Loading...
U bent hier:  Home  >  Landbouw en Maatschappij  >  Artikel

Zonder zeven procent geen toekomst

Door   /  9 juli 2012  /  Landbouw en Maatschappij, Natuur en landschap  /  2 Reacties
Trefwoorden: ,

    Print       Email

In het najaar van 2011 heeft eurocommissaris Ciolos de voorstellen voor het nieuwe GLB gepresenteerd. In de voorstellen zitten ook drie verplichte vergroeningsmaatregelen. Over deze verplichte vergroening is veel discussie ontstaan, omdat ze grote impact hebben voor agrariërs en de effecten van de maatregelen eigenlijk niet goed bekend zijn.

Alleen zeven procent vergroening effectief
Van de drie vergroeningsmaatregelen is er volgens de natuur- en milieuorganisaties slechts één die daadwerkelijk een bijdrage kan leveren aan vergroening van het platteland en in het bijzonder biodiversiteit. Namelijk het instellen van ecological focus area’s (EFA’s), oftewel het ecologisch inrichten van zeven procent van het areaal. De maatregelen gewasdiversificatie en permanent grasland leveren in ieder geval voor Nederland weinig tot niets op, en mogen van de natuur- en milieuorganisaties uit de voorstellen.

De natuur- en milieuorganisaties zijn teleurgesteld over de verdere plannen omtrent de vergroening. Het lijkt er immers op dat de vergroening een heel andere invulling krijgt dan aanvankelijk het uitgangspunt was. Velen pleiten er namelijk voor de vergroening los te koppelen van de basispremie en een keuzemenu op te stellen met daarin vergroeningsmaatregelen zoals precisielandbouw en weidegang.

Zonder EFA’s is vergroening slechts een verkoopterm
De natuur- en milieuorganisaties vinden het belangrijk dat de verplichte EFA’s er wél komen, omdat hier wel degelijk kansen liggen voor biodiversiteit op het platteland. Over de invulling van EFA’s hebben de organisaties ideeën en bij de uitvoering van deze maatregel willen de organisaties dan ook graag partner zijn en meedenken. Wanneer de, in eerste instantie ambitieuze, maatregel toch weer verdwijnt, zien de natuur- en milieuorganisaties niets meer in de omslag naar een groenere landbouw met meer ruimte voor natuur en biodiversiteit, en lijkt het erop dat vergroening enkel een mooie verkoopterm is voor het creëren van draagvlak. Het GLB zal dan, zoals het altijd heeft gedaan, enkel tot verdere productieverhoging leiden, en de natuur op het platteland zal nog verder achteruit gaan. Aan dit laatste willen de natuur- en milieuorganisaties geen steun verlenen, en belastinggeld kan dan beter voor andere doeleinden worden gebruikt dan het stimuleren van de landbouw.

Vogelbescherming Nederland, De 12Landschappen, Natuur & Milieu, Milieudefensie, Landschapsbeheer Nederland en Natuurmonumenten

Netwerk Platteland is een nationaal netwerk van en voor mensen en organisaties die zich inzetten voor een sterk en aantrekkelijk platteland. We brengen organisaties met elkaar en met overheden in contact en bieden ze de gelegenheid om van elkaar te leren.

