"Je levenswerk kan op een mooie manier worden voortgezet"

Acht Nederlandse projecten zijn voorgedragen voor de Agricultural and Rural Inspiration Awards 2026 (ARIA), de Europese inspiratieprijzen voor landbouw en platteland. Met ARIA zet het EU CAP Network projecten in de schijnwerpers die met steun vanuit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid laten zien hoe vernieuwing, duurzaamheid en een leefbaar platteland er in de praktijk uitzien. In deze interviewreeks maken we kennis met de mensen en ideeën achter de Nederlandse voordrachten. Eind oktober wordt bekend of en zo ja welke projecten op de Europese shortlist komen.

Duurzaam starten – ‘ik wil het anders’ gaat in de kern over toegang tot de landbouw: hoe word je boer of tuinder als er thuis geen bedrijf klaarstaat om over te nemen? Maria van Boxtel en haar Landgilde-partners brengen jonge starters in contact met duurzame agrarische ondernemers die hun bedrijf willen overdragen, begeleiden overnameprocessen en laten zien dat er meer routes zijn dan de klassieke overdracht van ouder op kind.

Beeld: © ROGLB

Boer worden zonder boerderij van huis uit

Maria: “Wij werken met jonge boeren en tuinders die geen boerderij van huis uit hebben en koppelen die aan een oudere generatie boeren die wél een bedrijf heeft en op zoek is naar opvolging. Dat gebeurt heel letterlijk. Onder de vlag ‘Bioboer zoekt Bioboer’ organiseren wij ontmoetingen tussen starters en ondernemers die nadenken over de toekomst van hun bedrijf. Met het online matchingplatform Landgilde en met begeleiding voor mensen die elkaar al hebben gevonden, zorgen we voor succesvolle opvolging. We delen ook kennis hoe je op andere manieren aan een bedrijf kunt komen. Via pacht bijvoorbeeld, met een grondfonds, met crowdfunding of door samen met een gemeenschap grond te kopen. Er is niet één route.”

"Ik wil het anders"

Veel starters die Maria ontmoet, willen niet simpelweg een bestaand bedrijf kopiëren: “Ze hebben vaak een duidelijke visie op de manier waarop ze willen boeren. Willen buiten werken, met hun handen en bijdragen aan goede voedselvoorziening. Vaak komt daar nog iets bij: ze willen iets goeds doen voor natuur of klimaat, samen met burgers een boerderij vormen of biologisch werken. Het zijn vaak andere concepten dan gebruikelijk in de landbouw.” Als voorbeeld noemt ze mede-aanvragers Olivier Schutzelaars en Emma Vlaanderen, die een biologisch-dynamisch bedrijf ten noorden van Deventer hebben overgenomen. “Zij zijn gestart met waterbuffels. Ze zoeken naar een vorm die bij hun visie én hun mogelijkheden past.”

Twee generaties moeten elkaar eerst vinden

Het eerste obstakel is volgens Maria niet eens geld. Het begint eerder: een jonge ondernemer en een oudere boer moeten elkaar tegenkomen en vertrouwen opbouwen. “Je eigen kind heb je vanaf kleinsaf aan meegemaakt. Dan weet je wat iemand kan. Bij een opvolger van buiten de familie moet dat vertrouwen groeien. Soms begint de opvolger als medewerker, stagiair of gaat het om iemand die eerst een stukje van het bedrijf zelfstandig doet. Dat kost tijd. Een bedrijfsovername kan in een half jaar worden voorbereid, maar kan net zo goed jaren duren. Daarom begeleiden wij niet alleen de jonge starter, maar juist beide kanten van de tafel. Wij gaan met de jongeren én met het oudere echtpaar in gesprek. Het bedrijf staat centraal. We werken met een routekaart voor bedrijfsovername: een aantal onderwerpen waar je het met elkaar over moet hebben. Soms gaan die gesprekken vooral over dat ondernemers überhaupt met elkaar praten. Andere keren zit je heel gedetailleerd in de jaarrekening.”

Eén begeleider voor het hele bedrijf

Maria ziet een belangrijk verschil met een overname waarbij beide partijen ieder hun eigen adviseur meenemen. “Wat je vaak ziet, is dat de jongere zijn adviseur of accountant meeneemt en de overdragende boer de zijne. En die gaan dan met elkaar zitten kibbelen. Wij doen dat anders. Er is één begeleider voor het bedrijf en voor iedereen. Als we een taxateur nodig hebben, halen we die samen erbij. Als er een fiscale vraag ligt, halen we een fiscalist erbij. Maar eerst moet je het op hoofdlijnen eens zijn over wat je samen wilt. Zo voorkom je daarmee dat een overname vastloopt op details voordat duidelijk is of er voldoende vertrouwen en een gedeeld plan is.”

