De landbouw verandert. Niet alleen door beleid of maatschappelijke druk, maar ook door technologie. Nieuwe machines maken dingen mogelijk die een paar jaar geleden nog ondenkbaar waren. Zoals onkruid wieden met een laser. Tim Kreukniet van het bedrijf Trabotyx werkt met een team van 15 mensen aan precies zo’n oplossing. Met hun bedrijf ontwikkelen ze de TOR; een robot die onkruid herkent en vervolgens met een gerichte laser uitschakelt. Zonder chemie, zonder bodemverstoring. Technisch werkt het. Maar volgens Tim begint het echte werk pas daarna. ‘Onkruiden een paar keer raken met een laser is niet het moeilijkste. Het gaat erom dat het op het land altijd werkt.’

Van innovatie naar toepassing

Het idee is helder: een machine die zelfstandig over het land rijdt, secuur gewassen herkent en onderscheid maakt tussen wat moet blijven staan en wat weg moet. Vervolgens wordt het onkruid met een laser uitgeschakeld. ‘Dat vraagt om precisie, data en veel rekenkracht. Maar op het land blijkt al snel dat de stap van techniek naar toepassing groter is dan vaak gedacht wordt. Een machine moet niet alleen werken onder ideale omstandigheden, maar juist ook in de weerbarstige realiteit van bodem, weer en wisselende teelten.’ Volgens Tim kost het tijd om dat punt te bereiken. ‘Niet alleen om de techniek verder te ontwikkelen, maar vooral om hem geschikt te maken voor dagelijks gebruik. Je kunt iets bouwen dat werkt, maar het moet ook blijven werken. Dat is een heel ander verhaal.’

Vertrouwen opbouwen

Daarmee komt een tweede, minstens zo belangrijke factor in beeld: vertrouwen. ‘Een boer moet erop kunnen rekenen dat wij er zijn als er iets gebeurt. Als zo’n machine stilvalt, moet je bereikbaar zijn en het oplossen. Anders is het vertrouwen zo weg.’ Die relatie bouw je niet in één seizoen op. Het vraagt aanwezigheid op het erf, meedraaien in de praktijk en laten zien dat je begrijpt hoe een akkerbouwbedrijf werkt. Daar komt bij dat iedere situatie anders is.

Leren in de praktijk

Een robot moet worden ingeregeld op een specifiek gewas en perceel. En de boer moet ermee leren werken. ‘Je bent niet alleen een machine aan het verkopen. Je introduceert een andere manier van werken. Dat doe je samen. Dit proces gaat stap voor stap. Door met camera’s beelden te verzamelen en systemen te trainen, leert de machine onderscheid maken tussen gewas en onkruid. Tegelijkertijd leert de akkerbouwer wat hij van de machine kan verwachten en hoe hij die het beste inzet. Je bent in het begin gewoon veel op het veld, dat hoort erbij.’ De eerste machines draaien inmiddels en Tim merkt ook dat de interesse groeit. ‘Dit soort veranderingen gaan niet in één keer. Ondernemers willen eerst bewijs zien dat het werkt en weten dat ze erop kunnen vertrouwen.’

Hoe een subsidie innovatie ook remt

Naast de techniek en de praktijk speelt er nog iets anders: het systeem waarin deze innovaties landen. Volgens Tim zit daar ook een rem die weleens onderschat wordt. ‘Als innovatie met een subsidie gestimuleerd wordt, gaan ondernemers rekenen. Krijg ik de subsidie dit jaar niet, dan wacht ik gewoon. Want misschien krijg ik hem volgend jaar wel — en is de machine tegen die tijd vast ook beter. Dat gedrag is begrijpelijk, maar heeft wel effect op het tempo waarin nieuwe technieken worden toegepast. Je ziet dat boeren wel willen, maar dat ze ook rationeel handelen. Daarmee ontstaat er vanuit het systeem een prikkel om te wachten, terwijl juist ervaring in de praktijk en een bepaalde schaalvergroting nodig zijn om verder te komen.’

Technologie als onderdeel van de oplossing

Voor de toekomst ziet Tim technologie als een belangrijk onderdeel van de oplossing, maar niet als iets dat losstaat van de praktijk. Tim: ‘Ik heb na mijn studie al heel snel de knoop doorgehakt dat ik ergens aan wil werken wat echt een verschil maakt. Na gesprekken met telers kwamen mijn compagnon en ik erop uit dat er echt een betere oplossing moet komen voor gewasbescherming. Het is mooi dat een evenement als de Werkplaats Platteland innovatie en praktijk bij elkaar brengt. Ook vanwege de ontmoeting met gelijkgestemden. Ondernemen en innoveren is op een bepaalde manier ook best weleens eenzaam. Ik heb er zin in om met mensen met een gedeelde toekomstvisie te kijken en het erover te hebben: oké, en hoe gaan we daar dan komen?!’