Als NSP-coördinator voor Zeeland beweegt Maja van Putte zich dagelijks tussen beleid en praktijk. Haar taak is helder: zorgen dat de doelen uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) in de provincie worden gehaald. Maja is bovendien lid van het organiserende team van de Werkplaats aankomende 20 en 21 mei en vertelt over de nut en noodzaak van het gesprek over de toekomst. Ook als die nog ver weg lijkt.

‘Iedere provincie heeft vanuit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) doelstellingen en indicatoren waar we aan moeten voldoen,’ legt ze uit. ‘Maar de landbouw in Zeeland is anders dan veel andere provincies. Hier draait het vooral om akkerbouw en fruitteelt, met heel eigen uitdagingen. Wij hebben hier nauwelijks veehouderij, terwijl daar wel doelen op zitten. Dan moet je dus zoeken: hoe verhoud je je tot landelijke doelen, terwijl je regionale praktijk anders is? Dat is een gesprek dat we met elkaar voeren, en waarvan we leren hoe de dingen die we bedenken in de praktijk werken.’

De omgeving van de landbouw verandert

‘Water is in Zeeland echt een thema,’ zegt ze. ‘Niet zozeer de hoeveelheid, maar het moment en de beschikbaarheid van zoet water. Zonder voldoende water kiemen zaden niet, pootgoed loopt niet uit. Dat zien de landbouwers direct terug in de opbrengsten. ’Daar komen andere effecten van klimaatverandering bij. ‘Zonnebrand op fruit bijvoorbeeld. De zon zorgt voor smaak, maar kan ook schade veroorzaken. En ook op het gebied van ziekten en plagen verandert er veel. Daar zullen beleid en landbouw op in moeten spelen.’

Wat het GLB mogelijk maakt

Tegelijkertijd ziet ze dat het GLB het verschil kan maken. ‘Regelingen voor was- en spoelplaatsen voor landbouwvoertuigen bijvoorbeeld, voorkomen dat vervuild water niet in het oppervlaktewater terechtkomt. Dat zijn concrete maatregelen die direct bijdragen aan waterkwaliteit.’ Ook op andere vlakken biedt het GLB ondersteuning. Denk aan investeringen in klimaatmaatregelen, zoals waterbassins, druppelirrigatie of bescherming tegen extreem weer. ‘Dat helpt boeren om stappen te zetten. Maar de aanvraagprocedure is ingewikkeld.’

Verdienvermogen onder druk

‘Qua marktprijzen kon de akkerbouw lang rekenen op een redelijk stabiel langjarig gemiddelde. Nu zie je veel scherpere pieken en dalen. Tegelijkertijd zijn de kosten hoog. Landbouwgrond is hier duur — rond de €120.000 per hectare. De kosten voor mest, zaad en loonwerk zijn hoog en blijven stijgen. Door het weer neemt het risico op een mislukte oogst toe. Tel daarbij op dat ondernemers vaak met het hele gezin op het bedrijf werken, en er dus meerdere inkomens uit een agrarische onderneming moeten komen. Als het verdienvermogen niet op orde is, wordt het heel lastig om ook andere stappen te zetten. Je hoort het vaker zeggen: je kunt niet groen doen als je rood staat’.

Nieuwe richtingen in de praktijk

Tegelijkertijd ziet ze ook beweging. ‘Er wordt gekeken naar nieuwe teelten. Je ziet sinds een aantal jaren meer animo voor wijnbouw. En via veredeling worden rassen ontwikkeld die beter bestand zijn tegen klimaatverandering. Ook het teeltsysteem zelf verandert. Door het veranderende klimaat ontstaat er ruimte voor een extra teeltronde in de winter. Op Proefboerderij Rusthoeve wordt getest met winterteelten en groenbemesters. Dat laat zien dat er andere dingen mogelijk zijn. Met het GLB stimuleren we vanuit de provincie de nodige aanpassingen en het experiment.

Waar het schuurt

Ik pleit ervoor dat we het voor de aanvragers in de toekomst makkelijker maken. Om in aanmerking te komen voor de ecoregeling moet je op meerdere indicatoren scoren. Dat vraagt veel kennis van de aanvrager, die daar vaak een adviseur bij nodig heeft. Dan zie je dat een deel van het geld niet op het erf terechtkomt, maar in de uitvoering nodig is. En als je het mij persoonlijk vraagt gaan we werken aan voorspelbaarheid. De uitkering kan jaarlijks variëren. Dat maakt het lastig voor ondernemers om op te bouwen. Daarnaast lopen sommige ontwikkelingen ten opzichte van elkaar uit de pas. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen staat onder druk. Steeds meer middelen tegen onkruid of schimmels worden verboden. Tegelijkertijd zijn er nog onvoldoende alternatieven beschikbaar, ook dan wordt het ingewikkeld.’

Meer eenvoud, meer samenwerking

Voor de toekomst ziet ze een duidelijke richting. ‘Niet elke provincie is hetzelfde. Als het ons lukt het systeem daar beter op aan te laten sluiten en dingen eenvoudiger te maken, bereiken we meer ondernemers. De praktijk laat bovendien zien dat een gebied waarin agrariërs samen optrekken, het effect veel groter is dan wanneer bedrijven afzonderlijk iets doen. Daar ligt echt een kans.

De waarde van de Werkplaats

‘We brengen in mei boeren, beleidsmakers en andere partijen bij elkaar. Iedereen kijkt vanuit zijn eigen perspectief naar de toekomst van de landbouw, terwijl we elkaar echt nodig hebben om stappen te zetten. Ik hoop daarom op een open gesprek. Want het begint met begrijpen wat er speelt, en van elkaar leren. En ik ben trots op Zeeland en onze landbouw, het is mooi dat we dat op deze manier kunnen laten zien.’

Bezoek ook de Werkplaats op 20 en 21 mei in Middelburg. Bekijk hier het programma. Aanmelden kan nog steeds!