Interview

BLOSSOM: acht lelietelers en een robotbouwer werken stap voor stap aan onkruidbestrijding zonder chemie

“Je kunt niet drie jaar achteroverleunen en dan drie machines kopen”

In het project BLOSSOM - Betrouwbare Lelie-Onkruidbestrijding met Slimme Sensoren en Mechanisatie, werken lelietelers verzameld in Brightbloom en agri-techbedrijf TOR; een autonome robot die onkruid herkent en met een laser bestrijdt. De techniek is belangrijk, maar in het gesprek met Tim Kreukniet van TOR komt ook iets anders terug: het zijn vooral de telers die gezamenlijk besluiten niet af te wachten, maar nu al te leren hoe zo'n nieuwe manier van werken in hun bedrijf kan passen.

Landbouw als hightech werkveld

BLOSSOM is voorgedragen in de categorie Smart & competitive agriculture. Voor Tim zit het slimme niet alleen in laser, camera's en algoritmes, maar juist in de combinatie van technologie en ondernemerschap. Hij ziet dat ook terug in de aantrekkelijkheid van de sector voor jonge mensen: “In de bloembollenteelt zijn het vaak echte mkb-bedrijven, met twintig tot vijftig mensen. Je zit dicht op de praktijk en dicht op de ondernemer. Er wordt met nieuwe techniek gewerkt en je kunt er enorm veel leren.”

Daarbij blijft voor hem ook iets heel basaals overeind: “Het is gewoon leuk om planten te zien groeien en aan het eind van het seizoen iets van het land te halen. Daar halen heel veel mensen waardering uit. Los van alle discussie die er rond de sierteelt is, blijft landbouw gewoon een mooi proces.”

Niet wachten tot het echt moet

Tim: “Dat is misschien wel het meest bijzondere aan BLOSSOM. De lelietelers in het project zien de druk op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen toenemen en willen problemen voor zijn. Ze hebben min of meer gezegd: we lopen allemaal tegen hetzelfde aan, dus laten we dit gezamenlijk aanpakken. Dan kunnen we van elkaars lessen leren, we hebben meer percelen en meer verschillende omstandigheden om in te testen, en de eerste machines kunnen we delen. Ze richten zich echt op de toekomst en willen nu al gewend raken aan het werken met robots.”

Acht telers doen mee. Het is geen klein proefje naast hun gewone werk. De ondernemers hebben gezamenlijk Brightbloom opgericht rond de samenwerking en investeren er serieus tijd en geld in.

“Het zijn natuurlijk concullega's. Ze telen allemaal bollen. Maar ze hebben samen echt iets opgezet en zijn ervoor naar de notaris geweest. Dat vind ik bewonderenswaardig. Op bepaalde momenten is de één misschien wat meer gemotiveerd dan de ander, maar doordat je het samen doet, ga je wel door.”

Lelies vragen iets anders van een robot

“Lelies groeien snel en worden vooral op zand geteeld. Zonder chemische bestrijding kan de onkruiddruk snel oplopen. Dat betekent dat de robot vaak terug moet komen. We willen eigenlijk elke vijf dagen langs. Het idee is: pak het onkruid als het nog klein is, want dan is de laser het meest effectief. Dus de vraag is niet alleen: ziet de camera het onkruid? De machine moet ook snel genoeg kunnen rijden om al die hectares bij te houden. Daar komt bij dat de planten tijdens het seizoen veranderen. Naarmate het gewas hoger en voller wordt, hangt er eerder blad voor de camera en zie je natuurlijk minder goed wat eronder gebeurt. We hebben dit jaar geleerd dat we meer vanuit verschillende invalshoeken moeten kijken. Zowel voor de camera als voor de laser vraagt dat weer aanpassingen.”

Ook details die op papier klein lijken, blijken in de praktijk bepalend. Sommige telers gebruiken stro als bodembedekking tegen verstuiving. Dat combineert niet vanzelfsprekend met een laser. Tim: “Stro en een laser…: dat kan dus niet zomaar samen. Dan krijg je kleine brandjes, die toch wel tegen vielen. Dat soort dingen kom je pas echt tegen als je in het veld rijdt. Dan moet je dus ook gaan kijken naar andere manieren om verstuiving tegen te gaan.”

