Explainer het nieuwe GLB

In deze uitlegvideo is te zien waar we met het GLB vandaan komen en waar we naartoe gaan. En hoe het zich richt op grondgebonden regelingen (waaronder de eco-regeling), de stikstof- en veenweide aanpak, gebiedsgerichte samenwerking, duurzame investeringen, kennis en innovatie en jonge boeren. 

GLB Explainer, het nieuwe GLB

Roxanne van der Meulen:
GLB Subsidies, je kent ze misschien.
Van de hectare premie of subsidies voor innovaties onder de naam POP3.
Maar er gaat een hoop veranderen. In 2023 gaat er namelijk een nieuwe.
GLB periode van start waarin toekomstbestendig boeren, sterker beloond gaan worden. 
Wat er precies gaat veranderen en wat dat voor jou kan gaan betekenen, leg ik je uit in deze video.

Voice-over:
De tekst verschijnt: 2023. Het nieuwe GLB.

Roxanne van der Meulen: 
Per jaar gaat vanuit de EU ruim één derde van het Europese budget naar landbouw. Dat komt neer op zo'n € 50 miljard, waarvan op jaarbasis zo'n 790 miljoen in Nederland terechtkomt in de vorm van landbouw en platteland subsidies. 

En dat budget wordt jaarlijks door het Rijk, de provincies en de Waterschappen nog eens aangevuld met zo'n € 160 miljoen.

Tel dat bij elkaar op en dan kom je in totaal op € 950 miljoen uit dat het GLB jaarlijks te besteden heeft. Een hoop geld. En daarom is het niet zo gek dat daar door sommige mensen kritisch naar gekeken wordt.

Om goed te begrijpen waarom het GLB zo'n belangrijke rol speelt en ook de veranderingen en doelen te begrijpen, is het handig om eerst wat meer inzicht te krijgen in de geschiedenis van het GLB. 

Voice-over: 
In beeld verschijnt de tekst: Het ontstaan van het GLB.

Roxanne van der Meulen:
Voldoende gezond en betaalbaar voedsel is niet vanzelfsprekend. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren de tekorten.Op sommige plekken zo groot dat het dodelijke gevolgen had. De EU wilde dat zoiets nooit meer zou gebeuren in Europa en daarom werd in 1962 gestart met een gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Ofwel het GLB.

Het doel van het GLB was dat de EU zichzelf ten allen tijde moest kunnen voorzien van voedsel en zo min mogelijk afhankelijk moest zijn van de import uit andere landen. Om dit te kunnen realiseren werd er afgesproken dat producenten van landbouwproducten gegarandeerde minimumprijzen kregen voor hun producten. Dit beleid was in het begin zeer succesvol. Zo succesvol zelfs, dat er vrij snel flinke overschotten ontstonden, boterbergen en melkplassen zelfs.  Fijn dat er genoeg en goed voedsel was. Maar dit was niet echt toekomstbestendig natuurlijk. Daarom veranderde rond 1992 het GLB. 
Het beleid verschoof van minimumprijzen voor producten naar een vergoeding per hectare. Hierdoor gingen boeren een vergoeding ontvangen voor het hebben van landbouwgrond, waardoor zij als het ware een soort basisinkomen kregen dat onafhankelijk was van productie. En deze zogenaamde hectarepremie kennen we ook vandaag de dag nog.

Voor veel boeren maakt dit zo'n één derde van hun inkomen uit. Maar gratis geld kan je het niet noemen. Ook toen deze regel er kwam, waren er al zorgen om het milieu. Waardoor er voorwaarden werden verbonden aan het ontvangen van de hectarepremie. Deze noemen we ook wel conditionaliteiten en zijn bedacht om ervoor te zorgen dat er in heel Europa op een duurzame manier voedsel geproduceerd zou worden. In het jaar 2000 kreeg het GLB nog een extra pijler gericht op de ontwikkeling van het platteland en doelgerichte betalingen. Die doelgerichte betalingen kennen we vooral van de plattelandsontwikkelingsprogramma subsidies, ofwel afgekort POP-subsidies. Waardoor een boer bijvoorbeeld subsidie kan aanvragen voor een machine, voor duurzame mestverwerking of voor precisielandbouw. Daarnaast ontstond ook het agrarisch natuur en landschapsbeheer, ofwel het ANLB. 

