Jos Willemsen verzorgt op de Werkplaats in Zeeland op 20 en 21 mei een deel van het ochtendprogramma. Hij werkt als landschapsontwikkelaar en natuurboer e werkt aan de doorontwikkeling van de landbouw. Zijn benadering van landbouw, waarbij je natuurlijke (productie)kracht steeds meer in topconditie brengt, biedt een van de scenario’s voor de Landbouw in 2050. Een ander geluid. Optimistisch en met een oproep om vooral anders te gaan kijken én te gaan experimenteren. Zijn verhaal lees je hieronder. Wil je Jos ontmoeten of zijn film JOS – de mens als nuttig soort zien? Je kunt je nog steeds aanmelden voor de Werkplaats!
We praten veel over de grenzen van de landbouw. Over stikstof, water, bodem en klimaat. Over wat er minder moet. Minder uitstoot, minder impact, minder belasting van de omgeving. Volgens Jos Willemsen, kijken we daarmee precies naar het verkeerde. ‘We proberen dat wat niet goed gaat, minder slecht te maken. Ik stel voor te gaan werken aan de andere kant, aan de systemen die positief bijdragen. Daarbij hebben we volgens mij geen klimaat- of stikstofcrisis. We hebben te maken met een vruchtbaarheidscrisis. Deze planeet wordt steeds minder vruchtbaar. Daardoor verandert het klimaat en worden emissies uitgestoten.’
Van ‘wat kan ik eruit halen?’ naar ‘wat kan ik bijdragen?’
Willemsen werkt met syntropische landbouw, een manier van boeren die uitgaat van samenwerking met natuurlijke processen. ‘Dan maximaliseer je niet per gewas, maar versterk je het hele systeem. Gangbaar wordt als eerste naar de potentiële oogst gekeken: ‘wat kan ik eruit halen?’. In de syntropische landbouw is de eerste vraag: wat kan ik aan het succes van dit agro-ecosysteem bijdragen? Om hier vervolgens steeds meer voedsel te oogsten zonder van (dure) input afhankelijk te zijn.’
Het systeem optimaliseren: tijd, ruimte en levenskracht benutten
Volgens Willemsen begint de oplossing niet bij een losse maatregel, maar bij het opnieuw inrichten van het systeem. ‘We gebruiken nu maar een klein deel van het beschikbare potentieel. Niet alleen in ruimte, maar ook in tijd en licht. Kijk naar de akkers. Een groot deel van het jaar ligt landbouwgrond er leeg bij. Zonlicht valt op kale bodem, zonder dat dit licht geoogst wordt. Daar ligt volgens mij een enorme kans. Niet door harder te produceren, maar door slimmer te combineren. We kunnen teelten stapelen. In de tijd, maar ook in de hoogte. Dus niet één gewas op één moment, maar meerdere gewassen die elkaar aanvullen, versterken en voeden. Lage teelten op de bodem, daarboven struiken, met daarboven zelfs nog bomen en ook dieren met een
sleutelrol. Elk niveau draagt bij aan het geheel, en voedt de teelt die volgt. En nee, dat is voor Nederland nog lang niet voldoende uitgezocht. Er is nog heel veel te ontdekken, dàt zouden pas interessante onderzoeken zijn.
Door met zoveel mogelijk planten, zoveel mogelijk licht te oogsten en zoveel mogelijk planten hoogwaardig te verteren en aan de bodem over te dragen, ontstaat toenemende vruchtbaarheid. In die bodem ontstaat steeds meer leven en neemt ook de productie steeds verder toe. Dat is het unieke potentieel van landbouw.’
Poep
Jos ziet de mensheid als onderdeel van de natuur: ‘Wij zijn opgegroeid met het idee dat natuur kwetsbaar is. Maar wij komen niet voort uit kwetsbaarheid. Kijk miljoenen jaren terug, toen was onze aarde als de maan. De natuur kent een oerkracht die door de zon steeds versterkt wordt. Wij kunnen deze kracht ontwrichten, maar we kunnen deze kracht ook steeds meer in topconditie brengen. Eenvoudig door deze kracht met opneembaar voedsel te voeden.
Alles wat voedsel eet, maakt ook weer iets nieuws. Kijk naar poep. Wat wij als afval zien, is in feite voedsel. Poep is de basisvoeding voor het kleinste leven, micro-organismen, bacteriën, larven van insecten. Die vormen weer het voedsel voor een vervolgstap in de keten. Dat maakt poep juist de onmisbare schakel in het creëren van leven, in het vergroten van oerkracht en in het ontstaan van natuur. Ik zie in onze projecten leven steeds meer toenemen, juist door poep in te zetten als voeding voor het allerkleinste.
Ik pleit voor experiment, ook in de natuur. Poep stoot stikstof uit, maar poep vergroot ook het succes van soorten die stikstof opnemen en omzetten in onschadelijke stikstofverbindingen.
Oplossingen groter dan het probleem
Mijn overtuiging: we werken nu aan oplossingen die kleiner zijn dan het probleem. Een voorbeeld daarvan is het uitkopen van boeren in de buurt van natuur. Maar het uitbreiden van natuurgebieden betekent nog niet dat het daar met de natuur weer goed komt. Ook de grote Europese natuurgebieden takelen af. Het GLB kan nog meer dan nu conditiescheppend zijn, zorgen dat er ruimte komt voor andere manieren van boeren. De ontdekkingstocht die nodig is, mee mogelijk maken door te investeren in nieuwe mens-natuur relaties. Want de vraag die voor ons ligt: blijven we de dingen zo goed mogelijk doen, of gaan we de goede dingen doen? Dat vraagt om ruimte om
dingen uit te proberen. En er zijn boeren die heel graag mee experimenteren, of eigenaren die daar graag grond voor beschikbaar stellen.
De mens als nuttige soort
Met alle problemen die er zijn, is de landbouw eigenlijk de enige sector die echt positief kan bijdragen. Want alleen in de landbouw kun je produceren en tegelijkertijd stikstof opnemen en in leven omzetten, in plaats van uitstoten. Natuurlijke creatieprocessen zijn nu zwaar ontwricht. Precies daar zit volgens mij het unieke potentieel van landbouw. Dat je voedsel produceert én tegelijkertijd het systeem verbetert. De wereld is niet maakbaar. Maar ze is wel vruchtbaar. En het vergroten van de vruchtbaarheid, dat is iets wat alle boeren met hart en ziel doen. Dus niet minder boeren, nee. Meer boeren! Zij hebben van oudsher de kennis en passie om dat te doen. Daarmee wordt landbouw niet alleen een onderdeel van de oplossing, maar misschien wel de sleutel. Met de rol van de mens als nuttige soort. En ik weet het zeker, dan komt ook het plezier weer terug.
Lees meer over Jos zijn visie en aanpak op deze website.