De landbouw kan bijdragen aan het terugbrengen van de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen.
Dat zal niet spectaculair zijn, maar het compenseert voor een behoorlijk deel de uitstoot aan andere broeikasgassen (methaan en lachgas) die de landbouw zelf uitstoot.
Forse uitdaging
Onderzoekers hebben becijferd dat de Nederlandse landbouw jaarlijks 1 miljoen ton CO2 zou kunnen ‘wegvangen’. Dat is volgens hen wel een forse uitdaging. Er zullen vooral maatregelen genomen moeten worden om de organische stof in de bodem te verhogen. In dit artikel wordt een beeld geschetst van de ontwikkelingen op dit terrein.
Ophogen van het organisch stofgehalte gaat langzaam
Het ophogen van het organische stofgehalte inde bodem gaat langzaam. Daarvoor moeten boeren actief maatregelen nemen.
Organische stof komt in de bodem in de vorm van gewasresten van hoofdgewas en groenbemesters en organische bemesting zoals compost, mest of champost. Gemiddeld wordt per jaar zo’n 2% van de aanwezige organische stof in de bodem afgebroken door micro-organismen.
In de bodem zijn verschillende soorten organische stof aanwezig. Makkelijk afbreekbaar organische stof levert snel nutriënten, terwijl zeer stabiele organische stof vooral bijdraagt aan het verbeteren van de structuur van de bodem.
De organische stof die na één jaar nog in de bodem aanwezig is, wordt effectieve organische stof genoemd. Deze draagt bij aan een goede opbouw in de bodem.
Afbraak gaat razendsnel
De landbouw moet ook zorgen dat de organische stof in de bodem niet vermindert en zo juist zorgt dat de uitstoot van broeikasgassen toeneemt. Dat kan bijvoorbeeld door het scheuren van grasland, waarbij de koolstof weer als CO2 ontsnapt.
Veengrond is extra kwetsbaar, omdat koolstof ontsnapt als het veenpakket niet nat genoeg blijft door draineren. Verlies gebeurt bijvoorbeeld ook door grasland af te wisselen met rooivruchten, denk aan pootaardappelen, of aan de reizende bollenkraam, waarbij grond wordt geruild en geploegd voor de teelt van bollen. Die grond wordt intensief bewerkt, grasland wordt gescheurd.
Voordelen voor de landbouw
Een hoger organisch stofgehalte is goed voor het bedrijf. Het zorgt voor een hogere opbrengst, minder ziekten en minder last bij langdurige droogte of juist extreem veel water.
Nu de mestnormen krapper worden, komt het belang van het verhogen van het organischestofgehalte nadrukkelijker in beeld. Bovendien, als de landbouw er in slaagt om het organischestofgehalte van de bodem te verhogen, en daarmee het broeikaseffect te verminderen, is dat goed voor het imago van de landbouw.
In Oostenrijk levert opslag van koolstof geld op
Opslag van koolstof kan mogelijk geld opleveren. In Oostenrijk gebeurt dat al. Boeren krijgen hier € 35 per ton CO2 die ze aantoonbaar via organische stof vijf jaar in de bodem opslaan. Er wordt daar gewerkt met een systeem van certificaten. Bedrijven kopen hun maatschappelijke plicht af door afname van certificaten van de deelnemende boeren.
Veel concrete interesse
Inmiddels doen 160 melkveehouders en akkerbouwers mee. In totaal brengen zij 1.700 hectare in. Anderhalf keer zoveel als 2 jaar geleden en er is nog veel meer ruimte voor groei. Verschillende bedrijven doen daar al aan mee, waaronder de Oostenrijkse supermarktketen Höfer. Er is daar een wachtlijst aan bedrijven die ook CO2-certificaten willen vastleggen via de agrariërs. Vanuit Slovenië, Duitsland, Polen en Nederland is reeds concrete interesse getoond naar dit concept.
Deelname is niet vrijblijvend
Deelname voor boeren is vanzelfsprekend niet vrijblijvend. Bij de start wordt een grondmonster genomen en wordt het Organische Stof-gehalte bepaald. Na 2 tot 5 jaar (vrij te kiezen door de boer) wordt opnieuw een monster genomen. De kosten voor de monsters (€290) zijn voor de agrariër.
Berekeningen door Nederlands onderzoek
In het rapport 'Verwaarden van goed bodemkoolstofbeheer in de landbouw' zijn vingeroefeningen voor een koolstoftoeslag gedaan. De onderzoekers rekenen met marktconforme prijs die op dit moment €10 per ton CO2 bedraagt. Een klein deel voor het vastleggen van nieuwe koolstof en het grootste deel voor het voorkomen dat koolstof weer uit de bodem ontsnapt. Voor een bedrijf met 30 hectare gras- en maisland komen ze zo tot een bedrag van €2.000 tot €3.000 per jaar. Voorwaarde is dat de koolstof lang aantoonbaar opgeslagen blijft.
Het is niet ondenkbaar dat in het nieuwe GLB koolstofvastlegging een element wordt voor het verkrijgen van inkomenstoeslagen. Dat zou bijvoorbeeld kunnen gaan om een vergoeding voor het handhaven van het organischestofgehalte en een plus als dat gehalte omhoog gaat.
Koolstofboeren in Noord-Brabant
ZLTO, Bionext en het Louis Bolk Instituut zijn gestart met het tweejarig project ‘Koolstofboeren’. In dit project werken biologische en gangbare boeren aan methodes om koolstof vast te leggen in de bodem. Verder onderzoeken ze de kansen om hiermee financiële meerwaarde te creëren.
Er wordt gebruik gemaakt van de handleiding 'Goed Koolstofbeheer' , dat het Louis Bolk Instituut samen met CLM en de WUR heeft opgesteld. Daarin staan alle maatregelen helder uitgelegd om koolstof vast te leggen.
Verder zijn er vier korte instructiefilmpjes over de techniek van het vastleggen van koolstof gemaakt. Via bijeenkomsten en in studiegroepen gaan de deelnemers actief aan de slag met maatregelen waarmee koolstof wordt vastgelegd en wordt de haalbaarheid van nieuwe businessmodellen onderzocht.
Koolstof en POP-projecten
ZLTO, Bionext en het Louis Bolk Instituut zijn gestart met het tweejarig project ‘Koolstofboeren’. In dit project werken biologische en gangbare boeren aan methodes om koolstof vast te leggen in de bodem. Verder onderzoeken ze de kansen om hiermee financiële meerwaarde te creëren.
Er wordt gebruik gemaakt van de handleiding “Goed Koolstofbeheer” , dat het Louis Bolk Instituut samen met CLM en de WUR heeft opgesteld. Daarin staan alle maatregelen helder uitgelegd om koolstof vast te leggen. Verder zijn er vier korte instructiefilmpjes over de techniek van het vastleggen van koolstof gemaakt. Via bijeenkomsten en in studiegroepen gaan de deelnemers actief aan de slag met maatregelen waarmee koolstof wordt vastgelegd en wordt de haalbaarheid van nieuwe businessmodellen onderzocht.