Grond en geld blijven de harde werkelijkheid

Als de match er eenmaal is, staat de financiering op de agenda. Nederlandse landbouwgrond is duur en het vermogen van een boerenbedrijf zit vaak grotendeels vast in grond, gebouwen en machines. Tegelijk moet de stoppende ondernemer ook ergens van kunnen leven. Maria: “Meestal hebben we middelen uit verschillende bronnen nodig: eigen geld, bankfinanciering, crowdfunding en soms een grondfonds. En vaak helpt het ook dat de oudere boer de jongere iets gunt. Die vraagt dan niet de hoofdprijs of laat een deel van het vermogen in het bedrijf zitten, bijvoorbeeld via verpachting. De fiscale regels in Nederland zijn gunstig voor bedrijfsvoortzetting buiten de familie: niet de familieband, maar het voortzetten van het bedrijf is bepalend. Dat maakt zij-instroom mogelijk, al blijft de hoge grondprijs een hoge drempel.”

Ook buiten de familie is er iets te gunnen

Dat een ondernemer zijn bedrijf niet tegen de hoogste marktprijs overdraagt, is in familiebedrijven heel gewoon, zegt Maria. “Een zoon of dochter kan een boerderij meestal ook niet overnemen als alle grond en gebouwen volledig tegen marktwaarde worden afgerekend. De meeste boeren willen uiteindelijk vooral dat het bedrijf waar ze veertig jaar aan gewerkt hebben, op een goede manier wordt voortgezet. Daar hebben ze vaak iets voor over. Niet alleen als een eigen kind overneemt, maar ook bij iemand van buiten de familie. Voor biologische bedrijven weegt dat extra zwaar. Ondernemers die tientallen jaren aan bodemkwaliteit en een biologische bedrijfsvoering hebben gewerkt, willen vaak graag dat hun bedrijf biologisch blijft. Daar werken wij ook voor.”

Nieuwe boeren voegen soms iets toe in plaats van alles over te nemen

De nieuwe generatie brengt volgens Maria ook andere vormen van ondernemerschap mee. Niet iedere starter hoeft meteen een compleet bedrijf over te nemen: “We zien jongeren die op een creatieve manier iets toevoegen aan een bestaand landbouwbedrijf. Een extra bedrijfstak kan een manier zijn om ervaring op te doen, klanten op te bouwen en uiteindelijk verder te groeien. Wij geven vaak het voorbeeld van drie vrouwen die met tuinbouw een extra bedrijf opbouwden binnen een groter akkerbouwbedrijf. De akkerbouwer maakt de grond klaar; de tuinders telen er hun groenten, verzorgen abonnementen en hebben contact met klanten. Voor de één ontstaat een nieuwe afzet en voor de ander een manier om ondernemerschap op te bouwen zonder meteen tientallen hectares te hoeven kopen. En wat je ook ziet, is dat jongeren vaker samen gaan ondernemen. Dan kun je én telen volgens je visie én een gezin hebben én af en toe op vakantie. Onder die zij-instromers zien wij wat meer vrouwen dan in de traditionele opvolgingsroute. Ik kan geen percentage geven, maar bij gezinnen die samen starten zie je wel vaker dat de vrouw een minder traditionele rol heeft. Niet alleen administratie of gezin, maar gewoon ook het landwerk en het agrarische deel van het bedrijf.”

‘Begin op tijd na te denken over opvolging’

Wat zou Maria tegen een ondernemer zeggen die over een paar jaar wil stoppen, maar geen opvolger in de familie heeft? “Je levenswerk kan op een mooie manier worden voortgezet, daar zijn ook buiten je eigen gezin mogelijkheden voor. Maar je moet er wel op tijd over nadenken. Het is niet iets wat je regelt als je zeventig bent en denkt: volgende maand stop ik. Denk na over de ruimte die je wilt maken, want zonder die ruimte kan een nieuwe boer nog zo gemotiveerd zijn - dan komt er geen overdracht. Je moet elkaar vinden, vertrouwen opbouwen en iets willen gunnen. Als dat lukt, kan er veel meer dan mensen vaak denken.”

Meer over dit project

Project: Duurzaam starten – ‘ik wil het anders’ / Sustainable Start
ARIA-categorie: Gender equality
Contactpersoon: Maria van Boxtel
Meer informatie: www.landgilde.nl | Groen Kennisnet – Duurzaam starten
Over de voordracht: Het project is een van de acht Nederlandse voordrachten voor ARIA 2026. Eind oktober wordt bekend welke projecten op de Europese shortlist staan.

Beeld: © ROGLB / ARIA