Voortzetting POP3 in verlengingsperiode als POP3+

Tijdens de verlenging van het Plattelandsontwikkelingsprogramma in 2021 en 2022 (POP3+) ligt de focus op klimaat, biodiversiteit, bodem en kringlooplandbouw (inclusief stikstof).

Daarnaast wordt gestreefd naar een vereenvoudiging van het programma. Bovendien komt er meer budget voor POP3+ beschikbaar dan verwacht. Deze onderwerpen stonden op de agenda van het bestuurlijk overleg op 6 oktober 2020.

POP3+

Tijdens het bestuurlijk overleg zijn de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de gedeputeerden van de provincies en de bestuurders van de waterschappen akkoord gegaan met een verlenging van 2 jaar van het POP3 in 2021 en 2022.

De verlenging van het programma is nodig omdat het toekomstige Europees landbouwbeleid (GLB) – dat eigenlijk volgend jaar van start zou gaan – niet op tijd klaar is. Dit geldt overigens niet alleen voor het toekomstig GLB, ook de start van het POP3 in 2021 en 2022 loopt vertraging op.

Hongarije en Polen hebben op 16 november hun veto uitgesproken over de Europese begroting. Daardoor is het onduidelijk wanneer definitieve besluitvorming over POP3 in Brussel plaatsvindt en de EU-transitieverordening, die de wettelijke basis vormt voor het POP in de verlengingsjaren, kan worden vastgesteld.

Inhoud van het POP3+

De opzet van het POP3 krijgt door de verlenging een zogenoemd ‘beleidsarm karakter’. Dat wil zeggen dat het programma zoveel mogelijk hetzelfde blijft en slechts op kleine onderdelen wordt aangepast. Om toch een onderscheid te maken met het huidige POP3 wordt het programma vanaf volgend jaar ‘POP3+’ genoemd. Want er verandert wel iets.

Focus op thema’s

Zo zal er in POP3+ meer aandacht worden besteed aan klimaat, biodiversiteit, bodem en kringlooplandbouw (inclusief stikstof), onderwerpen die ook vanuit onder andere de stikstofproblematiek of het Klimaatakkoord van Parijs van belang zijn.

Hiervoor zijn alle POP-maatregelen tegen het licht gehouden en worden de POP-maatregelen Kennisverspreiding, Investeringen en Samenwerking voor innovatie daarop aangepast.

Naar verwachting worden deze onderwerpen in het Nationaal Strategisch Plan voor het toekomstige GLB (GLB-NSP) ook belangrijk. Door daar nu al op voor te sorteren, kan hieraan in een eerder stadium al een bijdrage worden geleverd.

Maatregelen die doorgaan

Daarnaast omvat het programma ook een aantal maatregelen die ongewijzigd blijven. Dit betreft de maatregelen Brede weersverzekering, Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb), Jonge landbouwers (JOLA) en LEADER.

Beeld: Marcel van Kammen

GLB-pilots

Verder zal het programma bestaan uit enkele nieuwe onderdelen. Het gaat daarbij om de ontwikkeling van enkele nieuwe GLB-pilots ‘Toekomstbestendige landbouw’. Hierin wordt ervaring opgedaan met nieuwe methodes in de aanloop naar het toekomstige GLB-NSP.

Voorbeelden daarvan zijn pilots in de veenweidegebieden en pilots om de bodemstructuur te verbeteren. Ook komt er een openstelling voor Praktijknetwerken, waarmee agrariërs kennis kunnen opdoen over kringlooplandbouw. Daarnaast wordt de Investeringsmaatregel Landschapselementen opengesteld.

Economische Herstelfonds

De financiering van het POP3+ voor de aankomende twee jaar is afkomstig uit de Europese begroting, het Meerjarig Financieel Kader (MFK) en de cofinanciering door Rijk, provincies en waterschappen. Daarnaast komen er als gevolg van de COVID-19 uitbraak extra middelen vanuit het Europese Economisch Herstelfonds, Next Generation EU beschikbaar.

Vanuit het MFK is dat voor 2021 en 2022 respectievelijk € 89,5 miljoen en € 73 miljoen. Vanuit het Economisch herstelfonds krijgt Nederland naar verwachting € 52,5 miljoen voor de aankomende 2 jaar. Over hoe dit bedrag precies wordt verdeeld, moeten nog definitieve besluiten worden genomen. Door de houding van Hongarije en Polen loopt dit proces momenteel vertraging op.