Europese Commissie akkoord met aanpassing POP3 inzake Economisch Herstelfonds

Vanuit het Economisch Herstelfonds (EHF) en het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) is circa €108 miljoen voor het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3+) beschikbaar gekomen.

Via het aanpassingsvoorstel voor het POP3 dat Nederland heeft ingediend en de Europese Commissie op 6 september heeft goedgekeurd, zijn die extra middelen aan het POP toegevoegd en verdeeld.

sloot met grasrand

Achtergrond van de aanpassing

In 2020 zijn er voor het ELFPO extra middelen beschikbaar gekomen vanuit het Economisch Herstelfonds (EHF): €52,44 miljoen. Daarnaast zijn er middelen vanuit het budget van het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) voor 2021 naar het ELFPO overgeheveld, ‘Overheveling 2020’: €56,11 miljoen. De EHF-middelen en middelen Overheveling 2020 zijn via dit aanpassingsvoorstel aan het POP3-budget toegevoegd.

Daarnaast zijn er wat budgetverschuivingen binnen bestaande maatregelen doorgevoerd. Tot slot is er een aanpassing in het programma doorgevoerd, waardoor de resultaten op het onderdeel ‘bodem’ inzichtelijk gemaakt kunnen worden.

Op 15 juli 2021 heeft Nederland het aanpassingsvoorstel POP3 bij de Europese Commissie ingediend. Op 6 september 2021 heeft de Commissie het voorstel goedgekeurd.

Inhoud van de aanpassing

Inzet EHF-middelen
Nederland heeft ervoor gekozen met de EHF-middelen maximaal in te zetten op het stimuleren van een groen economisch herstel van de agrarische sector na de schade die de sector door de COVID-19-crisis opgelopen heeft. Gelet op de Europese eisen aan en mogelijkheden van de besteding van de EHF-middelen is ervoor gekozen om voor de besteding van die middelen een maatregel ‘Investeringen voor groen economisch herstel’ aan het POP3+-programma toe te voegen. Daarnaast wordt aan de bestaande submaatregel , ‘Pilots Samenwerking voor vergroening’, een extra onderdeel toegevoegd, ‘Samenwerking voor groen economisch herstel’.

Samenwerking voor groen economisch herstel
De Regeling ‘Samenwerking voor groen economisch herstel’, onderdeel ‘Pilots vergroening’ betreft een regeling die de ontwikkeling van nieuwe verdienmodellen, die bijdragen aan een veerkrachtig, duurzaam, digitaal economisch herstel van de landbouw, stimuleren. Deze regeling draagt tegelijkertijd bij aan het behalen van Europese en nationale milieu- en klimaatambities, met een focus op klimaat, bodem/biodiversiteit en kringlooplandbouw (incl. stikstof). Inzet: €15 miljoen (ELFPO) + €0,75 miljoen aanvullende nationale financiering. Dit bedrag zal naar verwachting leiden tot 40 extra EIP-samenwerkingsprojecten.

Productieve investeringen en jonge landbouwers
De maatregel ‘Productieve investeringen voor groen economisch herstel’ heeft tot doel bij te dragen aan de milieu- en klimaatdoelstellingen en de ambities die zijn vastgelegd in de Europese Green Deal. Tegelijkertijd wordt bijgedragen aan een veerkrachtig, duurzaam en digitaal economisch herstel na de COVID-19-crisis. Met de investeringen wordt bijgedragen aan een verdere modernisering en verduurzaming van de landbouwsector.

Om generatiewisseling te versterken is er speciale aandacht voor jonge landbouwers: aan jonge landbouwers wordt daar waar mogelijk een verhoogd steunpercentage toegekend. Inzet: €35,44 miljoen ELFPO + €1,8 miljoen aan aanvullende nationale financiering. Dit bedrag zal naar verwachting leiden tot ruim 400 extra investeringsprojecten.

Inzet middelen Overheveling 2020

De overgehevelde middelen worden ingezet op de brede weersverzekering, het Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer (ANLb), Landschapselementen en watermaatregelen. Daarnaast vinden er enkele verschuivingen plaats in de budgetten uit de overheveling 2019.

Aanpassing indicator Bodem

Om inzicht te kunnen geven in de effecten van de POP-maatregelen, met betrekking tot bodembeheer, is aan de Wageningen Universiteit gevraagd een advies uit te brengen over de te hanteren indicatoren. Omdat de verwachting bestond dat veel maatregelen wel effect(en) hebben op de kwaliteit van de bodem, is de WUR verzocht te bezien welke POP3(+)-maatregelen (in)directe effect(en) hebben op het verbeteren van bodembeheer en het voorkomen van bodemerosie.

De WUR komt tot de conclusie dat over het algemeen ANLb-beheersactiviteiten minder verstorend zijn voor de bodem dan het geval zou zijn bij uitoefening van de gangbare landbouwpraktijk. Er wordt niet actief gestuurd op bodemkwaliteit, maar indirect draagt het ANLb daarmee bij aan een verbetering van de bodemkwaliteit. Een directe bijdrage wordt geleverd door bepaalde activiteiten, zoals bemesting met ruige stalmest en bepaalde vormen van beweiding.

Voor de bodemindicator wordt vanaf heden gebruikgemaakt van het aantal hectare waarop de door de WUR benoemde beheersactiviteiten van toepassing zijn.