Proefboerderij Rusthoeve op Colijnsplaat onderzoekt als Agrarisch Innovatie en Kennis Centrum hoe de akkerbouw in de toekomst zou kunnen werken. Charlotte van Sluijs-Poppe praat je graag bij hoe zij vanuit Rusthoeve kijkt naar de Landbouw in 2050. Je kunt tijdens de Werkplaats in Zeeland op 20 en 21 mei de Proefboerderij bekijken. Aanmelden kan nog steeds!
Op Proefboerderij Rusthoeve draait alles om één vraag: wat werkt in de praktijk? Geen visies op papier, maar teeltonderzoek op het land. Wat doen verschillende teelten? Wat is het effect van watergift, bemesting en gewasbescherming? En misschien nog wel belangrijker: wat leren we hiervan en wat kunnen boeren morgen anders, duurzamer doen? Voor secretaris-directeur Charlotte van Sluis zit daar precies de kern: ‘Sommige dingen kunnen we morgen al doen, en dat moet ook.
Tussen onderzoek en praktijk
Bij ons staat dus praktijkonderzoek centraal. Nieuwe teelten, nieuwe technieken en toepassingen. Van voedselgewassen tot biobased grondstoffen (hernieuwbare, maar niet voor consumptie bedoelde gewassen, red) zoals vlas of chicorei. De ideeën hiervoor komen van ondernemers. Onze rol is om op Rusthoeve of bij een ondernemer op locatie te onderzoeken: werkt het of werkt het niet? En waarom? Juist als onafhankelijk onderzoeker vinden we het ook belangrijk te vertellen als een idee niet werkt.’
Samen ontwerpen aan de toekomst
In het mede door Rusthoeve georganiseerde traject Boerderij van de Toekomst Zuidwestelijke Delta gingen telers uit de regio negen keer met elkaar om tafel, Charlotte: ‘Dat proces was misschien wel net zo waardevol als de uitkomst. Telers worden mede-eigenaar van het gedachtengoed en daarmee ook ambassadeur. Precisielandbouw en techniek spelen in de toekomst een grote rol. De deelnemers hebben met elkaar voor ogen dat de landbouw geen negatieve invloed mag hebben op de omgeving. Om dat te bereiken hebben we met elkaar nagedacht over veel secuurdere manieren van werken. Camera-gestuurde technieken om bijvoorbeeld te schoffelen en gerichte bemesting maken het mogelijk om met minder middelen meer effect te bereiken. Een deel van die technieken is er al. Daar kunnen we morgen mee beginnen.
Leren en delen als motor
Onderzoek zoals wij dat doen heeft alleen waarde als de uitkomsten worden gedeeld. Open dagen en veldbijeenkomsten trekken jaarlijks honderden boeren en adviseurs. Logisch, als we iets onderzoeken maar het niet vertellen, heeft het geen zin. Daarom zijn de kennisregelingen vanuit het GLB voor ons essentieel, die hebben voor ons al veel bijeenkomsten mogelijk gemaakt.
De kloof met de omgeving
De boeren die wij spreken maken zich zorgen over de afstand tussen boeren en de samenleving. Nog niet eens zo heel lang geleden had bijna iedereen boeren in z’n familie of in de directe omgeving. Dan maak je mee wat er op het erf leeft en speelt. Tegenwoordig weten vooral jongere generaties steeds minder van de landbouw, terwijl ze er wel een mening over hebben. Boeren zoeken echt naar manieren om die afstand, die soms zelfs een kloof lijkt, te overbruggen. Dat is echt een van de grootste uitdagingen.
Buiten je eigen bubbel
Onze ervaring is dat boeren best bereid zijn maatregelen te nemen. Maar ze moeten wel werkbaar zijn. Maatregelen die op papier een duurzame landbouw stimuleren, maar die geen rekening houden met omstandigheden zoals het weer, kunnen in de praktijk averechts werken. Als je het mij vraagt is het gesprek met elkaar vanuit praktijk, beleid en kennis belangrijker dan ooit. Een bezoek aan een bijeenkomst als de Werkplaats is dé kans om met andere perspectieven in aanraking te komen. Het is goed om af en toe uit je eigen bubbel te stappen. Dat geldt voor iedereen.’