Naast de generieke steun via de hectarepremies worden boeren met dit soort subsidies dus gericht gesteund voor het aangaan van bepaalde uitdagingen.

Maar zoals ik al zei zijn er in het nieuwe GLB dingen anders. Het Europees Parlement, de Europese Commissie en de regeringsleiders van de Europese landen zijn het erover eens dat het GLB zich nog meer moet richten op verduurzaming. Binnen de kaders die zij hebben geschetst maken landen een eigen Nationaal Strategisch Plan (NSP). Zo werken alle EU-lidstaten aan dezelfde doelen, maar geven daar wel afhankelijk van de omstandigheden hun eigen invulling aan. En dat doen wij in Nederland dus ook. 

Maar wat zijn dan eigenlijk de omstandigheden hier in Nederland? En wat betekent dat voor het nieuwe GLB?

Voice-over:
In beeld verschijnt de tekst: Het nieuwe GLB in Nederland.

Roxanne van der Meulen
Uiteraard is voldoende en betaalbaar voedsel nog steeds belangrijk en niet vanzelfsprekend, maar in Nederland kent niemand meer de voedseltekorten zoals die van de hongerwinter. En dat is natuurlijk fantastisch. Alleen hebben we wel te maken met andere urgente problemen. Denk hierbij aan de biodiversiteit die onder druk staat, het verdwijnen van vogelsoorten, de klimaatverandering en ook de afnemende kwaliteit van de bodem, lucht en het water. Dit zijn reële problemen. En omdat maar liefst 2/3 van de landoppervlakte van Nederland door boeren wordt beheerd, kan je als boer dus een belangrijke rol spelen in het oplossen hiervan. 

Maar dit is makkelijker gezegd dan gedaan. Duurzame produceren is natuurlijk goed voor het milieu. Maar kost wel geld en vraagt om investeringen, terwijl je als boer anderzijds voor internationale en scherpe marktprijzen moet produceren om het hoofd boven water te kunnen houden. Alle reden dus om de Europese landbouwsubsidies in te zetten om deze problemen aan te pakken en de boeren te ondersteunen in de doorslaggevende rol die zij hierin kunnen spelen. Voor de natuur. Maar ook voor zichzelf.

Hiervoor maakt het nieuwe GLB dus een omslag. Waar het eerst de productie steunde wat werd opgevolgd door de hectarepremie wordt nu een verschuiving gemaakt naar het steunen van inspanningen voor verduurzaming en naar het steunen van boeren waarvan meer gevraagd wordt. Dat wordt ook nu al gedaan, maar in de toekomst zal hier dus meer nadruk op komen te liggen. 

Om dat te bereiken focust het nieuwe GLB zich op zes categorieën. Dit zijn de grondgebonden regelingen, de stikstof en klimaatopgave, gebiedsgerichte samenwerking, duurzame investeringen, kennis en innovatie en jonge boeren en tuinders.

Bij de grondgebonden regelingen is de introductie van de eco-regeling, dé grote verandering in het nieuwe GLB. Deze eco-regeling houdt in dat agrariërs die zorgen voor het landschap en groenblauwe diensten leveren, hiervoor vergoed worden. Hoe meer eco-activiteiten een boer onderneemt, hoe hoger de eco-premie die hij of zij zal ontvangen. Dit past goed binnen het idee dat de boer niet alleen produceert voor de markt, maar ook zorgt voor landschap en milieu.

Maatschappelijk geld wordt zo bestemd voor maatschappelijke doelen. Hiernaast zal de hectarepremie blijven bestaan, maar deze neemt wel geleidelijk wat af en de voorwaarden die gesteld worden aan het ontvangen van deze premie zijn in het nieuwe GLB aangescherpt en nog meer gericht op verduurzaming. Deze voorwaarden zorgen er onder andere voor dat samen met de eco-regeling en het uitgebreide agrarische natuur en landschapsbeheer het landschap wordt dooraderd met een leefgebied voor planten en dieren. 

