Bio-economie Drentsche Aa breidt verder uit

Een groeiend aantal warme bakkers bakt broden van lokaal geteelde granen in het Nationaal Park Drentse Aa onder het label ‘Dubbel Drents’.

Volgens vleesveehouder Jan Reinder Smeenge blijft het daar niet bij. “We willen ook uitbreiden met rund- en schapenvlees en honing uit de regio. En we willen mogelijk koolzaadolie en brouwgerst gaan afzetten”, zegt Smeenge.

Duurzame ketens streekproducten

Het Nationaal Park Drentsche Aa bestaat voor meer dan de helft uit landbouwgrond. “Om het specifieke karakter van het gebied te benutten
voor landbouw is het project ‘Bio-economie Drentsche Aa’ opgezet.

Met een POP3-subsidie van provincie Drenthe zoeken boeren met andere partijen naar nieuwe duurzame ketens van agrarische streekproducten”, vertelt projectleider Sikke Meerman. “We combineren dat graag met natuurinclusieve landbouw, meer biodiversiteit en verbetering van de (drink)waterkwaliteit van de Drentsche Aa.”

Het aantal landbouwbedrijven in het Drentsche Aa-gebied is beperkt.  Het gaat om 60 professionele melkveebedrijven, 30 akkerbouwen 10 vleesveebedrijven.

Meerwaarde belangrijk

Vleesveehouder Jan Reinder Smeenge is medeprojectaanvrager
en een actieve deelnemer. Hij begeleidt de graanteelt en -afzet aan een
professionele molenaar, die het verkoopt aan lokale bakkers in heel Drenthe. “Boeren krijgen voor granen een meerprijs als bakkers dit
verwerken voor het streekproduct ‘Dubbel Drents’-brood”, zegt Smeenge.

“Ook gezamenlijk onder label afzetten van vlees aan particulieren, horeca en slagerijen, levert zeker meerwaarde op ten opzichte van alleen particuliere huisverkoop. Dat lukt alleen met korte ketens.”
Smeenge verstaat hieronder: boeren die in de regio hun producten op korte afstand laten verwerken, met afnemers in en rond het Drentsche Aa-gebied die deze grondstoffen gebruiken voor producten voor de lokale consument.

Een ander werkbaar verdienmodel voor akkerbouwers is het telen
van veevoergewassen voor veehouders in het Drentsche Aa-gebied. “Het direct leveren van veldbonen en voederbieten aan veehouders levert een goed saldo per hectare op.” De belangstelling van veehouders om met akkerbouwers samen te werken bij de teelt en verwerking van
eiwithoudende gewassen, zoals veldbonen groeit.

“In en rond het Nationaal Park staat nu 100 hectare veldbonen en 300 hectare voederbieten. Dat beide gewassen op het demoveld staan, heeft ongetwijfeld de teelt gestimuleerd”, zegt Meerman.

Beeld: Project bio-economie Drentsche Aa
Links Jan Reinder Smeenge en rechts Sikke Meerman

Demovelden inspiratiebron

Kennisverspreiding is ook een doel van het POP3-project. “We vergroten graag de bewustwording bij de consument over landbouwproductie in
ons gebied”, vertelt Meerman. Daartoe is een demoveld ingericht in samenwerking met een loonwerker en het Hilbrandslaboratorium in Wijster.

“Dit jaar zaaien we spelttarwe, haver, brouwgerst, zomerkoolzaad, veldbonen, voederbieten en tagetes. En bloemenranden voor biodiversiteit, maar ook voor natuurlijke plaagbestrijding”, zegt Smeenge. Er staan bordjes met korte uitleg bij ieder veldje.

“Veel boeren, burgers, recreanten en scholieren bekijken de teelten, en wij brengen daarmee de verwerking hiervan tot consumentenproducten
onder de aandacht van telers, afnemers, verwerkers en detailhandel. Educatie is ook belangrijk.

Dit jaar houden we bijeenkomsten in dorpen van het Drentsche Aa-gebied om inwoners te laten zien wat we in huis hebben met het onze lokale producten”, vertelt Meerman.

Verdere ontwikkeling

van een kleine bestaande mouterij en lokale brouwers om lokale moutcapaciteit voor brouwgerst te creëren. “Met vleesveehouders en
met imkerverenigingen in en rond het Drentsche Aa-gebied proberen we ook ketens op te zetten onder het Dubbel Drents-label. Daarmee kunnen we honingproducten en rundvlees onder hetzelfde
label als brood afzetten.”

Een regionale keten opzetten voor melkveebedrijven is lastig, omdat
een lokale verwerkingsinrichting ontbreekt. Het project huurt op dit moment extra capaciteit in om boeren en afnemers te bezoeken om te
zien of er toch perspectief zit in lokale ketens.

Voor koolzaadolie is regionaal wel voldoende perscapaciteit. “We moeten nog ervaring opdoen met de teelt en het perspectief van zomerkoolzaad in het Drentsche Aa-gebied.”

Tekst: Janet Beekman (Boerentaal)