Inzet middelen Economisch Herstelfonds voor POP3+

Nederland ontvangt uit het Economisch Herstelfonds (EHF) voor 2021 en 2022 in totaal €52,4 miljoen. Na de corona-uitbraak is dit herstelfonds vorig jaar zomer op initiatief van de Europese regeringsleiders ingesteld. De EHF dient als tegemoetkoming voor de landbouwsector en het platteland. De verwachting is dat in december 2021 de eerste subsidieregelingen opengesteld worden.

Het budget van €52,4 miljoen uit het EHF wordt besteed aan het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3+). Op 5 juli 2021 hebben de minister van LNV en de bestuurders van de provincies en de waterschappen afspraken gemaakt over de inzet van de middelen uit het EHF. Daarnaast is voor de verlengingsperiode van het POP3+ (2021/2022) een bedrag van circa €162 miljoen beschikbaar vanuit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO).

Koeien in de stal

Voorwaarden uitgewerkt in 2 regelingen

Het herstelfonds is destijds opgericht om subsidie te verstrekken voor economisch herstel en verduurzaming van de sector. Daarmee levert het een bijdrage aan actuele vraagstukken rond milieu en klimaatverandering. Aan de besteding van deze middelen zitten wel enkele voorwaarden:

  • Tenminste 55% van het budget moet worden besteed aan investeringen;
  • Tenminste 37% wordt ingezet voor milieu- en klimaatdoeleinden.

Afgelopen tijd zijn op basis van deze voorwaarden 2 regelingen uitgewerkt, die nu voor goedkeuring worden gemeld bij de Europese Commissie: 

  • een ‘Investeringsregeling Groen-economisch herstel’;
  • een ‘Samenwerkingsregeling Groen-economisch herstel’.

Investeringsregeling Groen-economisch herstel

De investeringsregeling is bedoeld voor alle agrarische sectoren. Landbouwers kunnen subsidie krijgen voor investeringen die betrekking hebben op:

  1. precisielandbouw en smart farming;
  2. digitalisering;
  3. water, droogte of verzilting;
  4. duurzame bedrijfsvoering;
  5. natuurinclusieve landbouw en kringlooplandbouw.

Voor elke categorie is een voorlopige lijst met investeringsmogelijkheden opgesteld.

Het EHF is een eenmalig fonds met een bijzonder karakter. Subsidieaanvragers kunnen om deze reden een subsidie van 60% ontvangen. Bij de investeringsregelingen onder POP3+/ELFPO geldt een subsidiepercentage van 40% voor vergelijkbare investeringen.

Voor jonge landbouwers geldt daarboven een top up van 15%, waarmee zij een subsidie van 75% kunnen krijgen.

Samenwerkingsregeling Groen-economisch herstel

Met deze regeling wordt subsidie verstrekt aan projecten en samenwerkingsverbanden die een bijdrage leveren aan nieuwe, duurzame verdienmodellen voor de landbouwsector. De maatregel is bedoeld voor samenwerkingsverbanden bestaande uit verschillende actoren in de landbouwsector zoals landbouwbedrijven, ketenpartners, producentengroeperingen, coöperaties, MKB-bedrijven of brancheorganisaties. Bij deze samenwerkingsverbanden is in ieder geval tenminste één landbouwbedrijf betrokken.

De regeling bestaat uit 5 projectcategorieën, gericht op:

  1. Het ondersteunen van duurzame waardeketens waarbij een landbouwer samen met een marktpartij een (deel van een) keten (door)ontwikkelt, van idee tot marktrijp concept of product;
  2. Het ondersteunen van innovatieve digitalisering gericht op het meten van resultaten in de kringlooplandbouw en de ontwikkeling van nieuwe verdienmodellen voor nieuwe teeltsystemen en natuurinclusieve landbouw;
  3. Het ondersteunen van gebiedsgerichte pilots gericht op regionale verdienmodellen en koolstofvastlegging in de bodem als verdienmodel in de koolstoflandbouw;
  4. Het ondersteunen van sectorale initiatieven binnen de landbouw ter versterking van de regierol van de primaire sector bij het verduurzamen van het voedselsysteem;
  5. Het ondersteunen van samenwerkingsverbanden gericht op managementmaatregelen ter beperking van de ammoniakemissie.

Openstelling begin december 2021

De aankomende tijd wordt gewerkt aan de regelgeving die het mogelijk maakt om de subsidieregelingen begin december te kunnen openstellen. Daaraan voorafgaand zal over beide regelingen nog verder worden gecommuniceerd, zodat mogelijke aanvragers genoeg tijd hebben om zich op een eventuele aanvraag voor te bereiden.