdam, Lekker Groningen of Lekker Terneuzen.

Smaaklessen

Smaaklessen is een programma voor het basisonderwijs over eten in de praktijk: proeven, ruiken, horen, voelen en kijken. Op die manier komen kinderen meer te weten over hun dagelijkse voedsel: over wat gezond, lekker en duurzaam is. Vaak zijn het bevlogen leraren die de leskist aanvragen, maar soms gaat het initiatief ook uit van schoolbesturen of een gemeente die de Smaaklessen op de agenda zet.
In de smaaklessen kan van alles aan bod komen: waar komt ons voedsel vandaan en hoe wordt het geproduceerd? Hoe zit het met dierenwelzijn? Eten we vegetarisch of vlees? Halen we patat of maken we zelf wat klaar? Neem ik een appel of een koek mee naar school? Smaaklessen wil leerlingen een positief gevoel geven bij voedsel. Een kind dat positief staat tegenover eten, wil er ook meer over weten! Binnen smaaklessen is er alle ruimte om met lokale producenten samen te werken, bijvoorbeeld in de vorm van excursies of bezoekjes aan de klas.

Duurzame bedrijfscatering bij gemeenten

Veel bedrijfsrestaurants zien er door efficiency- en hygiëne-eisen nogal steriel uit. Schaaltjes en bakjes in vacuümverpakking, afgewisseld met standaardbekertjes zuivelproducten vullen de vitrines. Dat kan anders, dacht de Taskforce Multifunctionele Landbouw (TFML) en samen met de gemeente Amsterdam heeft zij dat in 2009 en 2010 laten zien. De gemeente constateerde dat de doelstelling uit het raamcontract bedrijfscatering van de gemeente – dat 40 procent van het assortiment van biologische herkomst moest zijn – bij lange na niet gehaald zou worden. Ze gooide het roer om. En om meteen maar het resultaat te verklappen: op 14 oktober 2010 kreeg Sodexo, de bedrijfscateraar van het Amsterdamse stadhuis, de Duurzame Catering Award uitgereikt.
Maar voor het zover was, is er zorgvuldig naar de omschakeling toegewerkt. De facilitaire managers en cateraars zijn op weg geholpen door het geven van workshops. Daarnaast zijn de gebruikers van het restaurant van tijd tot tijd voorbereid op de verandering: zij mochten op proeverijen hun oordeel geven over de duurzame gerechten die ze voorgezet kregen. En de vraag beantwoorden of zij bereid waren iets meer te betalen voor een verse lunch. Verder zijn de keukens aangepast: de gerechten moesten er klaargemaakt kunnen worden, de producten aantrekkelijk gepresenteerd en, vooral, moest het personeel ‘warm gemaakt worden’ om de nieuwe waren enthousiast aan de man te brengen. Een serveerster die haar neus optrekt bij wat ze aanreikt, kan het project in de soep doen lopen.
Een belangrijke bijdrage aan het de acceptatie van de duurzame lunch, was het ‘verhaal bij het product’. De nadruk is niet gelegd op biologisch, maar op de herkomst van het product. Op placemats stonden de namen van de boeren en tuinders van wie men iets at of dronk.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


*

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>