Van techniek naar bedrijfsvoering

De grootste stap zit volgens Tim inmiddels niet alleen meer in de vraag of de robot technisch iets kan: “Net zo belangrijk is of de machine betrouwbaar in de dagelijkse bedrijfsvoering past. Innovatie is leuk, maar uiteindelijk gaat het om de operatie. Hoe lang kan zo'n machine rijden? Wanneer moet de batterij worden gewisseld? Hoeveel onkruid haal je per werkgang weg? Hoe makkelijk kan de teler de robot inpassen tussen al het andere werk?” Dit jaar was het eerste seizoen waarin het systeem echt langere tijd in het veld draaide, tijdens een demo gaat het vaak goed. Maar in de praktijk willen we per werkgang 95% van het onkruid weghalen, daar zijn we nu nog niet.  Het afgelopen jaar hebben we vooral meetbare praktijkkennis opgedaan. Tim: “Vorig jaar hadden we geen idee hoeveel we überhaupt weghaalden. Nu weten we dat veel beter en weten we ook waar we naartoe willen. Dat is precies de kennis die je nodig hebt om verder te komen.”

Geen marketingshow

Die praktijkkennis wordt via demonstraties gedeeld met andere telers. Daarbij willen zowel Tim als de deelnemende ondernemers juist ook laten zien wat nog níét werkt. “De telers vinden het belangrijk dat het geen marketingshow wordt. Je moet de echte cijfers laten zien en het eerlijke verhaal vertellen. Het is niet één, twee, drie opgelost. Als je dit goed in je bedrijfsvoering wilt integreren, moet je er zelf ook mee aan de slag. Dat is ook de reden om nu al ervaring op te doen. Een teler die wacht totdat niet-chemische onkruidbestrijding echt noodzakelijk wordt, kan niet verwachten dat techniek en werkwijze dan meteen probleemloos klaarstaan. Je kunt niet drie jaar achteroverleunen en dan denken: ik koop ‘n paar machines en dan is het opgelost. Zo werkt het niet. Je moet leren hoe het in je operatie past, en wij moeten ondertussen de machine beter maken.”

Niet te snel opschalen

Voor TOR zelf is die ontwikkeling ook een spanningsveld. Een jonge technologieonderneming moet omzet maken en klanten vinden, maar te snel opschalen kan juist het vertrouwen in de techniek beschadigen. Tim: “Je kunt zeggen: volgend jaar verkopen we er twintig. Maar dan loop je waarschijnlijk tegen heel veel operationele problemen aan. Wij kiezen liever voor gecontroleerd doorgroeien. Want als je te snel gaat en het gaat mis, dan ben je het vertrouwen kwijt en moet je bijna weer van voren af aan beginnen. Kijk naar de ontwikkeling van de Lely melkrobot: ook die was niet ineens af. Alleen heeft een start-up geen andere inkomstenstroom. Dat maakt het spannend: wanneer is iets goed genoeg om te verkopen, en wanneer moet je nog eerst verder leren?”

Een rijdend platform kan meer gaan zien

De camera op de robot wordt nu gebruikt om gewas en onkruid van elkaar te onderscheiden. In principe kan zo'n camerasysteem in de toekomst meer informatie opleveren. Tim: “Alles wat een mens kan zien, kan een camera in principe ook leren zien, als je er een goed algoritme voor maakt. Ik zie ons niet meteen insecten met een laser bestrijden, maar als je toch al met een rijdend platform door het gewas gaat, kan het interessant zijn om ook andere problemen te detecteren.” Tim verwacht daarom dat landbouwrobots in de toekomst meerdere functies kunnen krijgen. Tegelijk waarschuwt hij dat zulke uitbreidingen minder eenvoudig zijn dan ze klinken: “In theorie kan veel. In de praktijk duurt het gewoon tijd voordat je zover bent en hoe breder je wil ontwikkelen, hoe langzamer het gaat.”

De kracht zit in samen doen

Vraag je Tim waar de kracht van BLOSSOM zit, dan komt hij uiteindelijk weer terug bij de telers. Niet bij één spectaculaire techniek, maar bij ondernemers die dezelfde onzekerheid onder ogen zien en besluiten die gezamenlijk te onderzoeken.

“Landbouwrobots maken is moeilijk. Het gaat niet meteen van een leien dakje. Juist daarom is het belangrijk dat die telers zeggen: we pakken deze realiteit samen aan. Volgens mij is dat uiteindelijk het sterkste van dit project.”

Meer over het project

Project: Betrouwbare Lelie-Onkruidbestrijding met Slimme Sensoren en Mechanisatie (BLOSSOM)
ARIA-categorie: Smart & competitive agriculture
Interview: Tim Kreukniet, TOR
Meer informatie: TOR.AG | Groen Kennisnet - BLOSSOM