2 reacties

  1. Peter Harry Mulder zegt:

    20-2-2013. Veldleeuwerik én maatschappij niet blij met GLB-landbouwlobby.
    “Als je het door hebt, ga je het zien”, een uitspraak van Johan Cruyff, maar deze is voor mij ook relevant gebleken. Als boer met enige vogelkennis wist ik niet precies waarom sinds jaar en dag de aantallen “Boerenlandvogels” en dan met name Patrijs en Veldleeuwerik (in 40 jaar tijd met 95%) zijn afgenomen. De Ortolaan en Grauwe gors zijn al geheel van het toneel verdwenen. Van de Grauwe Kiekendief werden in Nederland in 1990 nog slechts 3 nesten van de grauwe kiekendief geteld en die zijn vlak voor de combine gered door Ben Koks, later oprichter van de Stichting Werkgroep Grauwe Kiekendief (WGK). Wat Veldleeuwerik betreft is volgens deskundigen de oorzaak dat na een 1e broedsel in het graangewas (april), nog een 2e en 3e broedsel nodig is om de soort in stand houden. In bouwlandregio’s mislukt dit vaak omdat de Veldleeuwerik na april geen laag en open gewas vindt. Grasland lijkt dan een alternatief, echter wordt daar het nest veelal uit gemaaid. Daarnaast stelt deze akkervogel de voorwaarde dat insecten voor haar kroost binnen 100m van het nest voorhanden moet zijn. Oh, zit dat zo! Dan sceptici: zij wijten de teloorgang (onterecht) aan de roofvogels; er zouden er veel te veel van zijn en op elke paal zit er wel een. Maar de rustige ´paalzitter Buizerd´ is in de winter een gast uit Scandinavië, en is hoofdzakelijk een muizen- en aaseter (zoals verkeerslachtoffers). De Havik, die veel zeldzamer is, slaat met een snelle verrassingstactiek graag duiven. Het ware probleem zit dieper.
    Agrarische natuurmaatregelen wél succesvol! Het eind jaren ’80 landelijk opgezette patrijzenproject en daarna de stichting WGK, leerden mij wat de oorzaken zijn. Het akkerrandenconcept, uniek in de EU, van kleinschalige elementen in het grootschalige landschap, blijkt in de oprukkende landbouwintensivering en verstedelijking van het landschap de remedie te zijn: Niet alleen de Patrijs is gebaat bij deze structuur, vooral in combinatie met enkele struikjes, maar ook de aantallen Grauwe kiekendieven nemen toe (in 2011 wel 63 broedende paartjes!). Zelfs hebben, na lange afwezigheid de Blauwe kiekendief en de Velduil (6 paartjes) weer in Oost-Groningen gebroed! Onderzocht wordt hoe de effectiviteit van natuurmaatregelen in agrarisch gebied verder kan worden vergroot.
    Landbouwlobby. Ondanks de afspraak van EU-regeringsleiders (Göteborg 2001) om uiterlijk in 2020 de achteruitgang van biodiversiteit tot staan te brengen, zet de landbouwlobby maximaal in om het GLB-voorstel van 7% uit productie halen ten behoeve van natuur van tafel te krijgen. Overigens zijn dit in de praktijk vaak de minst productieve gronden. Terwijl natuurbraak ook voor de maatschappij als geheel, een aantrekkelijker platteland op kan leveren (meer natuur). Allerlei argumenten moeten de ingestoken koers verdedigen. Zoals het veiligstellen van de EU-voedselvoorziening. Dit lijkt echter in strijd met de grote arealen die voor biobrandstoffen worden bestemd (in Duitsland 20% van het areaal). Daarnaast de economische betekenis van de agro-industrie voor Nederland, namelijk 10% bijdrage aan BNP en 2e exporteur van de wereld. Echter de primaire producenten (de boeren) blijken, gezien de structurele lage inkomens daarin niet in mee te delen, dus niet de lusten maar wel de lasten (maatschappelijke bezwaren) hebben. De landbouwlobby zet in op duurzaamheidscertificaten, maar refereert op geen enkele manier aan de problematiek van de Boerenlandvogels (certificaat ‘Veldleeuwerik’ redt geen veldleeuweriken).
    Jammer dat opkomen voor akkernatuur door landbouwvertegenwoordigers nog steeds ‘not done’ is. De GLB-voorstellen worden ongenuanceerd afgedaan met “geitenwollensokkenaanpak”, daarmee blijvend een wig drijvend tussen landbouw en natuur. Geen verantwoordelijkheid nemen draagt bovendien niet bij aan ‘Licence to produce’. Op deze houding kunnen we als landbouwers naar de maatschappij toe niet trots zijn.

    Bijsturing publieke opinie en politiek. De intensieve landbouw, met negatieve gevolgen voor de Boerenlandvogels, is voortgekomen uit politieke keuzes, gericht op het voortbrengen van een zo goedkoop mogelijk voedselpakket. Allerlei maatregelen en subsidies, van prijsverlaging voor granen in de jaren ’80, met (afbouwende) ‘Prijsondersteuning’ ter compensatie, tot Herinrichting van het platteland (schaalvergroting), maar ook verbod op productieafspraken (NMA) om kostendekkende prijzen te kunnen realiseren, hebben tot de intensivering geleid. Het is daarom niet fair dat de maatschappij ‘Prijsondersteuning’ als een ordinaire ‘Inkomenssteun’ ziet en aan extra voorwaarden verbindt. “Vergroening“ weegt zwaar in de GLB-voorstellen om de problemen van de intensieve landbouw op de natuur te tackelen. Maar de uitvoering ervan wordt in een aantal sectoren (waaronder de zetmeelsector) eenzijdig op de landbouw afgewenteld, indien uit productie genomen landbouwgrond niet financieel wordt gecompenseerd (gewasvergoeding). Indien de landbouw de problematiek van de Boerenlandvogels erkent en de maatschappij/politiek ook haar verantwoordelijk neemt (via een faire compensatie voor akkernatuur-initiatieven) ligt de weg open voor een serieus akkernatuurherstel.

    Tot slot. In het kader van aandacht voor de achteruitgang van Boerenlandvogels, is 2013 uitgeroepen tot het jaar van de Patrijs. Ik hoop dat de politiek de morele verplichting op zich neemt, om de alom gewaardeerde akkernatuur voor verdere achteruitgang te behoeden. De maatschappij zal dan weer een goedkeurende duim opsteken, niet alleen bij het zien van een kluchtje oer Hollandse patrijzen, maar ook luisterend naar de hoog in de lucht jubelende veldleeuwerik, als teken dat boeren er ook voor de natuur toe doen. Een duurzaamheidscertificaat waardig!

    Peter Harry Mulder, Veenkoloniale akkerbouwer met zetmeelaardappelen en 7% akkerranden.

  2. Peter Harry Mulder zegt:

    Bovenstaand artikel 20-02-2013 staat a.s. zaterdag 9maart in de BoerderijVandaag (de krant) van uitgeverij Reedbusinness.
    Peter Harry mulder.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


*

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>