'Als je je ogen sluit voor water, vraag ik me af of je over 25 jaar nog boer bent.’ Bart Hereijgers is melkveehouder, halverwege het gesprek raakt hij de kern van zijn verhaal en motivatie. Op de Werkplaats Netwerk Platteland op 20 en 21 mei laat Bart zien waar hij en andere boeren in Zeeland mee bezig zijn: zoeken naar manieren om met steeds minder beschikbaar zoet water toch te kunnen blijven boeren.
De eerste stap: beregenen
De zoektocht begon een aantal jaar geleden, vrij praktisch. ‘In 2018 merkten we voor het eerst echt wat droogte betekent. Voor een Zeeuwse boer is beregening niet zo vanzelfsprekend, ze konden van oudsher zonder. Toch hebben we toen een beregeningshaspel gekocht. Dat was de eerste stap.’ Daarmee was het probleem nog niet opgelost. ‘De volgende vraag was: waar halen we het water vandaan?’ In Zeeland is zoet water allesbehalve vanzelfsprekend. ‘Er zit wel water in de grond, maar dat is op veel plaatsen brak. Dus daar kun je op je land weinig mee.’ Dat maakt de situatie fundamenteel anders dan in andere delen van Nederland. ‘Als we hier niks aan doen, ga je gewoon achterlopen.’
Aanpassen of achterblijven
Die realiteit dwingt tot keuzes. Bart: ‘Je ziet dat teelten verdwijnen als er geen water beschikbaar is. Neem uien als voorbeeld. Dat is een gewas waar normaal een goede marge op zit. Als je die door droogte niet meer kunt telen, verandert je hele verdienmodel. Dat dwingt onze als boeren te zoeken naar oplossingen. Nieuwe gewassen, andere rassen, winterteelten bijvoorbeeld. Die zijn eerder van het land en hebben minder last van droogte. Of manieren om water beter vast te houden en te benutten. Die omslag gaat niet vanzelf. ‘In het begin dacht iedereen: het gaat toch wel zoals het altijd ging, na een slechter jaar komt er vanzelf weer een betere oogst. Pas als het echt misgaat, verandert er iets. Als iemand een heel jaar gewerkt heeft en uiteindelijk niks oogst, dan gaat het wel tussen de oren zitten.’
Samenwerking en het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid
Inmiddels werkt Bart samen met andere boeren aan oplossingen. In een EIP-project met andere bedrijven wordt gekeken hoe water slimmer benut kan worden. Daarbij wordt ook samengewerkt met industrie. Een van de pilots richt zich op het gebruik van waterstromen van Cargill uit de maisverwerking, die via ontzilting geschikt gemaakt worden voor landbouw. ‘Het idee is dat we dat water kunnen gebruiken om te beregenen. We zijn nu aan het uitzoeken hoe dat technisch en praktisch werkt.’ Het project wordt ondersteund vanuit het GLB. ‘We hebben subsidie gekregen vanuit ‘Samenwerken aan innovatie’. Zonder die steun begin je hier niet zomaar aan.’
Een les uit Texas?
Tijdens een verblijf in de Verenigde Staten, onder meer in Texas, hoorde hij boeren praten over waterschaarste. ‘Zij zeiden daar toen al: over 20 of 30 jaar is hier misschien geen landbouw meer mogelijk zoals we die nu kennen.’ Op dat moment leek dat ‘ver van mijn bed’. Hier in Zeeland waren we daar helemaal niet mee bezig. Maar misschien blijft zoiets onbewust toch hangen. En ga je er later anders naar kijken.’
Water bepaalt de toekomst
In Zeeland begint die realiteit nu voelbaar te worden. ‘Water wordt hier echt een bepalende factor. Elk gebied zal zijn eigen oplossing moeten vinden. Er is geen standaardantwoord. Dat vraagt niet alleen technische aanpassingen, maar ook een andere manier van kijken. Je moet loslaten hoe het was. En openstaan voor iets nieuws.’
Waarom naar de Werkplaats?
Waarom zouden boeren naar de Werkplaats komen? Volgens Bart begint het bij bewustwording. ‘Water is in Zeeland geen vanzelfsprekendheid meer. Daar moeten we wat met elkaar mee. Dus ik denk: bekijk de mogelijkheden. Niet elk bedrijf heeft dezelfde oplossing nodig. Maar je kunt wel van elkaar leren.’ En misschien nog wel belangrijker: ‘Kom op tijd in beweging. Als je wacht tot het probleem zich voordoet, ben je echt te laat.’
Meld je aan voor de Werkplaats en bezoek het bedrijf van Bart (excursie 3) in Midden-Zeeuws Vlaanderen. En lees meer over het project bij Cargill.