Tijdens de Werkplaats van het Netwerk Platteland in Leeuwarden in november spraken we over het landschap van de toekomst. Diverse perspectieven kwamen voorbij: landbouw, natuur, gezondheid, cultuurhistorie, kringlooplandbouw, mienskip, innovatie en ruimtelijke kwaliteit. Dat gesprek raakte aan iets dat me sindsdien bezighoudt: het woord land-schap zelf. Het staat in een mooi rijtje woorden als vriendschap, gemeenschap en noaberschap — woorden die allemaal iets van verbondenheid en samenhang met zich meedragen. Als je zo naar het land-schap kijkt, maakt dat dit meer is dan alleen wat we buiten zien. Het vertelt ook een verhaal, het toont wat we belangrijk vinden en welke keuzes we maken als samenleving.
Tijdens de Werkplaats werd duidelijk dat het landschap vanuit het verleden onder andere is gevormd door grote gezinnen. Door overerving werden de kavels steeds kleiner. Waterbeheer met greppels en terpen vormde een ander aspect van het landschap. Later werd, om armoede te bestrijden en voldoende voedsel te produceren, het landschap juist veel grootschaliger en efficiënter.
Ook het huidige landschap vertelt een verhaal. Nieuwe waarden zoals bereikbaarheid en economie laten hun sporen na: windmolens en zonnepanelen tekenen zich duidelijk af in het landschap, terwijl brede wegen, geflankeerd door logistieke dozen, het landschap doorsnijden. Tijdens één van de perspectieven werd duidelijk dat de moderne landbouw met zijn eenvormige grootschalige stallen overal dezelfde aanblik heeft. De diversiteit in het landschap lijkt langzaam te vervagen.
En wat is het landschap van de toekomst? Wat mij betreft geven we boeren de ruimte om het landschap opnieuw te verrijken. Ik hoop dat het letterlijk zichtbaar wordt dat boeren ecosysteemdiensten leveren — van biodiversiteit tot schoon water en klimaatadaptatie — die worden gewaardeerd én beloond, mede dankzij het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Dat we als gemeenschap geld over hebben voor boeren die aan zo’n landschap bijdragen: rijk aan diversiteit, met brede akkerranden, kruidenrijk grasland, hagen en heggen die het landschap herkenbaar maken, en slenken en sloten die weer meebewegen met het water.
Zo wordt door zorgzaam en duurzaam beheer het land-schap opnieuw verwant aan vriendschap, gemeenschap en noaberschap.