Wat betreft de stikstof en klimaatopgave gaat het nieuwe GLB boeren steunen die in Natura 2000 of veenweidegebieden geconfronteerd worden met het klimaat en stikstof beleid. Dit wordt onder andere gedaan door gebiedsprocessen te ondersteunen waarin boeren, terreinbeheerders en anderen samen tot de beste oplossing komen voor hun gebied.

Ook wordt gebiedsgerichte samenwerking gestimuleerd zoals aan bijvoorbeeld klimaatadaptatie en vergroening. Zo is er ruimte om aan plannen te werken met professionals en zijn er subsidies om bijvoorbeeld inrichting, maatregelen of beheer te financieren. Ook is er meer budget voor het agrarisch natuur en landschapsbeheer, ofwel het ANLB. Hierdoor kunnen meer boeren hieraan meedoen. Ten vierde zijn er in het nieuwe GLB, subsidies die je kan gebruiken om duurzame investeringen in je eigen bedrijf te doen. Denk aan investeringen op het gebied van precisielandbouw, energie of innovatieve stalsystemen. Maar ook zijn er investeringen mogelijk gericht op het landschap. Zoals bijvoorbeeld het aanplanten van hout opstanden. Als vijfde zal er aandacht besteed worden aan kennis en innovatie. Alle uitdagingen in de landbouw vragen namelijk van velen in de sector iets nieuws. Daarvoor is soms nieuwe kennis nodig. Maar ook kan het betekenen dat er nieuwe technologie of marktconcepten nodig zijn. Het nieuwe GLB ondersteunt dat onder andere door onafhankelijke adviseurs beschikbaar te stellen, studiegroepen financieel te ondersteunen en de ontwikkeling van praktijkrijpe innovaties te bevorderen. Ten slotte is het natuurlijk heel belangrijk dat we ook in de toekomst genoeg boeren en tuinders hebben. 

Want het is steeds minder vanzelfsprekend dat boerenbedrijven generatie op generatie worden doorgegeven, daarom worden jonge boeren en tuinders gesteund door onder andere een eventuele vestigingsteun, bij overnametrajecten middelen om de generatiewisseling te bevorderen en ook krijgen jonge landbouwers een verhoogde subsidie bij investeringsregelingen. 

Kwa verdeling van het geld. Ziet dit er als volgt uit:
Van de ongeveer € 4,7 miljard die het GLB vijf jaar te besteden heeft, zal 60% aan de grondgebonden regelingen worden besteed. Daarnaast gaat zo'n 9% van het budget naar de stikstof en klimaatopgave, zo'n 16% naar gebiedsgerichte samenwerkingen, iets meer dan 8% naar duurzame investeringen, bijna 4% naar kennis en innovatie en iets meer dan 2% naar jonge tuinders en boeren.

Maar wat ga je hier als boer nou van merken in je portemonnee? Omdat er budget wordt verschoven van de grondgebonden betalingen naar specifieke projectsubsidies, zal de hectarepremie afnemen. In totaal met zo'n 25% over een periode van vijf jaar. Samen met de eco-regeling kan dit bedrag in 2023 alsnog neerkomen op meer dan € 450 per hectare. Hoger dan je nu gewend bent. 

Maar daarvoor lever je dan ook inspanningen. En voor agrariërs die aan natuur en landschapsbeheer willen doen, is er dus goed nieuws. Meer boeren kunnen meedoen. De agrarische sector staat dus voor grote uitdagingen en als boer sta je voor de opgave hierop te anticiperen. Het nieuwe GLB ondersteunt agrariërs in hun transitie door toekomstbestendig boeren beter te belonen. Zo werken we samen aan het behoud van de natuur en een toekomstbestendige positie van de boer.

Meer weten? Ga naar RVO.nl/nieuwGLB.